Couplets de "Jan”

Couplets de "Jan”

“Ne parle pas” och .Jan, dje moet niks zeggen,
Want en de stad weudt sebiet gelameerd :
Ich bevroeg mich : wa zoo ich waôl aanleggen
Dô op de merk, weudt veul te veul verteerd !
Ich keus mischien ekleè besluijtje nemen
Ver dien och d'aander vreumd concert te verbiên;
Het spel was tâ, en s'hâne mich vergeten !

Ne parle pas, och Jan, ne parle pas. 

Ne parle pas, och Jan, dje moogt niks zeggen
Ich hâ schoen roepen op Mil, op Ree, op Trien ;
Ich stond dô djust 'lek en hin dij moet leggen
Al biddende ‘ne vader ons of tien!
Ich was bekan door de pikdroôd gekropen,
En docht: God geef! Da se de scheur nê zien!
Het park was tâ, ma d’achterdeur stond open;

Ne parle pas, och Jan, ne parle pas.

St-Trond s’éveille!!!, Sint-Truiden: Maatschappij Cicindria, 30 december 1906, drukkerij A. Berqueman, Brussel. Evenementenmaatschappij van liberale inslag sinds ca. 1903, met voorzitter machinefabrikant ijzergieter Julien Goffin, secretaris Sylvain Cartuyvels en erevoorzitter suikerfabrikant Guillaume Mellaerts. Later als Cicindria St-Trond Sportif ook organisator van sportmanifestaties en voetbalclub. In deze muzikale revue in de zaal van de Koninklijke Harmoniemaatschappij wordt de draak gestoken met het stadsbestuur. Hier in het bijzonder met een katholiek en zuinig gemeenteraadslid Jan.
 Wijze: Dragons de Villars.



ONTDEKKING VAN DE DAG

De trap des aanstoots

De Luikse architect Etienne Fayn slaagde erin om een mooi stadhuis in Luikse classicisme te ontwerpen rond de oude halle en de belforttoren. De stadsmagistraat betrok zijn nieuwe symmetrische bouw in juli 1759 onder begeleiding van drie kanonsalvo's. De interieurafwerking, vooral door de modieuze Luikse vakmensen, moest toen nog beginnen.
Maar... die saaie horizontale kroonlijst wou de stad als bouwheer toch verbeteren. Kijkend naar Brabant en Antwerpen liet ze in 1766 zwierige frontons met klokgevel, curven en tegencurven plaatsen aan de hoofdgevel. Pater minderbroeder Johannes Bolgrez bracht een plan mee uit Antwerpen. Ook kwam er een dubbele puitrap naar de verdieping, om de begane grond te kunnen verhuren. Enkele jaren later verdween deze blijkbaar té bombastische ingreep terug. 

Eigentijds kroniekschrijver Debruyn is genadeloos voor zoveel pretentie en tekent - met veel lekenfantasie - dit on-Luikse gedrocht. Hij schrijft ook hoe men half juni 1766 bouwt aan "eene nieuwe blauw steene balcon, ende het frontispicium wierd verciert met nieuwe crollen, oock met eenen nieuwen noijt in dese landen geinventeerde blauw steenen trap dienende tot spot der borgers ende vreemdelingen hier passerende om het onnodigh ende verquist geldt". 

Van deze verbeteringsoperatie getuigt nog een jaartalsteen met stadswapen boven het balkon. 






Lees: Christine VANTHILLO, Het stadhuis van Sint-Truiden, van binnen uit bekeken, in Sint-Truiden in de 18de eeuw, tentoonstellingscataloog, Sint-Truiden: Sint-Truiden 1300 vzw., 1993, p. 109-117; Fernand DUCHATEAU, Het boek van Debruyn. Een kroniek van de achttiende eeuw in Sint-Truiden, in idem, p. 168 en 209-267 en Sint-Truiden 1693-1793, in idem, p. 7-26; Het stadhuis van Sint-Truiden. Hart van de democratie, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2018, p. 131-133.