Sint-Maartenkerk

Sint-Maartenkerk

Geschiedenis

De eerste kerk, voorheen Heilig Grafkerk genoemd, is waarschijnlijk omstreeks 1083 gebouwd onder leiding van abt Adelardus II  van de abdij van Sint-Truiden. De kerk werd voor het eerst vermeld in 1215 en was in die tijd afhankelijk van de Onze-Lieve-Vrouwekerk . Tot aan het eind van het Ancien Régime benoemden de abten van Sint-Trudo de pastoors van deze Heilig Grafkerk, vanaf 1706 werd de kerk pas gewijd aan Sint-Maarten. In 1221 wordt de kerk met de omliggende huizenblokken door brand verwoest. In dezelfde eeuw wordt de kerk heropgebouwd, evenwel zonder toren. Van de 11e- en 13e-eeuwse voorgangers van deze kerk is niets meer over. Ook van de nabijgelegen Sint-Kathalijnekerk  is niets meer over. Deze bevond zich in de huidige stationsomgeving.


De vroegrenaissancistische kerktoren dateert uit het midden van de 16e eeuw. De aangebouwde neoromaanse kruisbasiliek werd in 1895 gebouwd naar een ontwerp van architect Edmond Serrure . De toren is al sinds 1936 beschermd; in 1997 werd ook de rest van het kerkgebouw beschermd.

Architectuur

Exterieur

De Sint-Maartenkerk is een neoromaanse, driebeukige kruisbasiliek met een hoge, vierkante westtoren, een driebeukig schip van vijf traveeën, een transept van tweemaal één travee en een koor met een rechte travee en een halfronde apsis, geflankeerd door sacristieën. De apsis bezit een dwerggalerij. Het laatgotische hoofdportaal bevindt zich onder de toren; een tweede, zuidwestelijk ingangsportaal is neoromaans en heeft een gebeeldhouwd timpaan met een afbeelding van de Hemelvaart van Christus. Het gebouw is grotendeels opgetrokken van mergelsteen met gebruikmaking van kalksteen en zandsteen. De kerk wordt gedekt door leien zadel- en lessenaarsdaken. 


De as van het schip staat schuin op die van de toren. De toren is grotendeels opgetrokken uit Limburgse mergel; de plint (met afzaat) is van een ander soort kalksteen. De toren heeft zeven geledingen. De renaissance-invloed spreekt duidelijk uit de sterke horizontale gevelindeling en een aantal ornamenten, hoewel andere elementen nog laatgotisch zijn, onder andere het portaal en de steunberen. Het portaal strekt zich uit over de eerste en tweede geleding van de toren en bestaat uit een gedrukte rondboogpoort in een spitsboogvormige omlijsting met profilering. In de derde torengeleding bevinden zich twee blinde rondboogvensters, waarvan de posten zijn uitgevoerd als Toscaanse zuiltjes. De vijfde geleding bestaat eigenlijk uit een fries van verdiepte, vierkante panelen, afgezet met zuiltjes. De zesde geleding vertoont aan elke zijde een vierkant paneel tussen twee blinde oculi. De bovenste geleding heeft aan elke zijde een rondboogvormig galmgat, geflankeerd door tweeledige colonnetten die een uitspringende waterlijst dragen. Daarboven bevindt zich een rondboogfries, een kroonlijst en ten slotte de drieledige, ingesnoerde torenspits, gedekt met leien.

Interieur

De Sint-Maartenkerk is een langgerekte driebeukige basilica met korte transeptarmen en een vrij klein priesterkoor. Zowel het middenschip als de zijbeuken en het transept zijn gedekt met houten balkenplafonds. Het houten plafond is versierd met wapens van Sint-Truidense families uit de 17e eeuw, afkomstig uit de oude kerk. De apsis heeft een half koepelgewelf. De begane grond van de kerktoren wordt overkluisd met een stergewelf. De doorgang naar het schip wordt gevormd door een gotisch spitsboogportaal met sterk geprofileerde dagkanten en archivolten op hoge basementen. De zijbeuken worden gescheiden van de middenbeuk door rondboogarcaden op vierkante pijlers. Daarboven bevinden zich rondbogige bovenlichten. Het vrije donkere interieur is sober aangekleed.

De kerk bezit een belangrijke collectie laatgotische beelden, onder andere een gepolychromeerd houten beeld van de Verrezen Christus uit het tweede kwart van de 15e eeuw en een reeks gepolychromeerde houten beelden uit het begin van de 16e eeuw, onder andere een calvariegroep met Onze-Lieve-Vrouw en Johannes op een triomfbalk, een Christus-op-de-Koude-Steen, een Piëta, een ruiterbeeld van Sint-Maarten en nog een beeld van Sint-Maarten. Verder bezit de kerk enkele beelden uit de barokperiode, onder andere van Christus in het graf, Sint-Rochus, Sint-Eucherius en Sint-Trudo. Van het kerkmeubilair kunnen genoemd worden twee neogotische biechtstoelen en een arduinen wijwatervat uit de 18e eeuw.

 Bron: Wikipedia

ONTDEKKING VAN DE DAG

Baltus, Georges (Richard Michel Guillaume) Marie, kunstenaar

Kortrijk 3.05.1874   Overijse 24.12.1964   Sylvia Hildebrand  Adrienne Revelard  

Zoon van Richard, handelaar koloniale waren  Grote Markt, en Emérense Vanhoren, textielhandelaar . Vader van kunstschilder en architect Ado (1918-1990). Toevallig geboren te Kortrijk bij verwant industrieel Adolf Nijs en Margaretha Baltus tijdens handelsreis. Jeugd in Sint-Truiden, aangetrouwde neef van Aldous Huxley . Kleuterschool zusters en rijksmiddelbare school. Rebels student atheneum Hasselt, jezuiëtencollege Saint-Servais Luik, Bad Godesberg (Bonn). Academie Brussel 1891, leerling van Portaels. Studiereis Engeland en ontdekking Prerafaëlieten. Leerling van Navez. Parijs 1895 Salon Rose-Croix en vriend van Maeterlinck en Pélatain. Firenze 1896-1904, restauratie fresco’s. Huwelijk Munchen 1904 met Sylvia (+1926) dochter van prof. Adolf (von) Hildebrand. Hertrouwd 1947 dichteres Revelard. Leraar glaskunst Glasgow School of Art 1905-1918, maar tijdens vakantie in Sint-Truiden tijdelijk geblokkeerd door Duitse inval augustus 1914. Leraar academie Leuven 1918 en sierkunstschool Elsene 1924. Inspecteur kunstonderwijs Vlaamse landsdeel 1928. Medewerker ‘Le Dessin’ Brugge 1929-1930. Albert Latourstraat Brussel. Sint-Truiden 1946. 

Beïnvloed door Prerafaëlieten en Quattrocento. Symbolist met aandacht voor de femme fatale. Schilderen, lithografie, etsen, glasschilderkunst, kartons voor tapijten, ex -libris, boekillustraties . Dichter, beïnvloed door leraar Victor Remouchamps in het Atheneum Hasselt. Verzamelaar Japanse grafiek. Tentoonstellingen in grote Belgische steden en Biënnale Venetië 1930, 1931 en 1934. Opdrachten van vooraanstaande families en hof. Connecties met koningin Elisabeth. Prijzen Parijs 1927 en Brussel 1935. Gouden medaille Exposition Arts Décoratifs Parijs. Werken in diverse musea Elsene, Leuven, Franse Gemeenschap, Koninklijke Bibliotheek Brussel, London. 

Christina de Wonderbare  1915 en Trudo 1912 (rijksbezit) in OLV-kerk Sint-Truiden

Muurschilderingen galerie Ravenstein Brussel . Glasramen in Sint-Stefanuskerk Sint-Pietersleeuw  uit Koninklijke Kapel Wereldtentoonstelling Brussel 1935 en in gemeentehuis Vorst 1938. Deelname retrospectieve Landschap in Limburgse kunst Hasselt 1954 met Nacht te Velm. Tentoonstelling 100 jaar geboorte in Galerij Regard 17 Brussel 1974. Aquarellenreeks Roches et nuées, lithoreeks Merveilles. Schilderij Boerenkrijg  1914 verworven door stadsbestuur Sint-Truiden 1987.




'Servantes de Saint-Trond', G.M. Baltus 1910 (uit: NORMAN, DELAHOUSSE en DE BRAEKELEER 1991). 


Publicaties: Technics of painting, Glasgow, 1912; vert. A. Van Hildebrand, Le problème de la forme dans les arts figuratifs, Parijs: Bouillon; Strasbourg: Heitz en Mündel; Brussel: Lacomblez, ca. 1903.
Lees: M.C., Georges-M. Baltus, Brussel: Les monographies illustrées, z.j.; P.A. LEGRAND DE REULAND, Georges M. Baltus, (Anthologie des artistes Belges contemporains, 2), Brussel: Pro Tempore, 1939, met o.a. gedicht over Sint-Truiden en schilderij Ordingen kapel; DE SEYN, p. 28-29; P. CLERINX, Bij het schilderij van Christina door mr. Georges Baltus, in Christina de Wonderbare. Gedenkboek 1150-1950, Leuven: Bibliotheca Alfonsiana, 1950, p. 36-38; WIEDAT, p. 21; Raoul CHANET, Baltus, Georges, Richard, Guillaume, Michel, Marie, in Hier en nu Sint-Truiden, nr. 21, 1974, p. 20; Centenaire de G.M. Baltus, tentoonstellingscatalogus, Brussel: galerij Regard 17, 1974; Ivo BAKELANTS, De glasschilderkunst in België in de negentiende en twintigste eeuw. Repertorium en documenten, B., Wommelgem: Den Gulden Engel, 1986, p. 237; Herdenkingsbrochure naar aanleiding van de schenking van het schilderij ‘De Boerenkrijg’ van Georges Marie Baltus, door zijn zoon, de heer Aldo Baltus, aan de stad Sint-Truiden, ST:stadsbestuur; 1987; Anne NORMAN, Anne DELAHOUSSE en Catherine DE BRAEKELEER, Georges-Marie Baltus 1874-1967, z.p., 1991; Kamiel STEVAUX, Sint-Truiden en het ex libris, Sint-Truiden 2003, p. 15-16 noot 41 en 18; BEKTRUI, 1, 2004, p. 10-11; TRUDO, 1993, p. 152-153; Albert BONTRIDDER, Baltus, Ado, in NBIONAT, 7, 2003, p. 19-21; RASKIN, p. 34-35; Alison BROWN, Ray MCKENZIE en Robert PROCTOR, The flower and the green leaf. Glasgow School of Art in the time of Charles Rennie Mackintosh, Edinburgh: Luath Press, 2009, p. 65.