Couplets des Chasseurs

Couplets des Chasseurs

Nous avions en notre ville
C’est à s’faire de la bille
Nous avions un escadron
D’artilleurs en garnison;
Ce fut pour le Saint-Tronnaire
Une très bonne affaire
Mais maint’nant, nom de nom,
Voilà c’que nous avons:
C’est une poignée d’chasseurs
Encor mineurs;
La vill’peut être fière, oui très fière
Ils n’peuvent pas frequenter…
Les cafés

Ga hier verder...Paraît qu’ils ne supportent bas la bière.
Puis on vint nous les prendre,
Les artilleurs durent s’rendre,
Bien vite à Tirlemont,
Et dire : Adieu Saint-Trond!
Mais pourqu’ça nous n’dérange,
Nous reçumes en échange
Un escadron de lanciers :
Mais ça n’a pas duré.

Aujourd’hui en notr’ville
- C’est à s’faire de la bile –
Nous avons un peleton,
De g… en garnison.
C’est pour le Saint-Tronnaire
Un bien sale affaire;
On peut petitioner
Mais cela n’peut rien changer.

Refrein:
Il restra les chasseurs etc…

Revue in één bedrijf met voorspel en ballet Zij dje nè w…!!!, opgevoerd door De Meibloem en Carl Verhoeft Brussel, Sint-Truiden 19 september 1909, brochure Sint-Truiden: Jos. Leenen. Tekst door A.B., A. O. en F.H. Muziek bewerkt door Th. N. en A. B. Thomas Noben. Symphonie Sinte-Cecilia.
 Op de wijze van Les petits chauffeurs.


ONTDEKKING VAN DE DAG

Expo 1907

De ‘Expositie’

De ‘Expositie’ in 1907 was hét supermoment voor Sint-Truiden. Sinds 1860 had het de eerste plaats in Limburg moeten afgeven aan Hasselt. Maar de provinciegouverneur kwam uit Sint-Truiden en een ambitieus team wilde hier de Luikse tentoonstelling van 1905 overdoen. 




In 1907 volgde Sint-Truiden het Luikse voorbeeld van 1905 en hield een provinciale tentoonstelling op een lange strook van de braakterreinen bij het spoorwegstation tot en met het stadspark. Een brug leidde de bezoekers over de Diestersteenweg. De volkswijk De Hel had plaats gemaakt voor het ‘klein stadspark’. Bij de paviljoenen vielen vooral het Paleis de Mijnen en het bouwsel van de steenkoolmijnen van Dahlbush op. De steengroeven van de Ourthe lieten een gedenkzuil oprichten en de oude Parkschool herbergde veilig de tentoonstelling van Oude Kunst.

Een stadsgenoot, baron Henri de Pitteurs-Hiegaerts was sinds 1894 provinciegouverneur en in augustus 1901 werd in Limburg steenkool ontdekt, waar dezelfde familie belangen had. Dokterszoon en bankier Leon Debruyn nam het voortouw. Zijn zwager was notaris Nagels. Ook de ondernemers Baltus, koloniale waren, en Claes-Lekens, bouwpromotor, waren ambitieus. Het organisatiecomité bood een model arbeiderswoning aan het Bureel van Weldadigheid (OCMW), die nog steeds bestaat in de Spoorwegstraat.




Op 28 juli 1907 kon de breedgebaarde, al oudere koning Leopold II met zijn dochter prinses Clémentine vanop de tribune de trekpaarden van Clément Peten uit Velm bewonderen. Ook prins Albert bezocht de tentoonstelling. Op 22 december was het hoogfeest van de belle époque en van de durvende ondernemers in Sint-Truiden voorbij. Meer dan een half miljoen bezoekers en ‘speelreizigers’ – de toenmalige benaming voor toeristen - bezochten expo en stad. De bebouwing in de al geplande nieuwe stationswijk kon starten. Van de expo restte later enkel nog de prestigieuze Prins-Albertlaan en de Expositiestraat, in 1930 vervangen door ‘Astrid’straat. Een gedenksteen staat ingemetseld in een hekpaviljoen van het stadspark. 

Van deze ‘wereldtentoonstelling’ voor de Truienaar bleven talrijke prentbriefkaarten en een pas in 1910 rijkelijk uitgegeven ‘Guldenboek’ bewaard. Uitzonderlijk ook persoonlijke toegangskaarten met portretfoto.


Gedenksteen als herinnering aan de Expo, gemetseld in één van de ingangspaviljoentjes van het stadspark



Kathleen DIGNEF, De provinciale tentoonstelling van 1907 te Sint-Truiden: de ‘Wereldtentoonstelling’ voor de Truienaar, in: Historische bijdragen over Sint-Truiden en omgeving, Sint-Truiden: GOKSint-Truiden. 2006, p. 115-126.