Bergzabern (D.) 19.04.1885 Sint-Truiden 22.07.1970 Josephine Coenen
Zoon van uurwerkmaker Wilhelm en Marie Cathérine Knetemann uit Amsterdam. Sinds 1891 in Sint-Truiden. Huwelijk met Sint-Truidense kappersdochter in Wittem (Nl.) 1913.
Horlogemaker, pionier elektriciteit en telefonie o.a. in kastelen. Verstekeling in Ziekeren en boven kapperszaak schoonouders tijdens WO I. Avondleergangen Academie Sint-Truiden. kunstschilder, fotograaf. Betrokken bij Festraets-uurwerk samen met Camille Festraets, Hendrik Prijs en Achille Thijs. Varkensmarkt, Zoutstraat, Tiensestraat. Vader van Willy Pfeffer-Claes, eerste directeur cultuurcentrum en grootvader van Willy, toneelmeester cultuurcentrum. Lid H. Familie. Beheerder n.v. Electro-Financie en afgevaardigde-beheerder s.v. Electro-Limburg.
Foto als knaap in middeleeuws kostuum te paard, Trudofeesten 1893.

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen."
Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan.
Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen."
Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!"
X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.
Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be