Een korte geschiedenis van Sint-Truiden

Een korte geschiedenis van Sint-Truiden

Trudo

Er zijn weinig steden waarvan het ontstaan en de vroege ontwikkeling zo goed kan gevolgd worden als Sint-Truiden. De naam zelf verraadt de oorsprong. Sint-Truiden dat is Trudo , de Frankische edelman die rond 650 een kerk en klooster bouwde op een kleine verhevenheid naar het noorden toe, waar de Cicindria  aan de linkerzijde door een breed dal vloeide. De kleine gemeenschap werd een welvarende abdij die tot het einde van de achttiende eeuw wel en wee van de stad zou meemaken.

Rond de abdij is al snel een nederzetting gegroeid, maar een echte stroomversnelling kwam er in de elfde eeuw. De bedevaarten naar het graf van Sint-Trudo brachten niet alleen rijkdom voor de abdij maar ook welvaart voor de velen die buiten de landbouw werk zochten.

In die periode bouwde abt Adelardus  zijn grote abdijkerk. De toren en de overblijfselen van de crypte geven nog een beeld van de honderd meter lange kerk. De abdijgebouwen blijven getuigen van de kracht en de uitstraling van Trudo's stichting. Adelardus (ver)bouwde de Onze-Lieve-Vrouwekerk en bouwde ook de Sint-Gangulfuskerk . Onder dezelfde abt - de abt was medeheer naast de bisschop van Metz  - werd Sint-Truiden omgord met een aarden wal, een houten palissade en versterkte toegangspoorten. Terecht omschrijven officiële documenten uit die tijd Sint-Truiden als oppidum, versterkte stad. De nederzetting bij de abdij was een stad geworden.

Omwalling

In 1129 werd de eerste omwalling vervangen door een stenen vestingsmuur, die werd uitgebouwd tot een indrukwekkende gordel van poorten en torens. Na de ontmanteling in 1675 en de afbraak van de overblijvende muren bleef het tracé bewaard in het stadspark en de vesten. Van de Brustempoort bleef een nog omvangrijk ondergronds gedeelte bewaard.

De groei en bloei van de middeleeuwse stad werd sterk in de hand gewerkt door de lakennijverheid en de verre handel. Sint-Truidense handelaars trokken naar Engeland, naar de jaarmarkten van Champagne, naar talrijke steden in het Duitse rijk. De Grote Markt  blijft de belangrijkste getuige van de plaatselijke handel : vanuit het kerkplein van de abdij werd een steeds grotere ruimte voorbehouden voor de talrijke marktactiviteiten. Middenin, op de scheidingslijn van het district van de abt en dat van de prins-bisschop (sinds 1227 was dat de prins-bisschop van Luik), werd een hal gebouwd. Later, in de achttiende eeuw, werd over de hal en rond de hallentoren het stadhuis gebouwd. Met de abdijtoren en met de Onze-Lieve-Vrouwekerk  werd dat het uithangbord van de stad.

Dertien stielen

De economische en sociale activiteiten in de stad werden georganiseerd in dertien ambachten. Binnen het land van Luik bevochten zij mee de deelname van de steden in het staatsbestuur en in eigen stad verwierven ze de democratische controle over het stedelijk bestuur. Als symbool daarvan werd bij de hal een perron opgericht bekroond met een vergulde adelaar.

Na de vijftiende eeuw trad er een stilstand op die voortduurde tot in de 19de eeuw. Wel werd er vooral in de achttiende eeuw werk gemaakt van de verfraaiing van kloostergebouwen en burgerhuizen.

Fruitteelt

Na 1830 werden de leegstaande kloostergebouwen de nieuwe huisvesting van congregaties, die van Sint-Truiden een uitgesproken onderwijs- en verzorgingscentrum maakten. Blijvend was de marktfunctie in een uitermate vruchtbare landbouwstreek. De fruitteelt vanaf het einde van de negentiende eeuw zou daaraan heel eigen kenmerken geven.

Het is opvallend dat de eerste nieuwe straten en wijken er pas kwamen bij het begin van de 20ste eeuw. Maar vanaf dan veranderde er steeds meer en in steeds snellere mate. Zelfs de uit de middeleeuwen stammende gemeentegrenzen werden doorbroken. Daardoor kwamen gemeenten met een eigen eeuwenoude geschiedenis bij mekaar terecht. In Zepperen  ging de jonge Trudo zijn bisschop opzoeken. In Brustem  bouwden de graven van Loon  een burcht tegen Sint-Truiden. Duras  herinnert aan de plaatselijke graven die zich vaak mengden in de conflicten rond abdij en stad.

Een middeleeuwse stad en veertien historische gemeenten vormen nu een prachtige staalkaart van oude tradities én moderne activiteiten in het vruchtbare land van Haspengouw.

Bron: wikivoyage


ONTDEKKING VAN DE DAG

Bormans, Jan Hendrik, taalkundige

Sint-Truiden 17.11.1801   Luik 03.06.1878  Maria Ida Esselen 

Zoon van tabakshandelaar en gemeenteonderwijzer Willem uit Gingelom en Marie Françoise Vandevelde. Vader van archiefkundige Stanislas (1835-1912) . College Sint-Truiden. Studeerde klassieke talen in Luik. Docent poësis en retorica Seminarie Luik 1818-1820, studiemeester Koninklijk College Luik 1820-1825. Lessen gevolgd universiteit Luik bij proffen Fuss en Gall. Thesis bekroond in 1823, maar opleiding niet afgemaakt. Docent en principaal College Sint-Truiden 1825-1834, bekommerd om moedertaalonderricht. Rector College Hasselt 1834-1835. Hoogleraar Nederlandse en later Griekse letteren Universiteit Gent 1835-1837. Contact met Gentse flaminganten en interesse Middelnederlands. Hoogleraar  klassieke talen Universiteit Luik 1837-1865, ook Nederlands sinds 1851. Lid Koninklijke commissie voor geschiedenis en Klasse der Letteren van de Koninklijke academie van wetenschappen, letteren en schone kunsten 1847. 

Lid van de Spellingscommissie en promotor eenmaking Noord- en Zuid-Nederlandse spelling. Lid van de Commission permanente chargée de la publication des anciens monuments de la littérature flamande 1848. Ruim 63 boeken en bijdragen over Latijnse taal- en letterkunde, Oudfranse literatuur en Middelnederlandse letteren. In 1850 publiceerde hij Het leven van Sint-Christina de Wonderbare en in 1857 Het leven van Sint-Lutgard. In 1857 kondigde hij ook de ontdekking van de Sint-Servatiuslegende van Hendrik van Veldeke aan. Deels verlamd vanaf 1859. Stapelstraat. 

Onuitgevoerd plan voor Bormansfeesten Sint-Truiden 1903, vergeefse oproepen voor straatnaam in 1908 en 1975. Padnaam gepland in 2005. Koorglasraam Sint-Lutgardiskerk Tongeren als pendant van glasraam Gezelle, met torens van Gent, Tongeren en abdij Sint-Truiden. Eugeen Yoors, gift VTB 1957. Prijs Professor Bormans 1950 Veldeke-Leëncomité voor taalkunde en essays door Limburgse auteurs. 

 Publicaties: Ontdekking, lotgevallen, andere beschrijving en een paer uittreksels van ’t handschrift bevattende de ouddietsche berijming der levens van de H. Lutgardis en de H. Christina, in De Middelaer,1, 1840-1841, p. 142-150 en 185-200 en 3, 1842-1843, p. 191-304; Brief aen den Heer W. van West-Pluymers, boekdrukker te Sint-Truiden, in De school- en letterbode, 1, 1844; Lijst van woorden en spreekwijzen uit het Limburgsch (Truiers) dialect, in Archief voor Nederlandsche taalkunde, 2, 1850; Lettre de J.-H. Bormans à Mr. Charles Grandgagnage sur les éléments thiois (flamands) de la langue wallonne, Luik, 1856. Info: Jo Van Mechelen.
Lit.: Pierre WILLEMS, Notice sur Jean-Henri Bormans, membre de l’Académie, in Annuaire de l’Académie royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique, 47, 1881, p. 181-230, met portretgravure door Joseph Demannez; X, J.-H. Bormans en Sint-Truiden, in De Tram, 1903, reeks van drie artikels met nawoord; Oswald ROBYNS, Jan Hendrik Bormans, met bibliographie, in Limburgsche bijdragen, 6, 1907-1908, p. 28-71; Edouard PONCELET, Jean-Henri Bormans 1801-1878, in Les membres de la Commission royale d’histoire. Notices biographiques, extrait du livre jubilaire, Brussel, 1934, p. 155-161; J. H. VANDERHEYDEN, De Limburger J.H. Bormans als neerlandicus, in Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, 1955, p. 253, noot 1; P. HESSMANN, in NBIOW, 1, 1964, kol. 221-222; J. DESCHAMPS, Prof. J.H. Bormans als uitgever van middelnederlandse handschriften, in HBSint-Truiden. 1968, p. 60-63; Th. COUN, Uitgave-techniek en tekstcritiek in de Middelnederlandse tekstuitgaven van J.H. Bormans (1801-1878), lic.verh., Leuven: KU, 1969; Pierre HESSMANN, De briefwisseling Bormans-Gezelle, in Gezelliana, 1, 1970, p. 28-48; Guido WULMS, Jan-Hendrik Bormans (1801-1878), (Vlaamse Toeristische Bibliotheek, 226), Antwerpen: VTB, 1977; ID., J.H. Bormans over de literatuur van zijn tijd (1840-1846), in Hulde-album Dr. F. Van Vinckenroye, Hasselt: Provinciaal Hoger Handelsinstituut, 1985, p. 321-329; ID., Hendrik Bormans, (Limburgse Monografieën, 47), Hasselt: KVLS, 2001; Georges HANSOTTE, in Nouvelle Biographie Nationale, 2, 1990, p. 40-41; Ada DEPREZ, in NEVLAB, p. 558-559; Roger VANBRABANT, Gedenkbord voor een Truienaar? Jan Hendrik Bormans regelde indertijd onze spelling, in HBVL, 18.08.1975 en in Heemkundige Kring Groot Sint-Truiden, 4, 2001, nr. 1, p. 17-19; Ulrich MAES, Naus aut Sintruyn: het dialect van Sint-Truiden in de negentiende eeuw, in Jaarboek van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde, 9, 2007, p. 40 en 55.