d'Eygenliedje Zepperen

d’Eygenliedje Zepperen

De Startelstraat die net en rein,
Gelijk een steenweg ook moet zijn,
Door ’t hart van d’Eygen gaat.
En ze loopt al krom en ze loopt al recht,
Maar ’t is er in ’t geheel niet slecht,
Want eer ze was met steen belegd,
Werd er van ouds alom gezegd,
Vivat de Startelstraat. 

De Stippelstraat, de schoonste straat,
Die op ons oud gehucht bestaat;
Daarop is het Eigen fier.  
De Burgemeester ook woont alhier,
Gevecht of twisten zijn er raar;
’t Is driemaal kermis in het jaar,
En zondags drinkt men blij te gaar,
Een lekker pintje, malsch en klaar

En de Stokstraat en de Anroyestraat,
Wel wat zeggen we nu daar nog van.
Zo onbewoond, zo klein,
En toch wij minnen ze alle-twee.
Ze tellen ook met d’Eygen mee.
Op d’Eygen is geluk en vree,
En geld en bier en vlees en meel,
Waar kan men beter zijn.

De Standvastige Vrienden van Sint-Antonius op d’Eygen, een rijk en fier gehucht in Zepperen, zongen al minstens sinds 1911 dit liedje. Nog in de jaren zestig door landbouwer en gemeenteraadslid Ernest Bamps (1908-1976) van d’Eygen gereciteerd en op band gezet. Lit.: Leven in Oud Zepperen. Va kjoezestein tot kurrezoug, Zepperen: Remacluskring, 1999, p. ….


ONTDEKKING VAN DE DAG

Folcardus, abt ST

 Sint-Truiden 11.05.1145 

Jong ingetreden als monnik. Cellarius en cantor 1108, proost 1112. Ondanks protest van graaf van Duras  tot abt gewijd in Fosse 1138. Restaureerde verder de abdij na Rodulfus o.a. slaapzaal, kapittelzaal en infirmerie. Was in conflict met Arnold van Diest en maakte bezetting mee door Godfried van Brabant in 1140 en 1142. Ontving talrijke schenkingen van lokale burgerij, maar onderging brouwersopstand in 1143-1144. Liet goed in Hakendover  na. Begraven in midden abdijkerk 1145.

Lit.: RECUEIL, p. 14; MONBEL, p. 43-44; KRONIEK2, p. 10-24.