Rodigas, Frans Karel Hubert, apotheker

Elen 23.09.1801   Sint-Truiden 04.03.1877  Antonia Gertrude Vanhoren 

Uit geneesherenfamilie afkomstig van Crombach (vml. Polen). Zoon van geneesheer Pierre en Catherina Elisabeth Lambrechts. Groeide op in kasteel Daniëlsweert en maakte via oom doctor van universiteit Leiden kennis met plantkunde.  

Student Sittard, Maastricht en Luik. Kandidaat fysica en wiskunde, doctor in geneeskunde en pharmacie. Gehuwd met apothekersdochter Sint-Truiden 1826. Geneesheer  en apotheker . Professor  tuin-, plant- en landbouwkunde rijksnormaalschool Lier 1847 op aanraden van minister de Theux. Terug naar Sint-Truiden 1859. Auteur . Werken over tuinbouwkunde o.a. populair handboek, bekroond door regering in 1849. Kruisingen van planten, o.a. Phlox of vlambloemen. 

Voordrachten in Maasland 1862. Lid examenjury’s tuinbouwscholen en vice-voorzitter Boomkwekerskring België. Kandidaat verkiezingen en lid liberale associatie 1869. Vader van botanist Emile, die over hem een biografische notitie publiceerde. Schoonvader van generaal-intendant Belgisch leger Jean Baptiste Mohr.

Publ.: met Julien Deby, Manuel de culture maraichère, (Bibliothèque rurale), Brussel, 1852-1853.
Info: Jack Naus.
Lit.: Emile RODIGAS, Le docteur F.-C.-H. Rodigas, in: Bulletin d’arboriculture, de floriculture et de culture potagère, Gent, 1877; Henri MICHEELS, in BIONAT, 19, 1907, kol. 600-602; JORISSEN; LEMMENS, p. 37; Jack NAUS, 140 jaar Rode Kruis Sint-Truiden, Sint-Truiden. Rode Kruis, 2010, p. 247-248.
ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be