Hiegaerts, Jan Antoon, schepen ST

Sint-Truiden 30.07.1702   Sint-Truiden 06.11.1764 

Zoon van Jan Sylvester, luitenant der lenen van graafschap Duras en Johanna Adrienne Pitteurs, zus van Theodore. Broer van minderbroeder Trudo Michiel (1705-1773).  Droeg testamentair zijn naam over aan lokale tak familie de Pitteurs-Hiegaerts. Wapenschild: in zilver drie rode kruisjes, faasgewijs geplaatst, en een groen schildhoofd.

Studeerde rechten in Leuven, burgemeester  in 1736. Schepen van de abt 1748-1764. (Fruit)Boomkweker en notities van markante gebeurtenissen 1750-1752. Beroerte en testament 1763. Erfgenaam was Jean Théodore Balthazar de Pitteurs. Begraven in crypte Minderbroederskerk.

Lit.: Jozef GRAUWELS, J.A. Hiegaerts, schepen, boomkweker en kroniekschrijver van Sint-Truiden (1702-1764), in HBHEYN, 1984, p. 183-191; GOOLE3, p. 60; Herwig OOMS, Testamenten in het Sint-Truidens Minderbroedersarchief, in Franciscana, 54, 1999, p. 47-48.
ONTDEKKING VAN DE DAG

Koningin Astrid, lieveling van het publiek

Verongelukte vorsten herdacht

De Zweedse prinses Astrid (°1909) werd in 1929 gemalin van onze Belgische vorst Leopold III. Ze verloor het leven bij een auto-ongeval in Zwitserland op 29 augustus 1935. De gemeenteraad hernoemde de Tentoonstellingsstraat al eind september in ‘Koningin Astridstraat’. In november 1937 organiseerde een comité van de Nationale Strijdersbond in het stadhuis een tentoonstelling van zandtapijt met de overleden Astrid op haar praalbed, om fondsen te werven voor een gedenkteken. Dat werd in de vorm van een postuum staatsieportret aangeboden aan het stadsbestuur tijdens de augustuskermis van 1939. Door de mobilisatie en de opeisingen ging deze plechtigheid met tentoonstelling verloren in het oorlogsnieuws.

De vermaarde Hasseltse portretschilder Jos Damien en zijn leerlinge-assistente Anne Rutten signeerden het schilderij.

Koningin Astrid wordt levensgroot en ten voeten uit afgebeeld in een paleisdecor en houdt een waaier van struisvogelveren vast. Ze draagt een witte galajurk met korte sleep en nonchalant gedragen losse mouwen. Oorhangers, armband en hanger met kruis tonen een groene smaragdkleur. De stralende vorstin draagt het zogenaamde ‘Diadeem der negen provinciën’. Dit kleinood, een verlovingscadeau van de Belgische bevolking uit februari 1925, bestaat uit een band met Griekse meandermotieven en werd door juwelier Van Bever vervaardigd. In de later herwerkte versie met ruiten zijn de elf briljanten ingewerkt als symbool van de toen negen provincies, plus België met vorstenhuis, plus Belgisch Congo.




In 1934 was in de inkomhal van het stadhuis al een gedenkteken opgericht voor vorst Albert I, na zijn tragisch klimongeval.