Sint-Martinuskerk (Kerkom-bij-Sint-Truiden)

Sint-Martinuskerk (Kerkom-bij-Sint-Truiden)

De Sint-Martinuskerk is de parochiekerk van Kerkom-bij-Sint-Truiden, gelegen aan de Kerkstraat.

Gebouw

Deze bakstenen kerk werd vergroot in 1885 in neoclassicistische stijl en kreeg toen zijn huidige aanzicht. Het koor is uit het eerste kwart van de 18e eeuw. In het schip zijn nog laatgotische fragmenten aanwezig. In 1975 brandde de kerk af, waarbij enkel de buitenmuren van de toren, het schip en het koor bleven gespaard. De kerk werd weer hersteld.

Het is een in baksteen uitgevoerde zaalkerk met ingebouwde westtoren. Deze wordt gedekt door een achthoekige ingesnoerde naaldspits. Omlijstingen en versieringen zijn in arduin. Het gebouw is op een helling gelegen en wordt omringd door een kerkhof.

Interieur

Tegen de westgevel hangt een overluifeld Kruisbeeld uit de 17e eeuw. In de kerk is nog een 16e-eeuwse grafsteen met een ridderfiguur. Een 17e-eeuwse grafsteen is ingemetseld tegen de noordelijke muur van het koor. Van een 18e-eeuws portiekaltaar zijn nog resten aanwezig. Het overige interieur is bij de brand verloren gegaan.

Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Sint-Martinuskerk_(Kerkom-bij-Sint-Truiden)

ONTDEKKING VAN DE DAG

Koningin Astrid, lieveling van het publiek

Verongelukte vorsten herdacht

De Zweedse prinses Astrid (°1909) werd in 1929 gemalin van onze Belgische vorst Leopold III. Ze verloor het leven bij een auto-ongeval in Zwitserland op 29 augustus 1935. De gemeenteraad hernoemde de Tentoonstellingsstraat al eind september in ‘Koningin Astridstraat’. In november 1937 organiseerde een comité van de Nationale Strijdersbond in het stadhuis een tentoonstelling van zandtapijt met de overleden Astrid op haar praalbed, om fondsen te werven voor een gedenkteken. Dat werd in de vorm van een postuum staatsieportret aangeboden aan het stadsbestuur tijdens de augustuskermis van 1939. Door de mobilisatie en de opeisingen ging deze plechtigheid met tentoonstelling verloren in het oorlogsnieuws.

De vermaarde Hasseltse portretschilder Jos Damien en zijn leerlinge-assistente Anne Rutten signeerden het schilderij.

Koningin Astrid wordt levensgroot en ten voeten uit afgebeeld in een paleisdecor en houdt een waaier van struisvogelveren vast. Ze draagt een witte galajurk met korte sleep en nonchalant gedragen losse mouwen. Oorhangers, armband en hanger met kruis tonen een groene smaragdkleur. De stralende vorstin draagt het zogenaamde ‘Diadeem der negen provinciën’. Dit kleinood, een verlovingscadeau van de Belgische bevolking uit februari 1925, bestaat uit een band met Griekse meandermotieven en werd door juwelier Van Bever vervaardigd. In de later herwerkte versie met ruiten zijn de elf briljanten ingewerkt als symbool van de toen negen provincies, plus België met vorstenhuis, plus Belgisch Congo.




In 1934 was in de inkomhal van het stadhuis al een gedenkteken opgericht voor vorst Albert I, na zijn tragisch klimongeval.