Portmans, ridder (Frans Maria) Ferdinand, burgemeester Hasselt

Sint-Truiden 23.12.1854  Hasselt 19.03.1938  Marie Roelants 

Zoon van vrederechter Jean Ignace Charles, tevens kantonnaal inspecteur lager onderwijs, en Elisabeth Charlotte Florentine Vanham. College Sint-Truiden. Jurist Leuven. 

Medestichter eerste mutualiteit Sint-Truiden en voorzitter schoolcomité tijdens schoolstrijd. Notaris en plaatsvervangend vrederechter Hasselt 1885. Gemeenteraadslid 1881-1887 Sint-Truiden en lid weldadigheidsbureel 1883-1886 Sint-Truiden. Provincieraadslid 1892-1912. Vader van priester-leraar en pastoor Etienne Stephanus (1895-1962). 


Burgemeester Hasselt 1895-1937. Katholiek volksvertegenwoordiger 1912-1923 en senator ter vervanging van Edmond Whettnall 1913-1932. Ridder 1929. Voorzitter Comité Hulp en Voeding WO I. Begraven oud kerkhof Hasselt, monument met alliantiewapens. Borstbeeld in stadsmuseum Hasselt door Emile Cantillon ca. 1905. Straatnaam Ridder Portmansstraat Hasselt.

Info: ODIS-databank en website Hasel.
Lit.: HBVL, 21.03.1938; VAN MOLLE, p. 275; J. GRAUWELS, De straatnamen van Nieuw-Hasselt, Hasselt: Heideland, 1980, p. 80.
ONTDEKKING VAN DE DAG

Een weerwolf in Melveren

Een weerwolf in Melveren

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen." 

Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan. 

Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen." 

Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!" 

X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.


Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be