Pieters Aline (Marie Mélanie Caroline), fotograaf 'Miss Kodac'

Diksmuide 05.12.1887  Sint-Truiden 16.11.1958  ongehuwd 

Dochter van geneesheer Aloïs en Maria Elisa Haegens. Zus van minderbroeder pater Idesbald (+1954). Ll. Instituut H. Familie. Opgeleid tot ambulancier WO I. Naar Sint-Truiden 1921. Winkel textiel en fotografiemateriaal hoek Hoogbrugstraat-Ursulinenstraat. Vriendin van rentenierster Julie Stassart Staar. Volksnaam Miss Kodak . Hoofdambulancier Rode Kruis. Opgravingen Truiense gesneuvelden mei 1940 in Tielt. Lid van de weerstand. Ziekentransport en repatriëring slachtoffers WO II. Fotografeerde o.a. oude gebouwen en stoeten in Sint-Truiden en omgeving.

Grafsteen Schurhoven .

Lit.: Jack NAUS, 140 jaar Rode Kruis Sint-Truiden, Sint-Truiden. Rode Kruis, 2010, p. 114-115 en 251-254.
ONTDEKKING VAN DE DAG

Alomme rust

Alomme rust

De Zondag-middag is héél ingetogen.
De
luchten, klaar van winterkilte, beven
met teeder rood van lage zon doorweven;
de luchten, waar geen vogel komt gevlogen...

De middagrust mag gééne stoornis doogen.
Al
wil somwijlen vluchtig óverzweven
een verre galm van joelend kinderleven :
dra weegt de klare rust weer onbewogen.

Is het in sneeuw – die dezen nacht zoo zacht
de stille stede zwachtelde in heur vacht –
dat doezel-vaag verdooven nu geluiden?

O vrome middagvrede van Sint-Truiden,
dat om te ontwaken uit zijn sluimer, wacht
tot plotse kloosterklokken vespers luiden !




Onderschrift bij deze fotoLit.: P. DE PAUW, recensie in Boekengids, 1, 1923-1924, nr. 361; L. BRANS, Hilarion Thans o.f.m., in Monografieën van de Koninklijke Vereniging van Limburgse Schrijvers, 3, nr. 4, december 1992.
Gedicht in Hilarion THANS, Omheinde hoven, 4de uitgave, Mechelen, Sint-Franciscusdrukkerij, 1927, p. 35.
Hilarion Thans (Maastricht 1884 – Lanaken 1963), minderbroeder en auteur. Gedicht geschreven tussen november 1909 en maart 1910 op onoogige papiertjes toen de jongeman bedlegerig was van een bloedspuwing in het Sint-Truidense klooster. Uit de bundel Ziekebloemen. II. Open ramen. Voor het eerst verschenen onder pseudoniem F.M. Minderbroeder in ’t Daghet in den Oosten, 16, 1910, p. 58 als gedicht nr. XXI met bijhorend citaat Facta est tranquillitas Magna. En er kwam een groote rust (Evang.).