Groffi, (Marie Louise Irma) Yvonne, "Y.V.H.G.", gidsenleidster

Sint-Truiden 02.11.1911  Leuven 15.10.1953  Maurits Van Haegendoren 

Dochter van Marie Albert Gustave, bediende, winkelier en caféhouder Luikerstraat en Marie Ursule Cordule Sweldens van Brustem. Zus van schepen René Groffi. Moeder van politicologe-sociologe Mieke Van Haegendoren, Hasseltse vicerector en voorzitter nationale Vrouwenraad.  

H.Graf Sint-Truiden en Filles de la Croix Luik. Sint-Lutgardisschool Antwerpen 1926. Laureaat landbouwhuishoudregentaat Berlaar 1932. Lerares klassieke talen Lutgardisschool Antwerpen. Koorlid Lodewijk de Vocht Antwerpen en Davidsfonds Sint-Truiden. IJveraar Werk der Foorkramers. Hoofdakela VVKS, gehuwd 1939 met VVKS-commissaris en latere senator Maurits Van Haegendoren (1903-1994). Pedagogische handboekjes voor leidsters van jeugdbewegingen. Schreef onder eigen naam, maar meestal samen met haar echtgenoot. Stichter Katholieke Vlaamse Meisjesgidsen of ‘Blauwe Gidsen’ 1939, afgesplitst uit unitaire Gidsen. Buiten beweging gezet en stichter Vlaams Verbond Katholieke Meisjes-Gidsen 1948. Stichter Lutgardis-ring als koepel voor Vlaamse meisjesverenigingen 1952. Overleden bij geboorte zevende kindje. Begraven in Heverlee.

Publ.: Wat vertellen? 52 thema’s voor verhalen, Leuven: De Pijl, 1942; met M. VAN HAEGENDOREN; Meisjesgidsen. Inleiding tot de beweging der meisjesgidsen, 3dln., Leuven: Vlaamsche scouts pers comité, 1942; met M. VAN HAEGENDOREN, Schoonheid en liefde. Voortrekkerij voor meisjes, Leuven: Vlaamsche scouts pers comité, 1943; Kabouters. Een schema voor jeugdwerk voor 8 tot 11 jarige meisjes, Leuven: Vlaamsche scouts pers comité, 1944; Eerste schreden. Derde-klas eischen voor meisjes-gidsen, Brussel: Vlaamsche scouts pers comité, 1946; met M. VANHAEGENDOREN, Meisjes-Gidsen. Handboek voor leidsters, Brussel: Vlaamsche scouts pers comité vzw., 1947.
Info: VVKSM en Mieke Van Haegendoren.
Lit.: Clem DE RIDDER, Yvonne Vanhaegendoren-Groffi, een sterke vrouw van Vlaanderen, Leuven: Katholieke Vlaamse Meisjes-Gidsen, 1954; JORISSEN; Katrien CAIGNIE en Louis VOS, in NEVLAB, p. 1360 en Staf VERMEIRE en Luc VANDEWEYER, in NEVLAB, p. 1968.
ONTDEKKING VAN DE DAG

Een marmeren buste voor de oud-burgemeester

Clement Cartuyvels  was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek. 



De bank Cartuyvels:



Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels  in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na. 







Lees: 
Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011, p. 39 en 43-45.