Placentius, Joannes (Leo), Vrolik (?), Strauven (?), auteur

Sint-Truiden ca. 1500  Maastricht 04.02.1548  

Ll. Broeders Gemene Leven in Luik en ’s-Hertogenbosch, en Dominicanen Leuven. Dominikaan te Maastricht, dichter, toneelkundige en weinig kritisch geschiedkundige. Historisch werkje over Tongeren-Maastricht-Luik. 

Gedicht Pugna porcorum per P. Porcium poetam 1530, waarin alle woorden met P beginnen, krachttoer die vele herdrukken kende. Bijbels toneel Susanna en kluchten Clericus Eques en Lucianus Aulicus, alle gedrukt in Antwerpen. Mogelijk pseud. ‘Eusebius Candidus’. Noemt zich Trudonensis Dominicanus  en Trudonensis poeta .

Publ.: Catalogus omnium antistitum Tungarorum, Trajectensium ac Leodiorum et rerum domi bellique gestarum Compendium, Antwerpen: Vorsterman, 1529, met grafschriften voor adellijke dames uit regio Sint-Truiden. Pugna porcorum (ed. Ulysse Capitaine), Luik: Carmanne, 1856, met biografische nota p. 5-27; Susanna per Placentium evangelisten lusa, bijbels toneelstuk 1532, ed. Antwerpen: Martinus Caesar, 1534. Lit.: Nicolaus CAROLUS, lofdicht op Placentius in diens Catalogus…; Ulysse CAPITAINE, Notice sur Jean Placentius, in Bulletin de l’Institut archéologique liégeois, 2, 1854-1856, p. 299-327; A. DELESCLUSE, in BIONAT, 17, 1903, kol. 695-697; G.A. MEIJER, in Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek, 2, Leiden, 1912, p. 1106; Jan GESSLER, Over den naam van Joh. Placentius en andere onomastische latinisaties, in Philologische studien, 15, 1944, p. 15-30; Madeleine LAVOIE, La vie et l’oeuvre de Jean Placentius de Saint-Trond, in Bulletin de la Société des bibliophiles liégeois, 19, 1956, p. 29-47; J. IJSEWIJN, The real name of Johannes Placentius, in Humanistica Lovaniensia, 25, 1976, p. 283-284; Elisabeth GOVAERTS, Placentius’ Clericus eques en het verhaal de Barta. Een bijdrage tot de geschiedenis van het komisch toneel in de Neolatijnse literatuur der Nederlanden, lic.verh. klassieke filologie, Leuven: KU, 1981, p. 19-
ONTDEKKING VAN DE DAG

Folcardus, abt ST

 Sint-Truiden 11.05.1145 

Jong ingetreden als monnik. Cellarius en cantor 1108, proost 1112. Ondanks protest van graaf van Duras  tot abt gewijd in Fosse 1138. Restaureerde verder de abdij na Rodulfus o.a. slaapzaal, kapittelzaal en infirmerie. Was in conflict met Arnold van Diest en maakte bezetting mee door Godfried van Brabant in 1140 en 1142. Ontving talrijke schenkingen van lokale burgerij, maar onderging brouwersopstand in 1143-1144. Liet goed in Hakendover  na. Begraven in midden abdijkerk 1145.

Lit.: RECUEIL, p. 14; MONBEL, p. 43-44; KRONIEK2, p. 10-24.