Burgemeesters

Burgemeester

In het stadhuis op de Grote Markt is in 2016 een ‘Wall of Fame’ geplaatst met de portretten van alle officiële burgemeesters die sinds de moderne stadsorganisatie rond 1800 het beleid samen met de schepenen aanstuurden. De beelden gaan in de inkomhal mee met de trap in hout en gietijzer met vier steken van rond 1840.

De eregalerij gaat van meest recent beneden tot de oudste bovenaan. Bronzen cijfers op een balk in notelaar geven de regeerperiode telkens aan. De lichtplaten met portretten zijn gebaseerd op de reprocollectie Ilsbroekx. Burgemeesters waarvan geen portretfoto ter beschikking is, zijn in deze eregalerij door een hoofdsilhouet weergegeven (ontwerp Atelier 20+03 Kris De Hoon, Turnhout)

Onderschrift bij deze foto

Eregalerij van de burgemeesters van Sint-Truiden van 1800 tot nu.

Voor 1830 had de titel ‘burgemeester’ een andere taakinvulling. In het ‘Ancien Régime’

(tot aan de Franse Tijd, 1789-1793) was de burgemeester vooral de vertegenwoordiger van de inwoners bij de heer. Hij was belastingontvanger en verdeelde ook de lasten en karweien zo evenwichtig mogelijk. Sinds de moderne staatsinrichting in de Franse Tijd rond 1800 is de burgemeester het hoofd van het gemeentebestuur en wordt door de gewestregering benoemd uit de leden van de gemeenteraad voor een periode van zes jaar. De gemeenteraadsleden kunnen daarvoor kandidaten voordragen bij de provinciegouverneur. Een kandidaat-burgemeester heeft de steun nodig van de meerderheid van zijn eigen fractie.

De burgemeester is voorzitter van het college van burgemeester en schepenen. Daarnaast staat hij ook aan het hoofd van de lokale politie op bestuurlijk vlak. Hij moet ervoor zorgen dat de wetten en de besluiten van hogere overheden uitgevoerd worden. Belgische burgemeesters dragen een sjerp in de kleuren van de Belgische vlag. Het burgemeesterschap is in het verleden dikwijls gekenmerkt door families van adel, grootgrondbezitters, herenboeren of industriëlen. Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam er een democratisering van het ambt. De eerste vrouwelijke burgemeester kwam er in Sint-Truiden in 2013. Vrouwen hebben pas gemeentelijk stemrecht gekregen na de Eerste Wereldoorlog, in 1920.

1800-1805: Pierre Meester

1805-1814: Johannes Vandenberck

1814-1819: Bonaventura de Menten

1820-1821: Johannes Vandenberck

1822-1824: Cornelius Antonius Vandenabeele

1824-1830: JohannesVandenberck

1830-1831: Nicolas Delgeur

1832-1836: Théodore de Menten de Horne

1836-1848: Mathieu Gilis

1848-1870: Nicolas Delgeur

1870-1876: Charles Vanden Berck

1876-1891: Paul Ulens

1891-1899: Guillaume Vanvinckenroy

1900-1921: Clément Cartuyvels

1921-1926: Edgard De Jongh

1927-1933: Paul Cartuyvels

1933-1949: WilliamThenaers

1949-1964: Jules Scheepers

1965-1969: Pierre Ramaekers

1970-1974: Abdon de Marneffe

1974-1977: Firmin Aerts

1977-1994: Jef Cleeren

1995–2012: Ludwig Vandenhove

2013-…: Veerle Heeren


Naar de traditie van haar voorgangers burgemeesters-bouwheren aan het stadhuis liet ook burgemeester Veerle Heeren (°1965) een wapenschild inmetselen in de inkomhal. Het wapenschild werd door de Vlaamse Heraldische Raad goedgekeurd en overhandigt door minister-president Bourgeois in 2017. 


De fruitkrans met appelen en peren, roze en witte bloesem in natuurlijke kleur rond het ovale vrouwenschild verwijst naar Sint-Truiden als centrum van de fruitstreek. Het Proefcentrum voor de Fruitteelt, een overkoepelende organisatie van onderzoeks- en voorlichtingsinstellingen is hier gevestigd en ook een grote fruitveiling, de Belgische Fruitveiling, die zopas zijn zusterbedrijf de Veiling Haspengouw overnam. Deze streek is tegenwoordig vooral vermaard als een perenstreek en trekt veel bloesemtoeristen in het voorjaar.

De kleuren geel en blauw verwijzen naar de sinds 1985 officiële stadsvlag van Sint-Truiden, ook aangenomen door de Koninklijke Sint-Truidense Voetbalvereniging

De deling van het schild door een gekanteelde lijn verwijst naar de stadsomwalling van Sint-Truiden, dus het burgemeesterschap vanaf 2013, en ook het begrip ‘wonen’ in een veilige omgeving. Wonen is één van de aandachtspunten van Veerle Heeren, die ook een tijd minister van welzijn, volksgezondheid en gezin was. Ze startte haar loopbaan overigens als juriste en adjunct-directeur bij de juridische dienst van de Vlaamse

Huisvestingsdienst.

De vrouwensymbolen verwijzen naar het feit dat mevrouw Heeren de eerste vrouwelijke burgemeester van Sint-Truiden is en naar haar ijver om de vrouwenrechten te ondersteunen, vb. via Vrouw en Maatschappij of de witte lintjes-campagne tegen geweld op vrouwen.

De rode leeuw komt uit de stadsvlag maar draagt klauwen en tong van lazuur, en de kop van een Vlaamse leeuw. Dat symboliseert haar ministerschap en de mandaten als Vlaams en federaal parlementslid. Veerle Heeren was eerste ondervoorzitter van het Bureau van het Vlaams parlement.

De leuze verwijst naar de beleidsvrouw/politica die vooruit denkt en in het belang van de gemeenschap keuzes moet maken die niet altijd iedereen tevreden kunnen stellen.

ONTDEKKING VAN DE DAG

Academiezaal

Eén van de mooiste zalen van het land

Rockband Editors in de Academiezaal. Bron: https://i.pinimg.com/originals/ea/98/e6/ea98e6fd6811ad77a69f3d6c33d15056.jpg

Academiezaal

360°-weergave


Geschiedenis

Eén van de mooiste zalen in het land. De academiezaal van het Klein-Seminarie onderlijnt de betekenis van deze instelling als het intellectueel centrum van Limburg vanaf 1843 tot na de Tweede Wereldoorlog. Daarbij was vooral na de lessen aandacht voor Nederlandse letterkunde.

De Gentse stadsarchitect Louis Roelandt was door de test

 aangezocht om hun hospitaal voor geesteszieke vrouwen te bouwen. Hij ontwierp ook samen met zijn leerling Isidore Gerard de neogotische toren  van de hoofdkerk.

                                  Louis Roelandt

Door de scheiding van de beide Limburgen in 1839 moest het Klein-Seminarie van het bisdom Luik verhuizen van Rolduc, nu Nederlands gebied, naar de vroegere abdijsite in Sint-Truiden. Bisschop Van Bommel besefte het belang van dit opleidingscentrum. Bij het enorme complex in de binnenstad was ook een a salle de rhétorique voorzien voor de seminaristen. Het werd tussen 1845 en 1852 een achthoekige centraalbouw met korinthische gegleufde zuilen onder een bijzonder rijkelijk uitgewerkte stucwerkzoldering

detail stuckwerk amfitheater


. De amfitheatervorm zorgt voor een intimistische verbondenheid van publiek met acteurs op de parterre en een goede akoestiek.

In 1845 was in de zaal het taalgenootschap Utile Dulci actief dat het Nederlands beoefende. Ook een Franstalige tegenhanger, de Société de littérature française, kortweg de Academie, was er bedrijvig. De Vlaamse ontvoogdingsstrijd zorgde af en toe voor wrijvingen, maar uiteindelijk liep toch iedereen in de pas.

Bij de start van de restauratie in 1986 door Herman Vanmeer in opdracht van erfpachthouder stad Sint-Truiden werd vooral de stabiliteit van de zaal hersteld en teruggegrepen naar de oorspronkelijke uitvoering van de "gradins" en de toneelscène. Voor het zitcomfort werd één rij verwijderd, wat het aantal zitplaatsen op 290 vastlegt, eventueel uitbreidbaar. De moderne lichtarmaturen zijn een ontwerp van Herman Blondeel. Een moderne foyer met technische ruimten werd aan de kant van het kerkveld toegevoegd. 

Momenteel gebeuren in de akoestisch geschikte Academiezaal regelmatig muziekopnames en is een klassiek programma van internationaal niveau kamermuziek, kamerorkest en muziektheater uitgewerkt in het kader van de werking van cultuurcentrum de Bogaard.

Lit.: L. DE CLERCQ, H. VAN MEER mmv J. GYSELINCK, De Academiezaal te Sint-Truiden: een onbekend oeuvre van de Gentse architect Louis Roelandt (1786-1864), in M&L. Monumenten; Landschappen en Archeologie, jg. 15, nr. 5: september 1996; Els DECONINCK, Religieuze bouwheren engageren grote namen, in Sint-Truiden ingekaderd 1830-1914, Tentoonstellingen Sint-Trudofeesten 1998, Sint-Truiden: Sint-Truiden 1300, p. 50-78; Clem VERHEYDEN, De academiezaal, een bloeiend podium voor klassiek en modern, in Sint-Truiden, al eeuwen gaststad voor muziek, woord en beeld, Open Monumentendag Vlaanderen, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2012, p.41-45 en 93 (bibliografie)