Ilsbroekx, Gerard, onderwijzer

15.08.1909 Eysden (Nl.) Sint-Truiden 12.05.1999 , x Maria Smets 

Zoon van Victor, koetsier Nieuwenhoven, en Waalse vroedvrouw Rosalie Pire.  

Leerling Sint-Trudo-instituut. Normaalschool Sint-Thomas Brussel 1924. Onderwijzer eerste leerjaar Sint-Trudo-instituut 1928. Diploma privé-detective 1934. Afgevaardigde Kinderrechtbank Hasselt 1937 en Filmkeuringscommissie 1939. Vijfde leerjaar 1939. Leergang Frans na de lesuren 1929. Vader van Willy, verzamelaar reprofoto’s oud Sint-Truiden. Animator en duivel-doet-al. Jeugdtoneelauteur  op aandringen van Hendrik Prijs en regisseur Fidelio, de gelaarsde kat 1951, Assepoester 1952, Bartje en de toverknuppel 1953, De Drie Raven 1954, De Wondere boog 1955, De rattenvanger van Hammeln 1957, Bertje’s droom 1958, De wraak van Simmeke 1959, Bange Piet ziet spoken! 1960 en De kroon van koning Pom 1961. Met muziek door Lucien Witters en later door zoon en onderwijzer Jacky (1935-1999). 

Toezichthouder Academie Beeldende Kunsten. Werkgroep Trudofeesten  1956. Secretaris-penningmeester en later voorzitter Oud-leerlingenbond Academie 1970. Secretaris Katholieke Turngroep Sint-Trudo  1957. Bevriend met collega Albert Covens en sportreportages in De Tram onder pseud. ‘Crispijn ’.

Publ.: Assepoester. Sprookjesspel met zang in drie bedrijven (voor kinderen van 10 tot 14 jaar), muziek van Lucien Witters, (Jeugdtoneel, reeks 3, 19), met partituur, Brugge: Britto, z.j.
Info: Willy Ilsbroekx.
Albert COVENS, huldigingsspeech 09.10.1955; Fernand NICOLAÏ, in Trudo-Jeugd, 3, 1968, september, p. 5-6.
ONTDEKKING VAN DE DAG

Een marmeren buste voor de oud-burgemeester

Clement Cartuyvels  was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek. 



De bank Cartuyvels:



Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels  in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na. 







Lees: 
Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011, p. 39 en 43-45.