Houbaert, Marie Louis Joseph "pater Archangelus", archivaris

Tongeren 28.06.1902   Mechelen 24.10.1987 

Zoon van spoorwegbeambte Jean en Truiense Marie Berbe Herbots . Studeerde te Lokeren, Turnhout en Rekem. Minderbroeder 1918, priester  1929. Leraar en rector 1934 te Lokeren. Aalmoezenier  tijdens de Tiendaagse Veldtocht. Sint-Truiden 1945. Oprichter-hoofdredacteur Franciscana 1946 en archivaris. 

Medestichter en leraar-directeur H. Grafinstituut 1948. Stichtend secretaris Geschied- en Oudheidkundige Kring  1948. Bibliografie Sint-Truiden en diverse artikels in Historische bijdragen. Artikels in NBIOW, o.m. Surius (De Soer) Bernardinus, minderbroeder en schrijver, in NBIOW, 5, Brussel, 1972, kol. 873-876 en Vaele, Petrus, geestelijk schrijver en volksdichter, in NBIOW, 6, Brussel, 1974, kol. 939-942.

Lit.: Gerard HEYNEN, Biografie van Pater Archangelus Houbaert O.F.M., in Historische bijdragen opgedragen aan pater Archangelus Houbaert o.f.m., (Historische bijdragen over Sint-Truiden, 3), Sint-Truiden. Geschiedkundige kring, 1980, (HBHOUB), p. 7-10; Benjamin DE TROEYER, Bibliografie van Pater Archangelus Houbaert O.F.M., in HBHOUB, 1980, p. 11-13 met aparte aanvulling.
ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be