Quellijn of Quellinus, Artus of Arnold "de jonge", beeldhouwer

Sint-Truiden 20.11.1625  Antwerpen 22.11.1700   Anna Maria Gabron   Cornelia Volders 

Zoon van Arnoldus en Maria Morren, gedoopt door peter Christof Daemen, deken OLV-kapittel, met meter Anna Uittebroek.  

Naar Antwerpen voor 1650. Leerling van zijn gelijknamige neef o.a. aan stadhuis Amsterdam. Meester Sint-Lucasgilde Antwerpen. Italiëreis. Poorter 1663. Beelden, kerkmeubilair en grafmonumenten in late barok. Typische rijk gedecoreerde biechtstoelen in Antwerpse kerken. Ook architect. Beeld God de Vader doksaal Sint-Salvator Brugge 1682. Praalgraf bisschop Capello OLV-kathedraal Antwerpen 1676. Preekstoel Sint-Walburga Brugge 1667. Communiebank abdij Leliëndaal, nu Sint-Rombouts Mechelen 1678. Praalgraf abdis Anna Catharina de Lamboy 1668 Herckenrode, nu Virga Jessekerk Hasselt. Zoons Artus III en Thomas werkten in Engeland en Denemarken.

Portret in Cornelius DE BIE, Het gulden cabinet…, Antwerpen: Juliaen Van Montfort, 1662, p. 553 … natiff de St.Trude, en paijs de Liege…. Monogram A.Q. Grafmonument Sint-Jacobskerk Antwerpen.

Lit.: Edmond MARCHAL, in BIONAT, 18, 1905, kol. 427-434; C.V., Artus Quellin, (Uit St-Truidens’s Verleden), in De Tram, 07.06.1924; BEROEMDE, 1956, p. 42; Iris KOCKELBERGH, in NBIOW, 14, 1992, kol. 541-545; Serge LANDUYT, De funeraire monumenten van Artus Quellinus de Jonge (1625-1700). Een kritische analyse van hun geschiedenis, iconografie en stijl, lic. verh., Leuven: KU, 1998.
ONTDEKKING VAN DE DAG

Een marmeren buste voor de oud-burgemeester

Clement Cartuyvels  was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek. 



De bank Cartuyvels:



Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels  in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na. 







Lees: 
Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011, p. 39 en 43-45.