Rutten, Guillaume Gustave

Sint-Truiden 07.05.1833   Goetsenhoven 29.04.1893 

Zoon van winkelier Guilielmus, winkelier Stapelstraat, en Anne Gertrude Ulens.  

Normaalschool Sint-Truiden 1848-1851. Gemeenteonderwijzer  Goetsenhoven 1852-1887. Auteur  van leesboek, didactisch werk en van dialectwerk. Artikels in pedagogisch tijdschrift De Toekomst.

Publ.: Balderik de dierenplager. Leesboek voor de hoogste klas eener lagere school en voor volwassenen, Tienen, 1869; Grondbeginselen der rekenkunde, Tienen, 1875; Bijdrage tot een Haspengouwsch idioticon, Antwerpen, 1890, aanvullend op het Hagelandsch idioticon door Tuerlinckx. Lit.: J. VERCOULLIE, in BIONAT, 20, 1910, kol. 491-492; JORISSEN, MINTEN, p. 56, nr. 136; Ulrich MAES, Naus aut Sintruyn: het dialect van Sint-Truiden in de negentiende eeuw, in Jaarboek van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde, 9, 2007, p. 41.
ONTDEKKING VAN DE DAG

Een weerwolf in Melveren

Een weerwolf in Melveren

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen." 

Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan. 

Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen." 

Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!" 

X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.


Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be