De Startelstraat die net en rein,
Gelijk een steenweg ook moet zijn,
Door ’t hart van d’Eygen gaat.
En ze loopt al krom en ze loopt al recht,
Maar ’t is er in ’t geheel niet slecht,
Want eer ze was met steen belegd,
Werd er van ouds alom gezegd,
Vivat de Startelstraat.
De Stippelstraat, de schoonste straat,
Die op ons oud gehucht bestaat;
Daarop is het Eigen fier.
De Burgemeester ook woont alhier,
Gevecht of twisten zijn er raar;
’t Is driemaal kermis in het jaar,
En zondags drinkt men blij te gaar,
Een lekker pintje, malsch en klaar
En de Stokstraat en de Anroyestraat,
Wel wat zeggen we nu daar nog van.
Zo onbewoond, zo klein,
En toch wij minnen ze alle-twee.
Ze tellen ook met d’Eygen mee.
Op d’Eygen is geluk en vree,
En geld en bier en vlees en meel,
Waar kan men beter zijn.
Sint-Truiden 11.05.1145
Jong ingetreden als monnik. Cellarius en cantor 1108, proost 1112. Ondanks protest van graaf van Duras tot abt gewijd in Fosse 1138. Restaureerde verder de abdij na Rodulfus o.a. slaapzaal, kapittelzaal en infirmerie. Was in conflict met Arnold van Diest en maakte bezetting mee door Godfried van Brabant in 1140 en 1142. Ontving talrijke schenkingen van lokale burgerij, maar onderging brouwersopstand in 1143-1144. Liet goed in Hakendover na. Begraven in midden abdijkerk 1145.