Haenen, Hendrik, "Hieronymus", benedictijn

Velm 13.10.1752   Aalst OVl. 26.07.1809 

Zoon van welstellend landbouwer Hendrik en Elisabeth de Bruyn.  

Humaniora Sint-Truiden en filosofie in De Valk Leuven olv. prof. P.J. Heylen. Benedictijn Affligem 1771, priester 1777. Lector 1784, novicenmeester 1790 en econoom 1793. Op vlucht naar Utrecht voor Fransen 1794. Terugkeer en uit abdij gezet door Fransen 1796. Naar kasteel Oostham bij Aalst OVl. Kloostergemeenschap uit elkaar november 1798. In huis ‘Den Rooijen Hoet ’ Aalst. 

Eed van trouw januari 1797 als enige monnik  van Affligem, herroepen in 1801, maar toch enkele weken gestraft door kerkelijke overheid. Ex libris 1786.

Lit.: Erik HOUTMAN, Dom Hieronymus Haenen, monnik van Affligem (1752-1809) en zijn familie, in Vlaamse stam, 11, 1975, p. 41-45; HBVL, Familiekroniek, 11.01.1986.
ONTDEKKING VAN DE DAG

De trap des aanstoots

De Luikse architect Etienne Fayn slaagde erin om een mooi stadhuis in Luikse classicisme te ontwerpen rond de oude halle en de belforttoren. De stadsmagistraat betrok zijn nieuwe symmetrische bouw in juli 1759 onder begeleiding van drie kanonsalvo's. De interieurafwerking, vooral door de modieuze Luikse vakmensen, moest toen nog beginnen.
Maar... die saaie horizontale kroonlijst wou de stad als bouwheer toch verbeteren. Kijkend naar Brabant en Antwerpen liet ze in 1766 zwierige frontons met klokgevel, curven en tegencurven plaatsen aan de hoofdgevel. Pater minderbroeder Johannes Bolgrez bracht een plan mee uit Antwerpen. Ook kwam er een dubbele puitrap naar de verdieping, om de begane grond te kunnen verhuren. Enkele jaren later verdween deze blijkbaar té bombastische ingreep terug. 

Eigentijds kroniekschrijver Debruyn is genadeloos voor zoveel pretentie en tekent - met veel lekenfantasie - dit on-Luikse gedrocht. Hij schrijft ook hoe men half juni 1766 bouwt aan "eene nieuwe blauw steene balcon, ende het frontispicium wierd verciert met nieuwe crollen, oock met eenen nieuwen noijt in dese landen geinventeerde blauw steenen trap dienende tot spot der borgers ende vreemdelingen hier passerende om het onnodigh ende verquist geldt". 

Van deze verbeteringsoperatie getuigt nog een jaartalsteen met stadswapen boven het balkon. 






Lees: Christine VANTHILLO, Het stadhuis van Sint-Truiden, van binnen uit bekeken, in Sint-Truiden in de 18de eeuw, tentoonstellingscataloog, Sint-Truiden: Sint-Truiden 1300 vzw., 1993, p. 109-117; Fernand DUCHATEAU, Het boek van Debruyn. Een kroniek van de achttiende eeuw in Sint-Truiden, in idem, p. 168 en 209-267 en Sint-Truiden 1693-1793, in idem, p. 7-26; Het stadhuis van Sint-Truiden. Hart van de democratie, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2018, p. 131-133.