Halfzuiltje uit de grafkapel van Trudo




Fragment van halfzuiltje in maaskalksteen toegeschreven aan de grafkapel van de heilige Trudo (+693), stichter van het klooster en naamgever van de stad. Tijdens de ambtsperiode van abt Wiric werden de door de Noormannen verwoeste graven van Trudo en Eucherius herontdekt. Abt Wiric liet deze grafkapel ca. 1170 bouwen, waarvoor uit Duitsland natuursteen werd aangevoerd (origineel uit het lapidarium of steenmuseum in de abdijkelder, tentoongesteld in vitrine in de inkomhal van het stadhuis Grote Markt sinds 2016 ).


Reconstructietekening van het Trudo-graf door prof. Raymond Lemaire



Lees: Anita NAGELS, De grafkapel van de Heilige Trudo en Eucherius in de voormalige abdijkerk van Sint-Truiden. Bijdrage tot het mecenaat van abt Wiricus (1155-1180), lic.verh., Leuven: KU, 1981; Natasja DE WINTER, Archeologische evaluatie en waardering van de abdijsite van Sint-Truiden (provincie Limburg). Onderzoek uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse Overheid, Ruimte en Erfgoed, Sint-Truiden: ARON, 2010.




ONTDEKKING VAN DE DAG

Een marmeren buste voor de oud-burgemeester

Clement Cartuyvels  was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek. 



De bank Cartuyvels:



Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels  in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na. 







Lees: 
Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011, p. 39 en 43-45.