Onze-Lieve-Vrouw-Bezoekingkerk (Wilderen)

Onze-Lieve-Vrouw-Bezoekingkerk (Wilderen)

\\

Is de kerk van de parochie Duras Wilderen en staat in Wilderen . De kerk was de hoofdkerk van het graafschap Duras , maar een vrouw zwaaide er de plak de abdis van Herkenrode die het patronaatsrecht bezat. Ze had recht op een groot deel van de tienden in ruil voor het onderhoud van de kerk .

\

De rechthoekige toren is waarschijnlijk een overblijfsel van een defensief bolwerk uit de 12 de eeuw. Dat merk je aan de schietgaten. De romp van de toren is romaans en is in latere eeuwen aangepast.

\

Tijdens opgravingen in en restauratie van de toren in 2017 heeft men een houten kist en een skelet in slechte staat gevonden en ook aardewerk uit de 16 de eeuw, kistnagels , scherven steengoed en menselijke beenderen. Men denkt dat het niveau van de toren verhoogd werd met grond ( 50 meter boven de zeespiegel ) . Andere gebruikssporen zijn verbrande leem en houtskool uit de 15de en 16 de eeuw, afdrukken van het gieten van klokken voor de klokkentoren De klokken werden ter plaatse gegoten . De vuurvaste leem vormde de mal , de gietkuil van de klok .

\

De toren bezit een bezoekerscentrum en is in zomerweekenden open voor het publiek .

\\

Het huidige schip van de zaalkerk dateert uit 1858 en vervangt een oude vervallen kerk Maria- Hemelvaart. Deze neoclassicistische kerk bezit enkele oude artefacten , het 18 de eeuwse hoofdaltaar met het wapenschild van de abdis van Herkenrode Barbara de le Rivière d' Aerschot , enkele 17 de eeuwse beelden van Sint Rochus en Sint Sebastiaan en muurschilderingen uit de 19 de eeuw van de Truiense schilder Heidbüchel. De glasramen dateren uit de 20ste eeuw ( 1909 - 1920 ) en zijn schenkingen van plaatselijke families.

\

Het ommuurd kerkhof ligt rond de kerk . Men vindt er grafkruisen uit de 16 de, 17de en 18de eeuw alsook het familiegraf van de graven van Duras vanaf de 19 de eeuw.

\\

De laatste pastoor van voor de Franse Revolutie , E.H. Lenaerts, spreekt in een parochieregister over de moeilijke leefomstandigheden in zijn parochie. Hij spreekt ook over een grote aardbeving op 3 april 1640. De eerste schok duurde even lang als een " Miserere", de tweede even lang als een " Vaderons" en de derde maar een ogenblik. Als gevolg van de aardbeving waren veel huizen ingestort.

\

Daarnaast spreekt hij van drie zware winters tussen 1784 en 1789. De winter van 1785 zou de ergste geweest zijn; er waren toen ook grote overstromingen.

\

Toen ik mij op Paasdag 's morgens waste, bleven mijn handen plakken aan het ijzer van de pomp. In juni was alles nog met ijzel en ijs bedekt. Het veevoeder was erg duur. Overal stierven koeien van de honger. Op 5 juli viel de eerste regen van dat jaar en in 1786 - 1787 kregen we drie erge winterperiodes te verwerken. Alle fruit en zelfs vele bomen vergingen van de vorst.".

Gebouw

De toren van de kerk is romaans en stamt uit de 12e eeuw. Het is een rechthoekige toren met drie geledingen. Het materiaal bestaat uit kwartsietblokken (uit de omgeving van Tienen) en gobertangesteen , terwijl de westgevel uit gobertangesteen met speklagen van baksteen bestaat. Het rondboogportaal is neoclassicistisch en stamt uit de 19e eeuw. De toren wordt gedekt door een schilddak.

De kerk zelf is een neoclassicistische zaalkerk uit 1858. De glas-in-loodramen zijn van 1909. De gerestaureerde toren uit ca. 1150 bezit een bezoekerscentrum en is in zomerweekenden open voor het publiek.

Interieur

De kerk bezit een Madonna met Kind  in gepolychromeerd hout, uit de 1e helft van de 17e eeuw. Ook is er een Sint-Sebastiaan  uit de 17e eeuw en een Sint-Rochus  uit de 2e helft van de 17e eeuw, in gepolychromeerd hout. De zijaltaren zijn uit de 1e helft van de 18e eeuw. Ook de koorlezenaar, een bidstoel en de credenstafel zijn 18e-eeuws.

Op het kerkhof vindt men twee 16e-eeuwse grafkruisen, en verder een grafkruis uit de 17e eeuw en enkele uit de 18e eeuw.

Heden

De toren werd reeds in 1936 geklasseerd als monument, terwijl in 1996 ook de kerk, de pastorie en de omgeving ervan als monument, respectievelijk als beschermd dorpsgezicht, werd aangewezen. In de toren bevindt zich een bezoekerscentrum, waarin facetten uit het dorpsleven en de band met het Kasteel Duras worden toegelicht.


Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Onze-Lieve-Vrouw-Bezoekingkerk_(Wilderen)


ONTDEKKING VAN DE DAG

Erfgoedverkenning van Ordingen

Ordingen is met 192 ha een van de kleinere deelgemeenten van Sint-Truiden. Maar klein is niet synoniem van saai, daarvan getuigt de rijke geschiedenis van dit dorp. Een eerste vermelding van ‘Ardinghen’ vinden we in 1192, maar waarschijnlijk was er al vroeger een woonkern. Tijdens de middeleeuwen was Ordingen een heerlijkheid, in de 17de eeuw wordt het een kommanderij-dorp, in de 19de eeuw een kasteeldorp en vandaag is het kleine dorp van weleer uitgegroeid tot een ‘voorstad’ van Sint-Truiden.


We beginnen onze wandeling aan de kerk, toegewijd aan de heiligen Harlindis en Relindis, de twee zussen die Aldeneik stichtten. Er zijn slechts drie parochiekerken die hen als patronessen hebben, Aldeneik, Ordingen en Ellikom. Over hen doen allerlei verhalen de ronde, hier is er één van: Toen hun klooster werd gebouwd, ging dat niet snel genoeg naar hun zin, daarom hielpen ze een handje. Dat gebeurde achter de rug van hun vader, want adellijke dames werkten niet. Toen hij ze op een dag betrapte met hun schort vol stenen, zeiden ze dat ze rozen droegen en kijk: de stenen waren in rozen veranderd.

De kerk werd gebouwd in 1857 ter vervanging van de eerste parochiekerk, gelegen bij het kasteel, die bouwvallig was geworden. Het plan van de kerk was van architect Gerard, maar al enkele jaren later moet architect Jos Schadde ingrijpen omdat de toren verzakte. Hij lost het probleem op door een portaal tegen de toren aan te bouwen (1885). Links in de kerkmuur is de toegang tot de grafkapel van de familie de Pitteurs-Hiegaerts. Zij lieten deze kapel maken voor de som van 5000 toenmalige franken.

Het interieur is eerder sober, toch zijn er enkele kunstschatten zoals de beeldengroep van de patronessen (16de eeuw) en een processiekruis uit de 14de eeuw. Het meubilair komt uit het beeldsnijderatelier van Janssen (Sint-Truiden) naar ontwerp van Gerard. Elk van de tien vensters heeft een eigen traceerwerk.

Links in het koor geeft een deur toegang tot de ‘kapel van de baron’. Deze heeft luiken die werden geopend zodat de adellijke familie de dienst kon volgen zonder zich onder het gewone volk te mengen. Oudere mensen vertellen dat, als de familie te laat was, de priester wachtte om te beginnen tot ze er waren. Op het kerkhof, niet meer gebruikt sinds 1964, zijn nog enkele oude grafkruisen (16de en 17de eeuw) tegen de muur geplaatst .

Tegenover de kerk staat de oude kapelanie, nu grondig gerestaureerd. Tot in de 18de eeuw was er een kapelaan in Ordingen. Hij stond in voor het onderwijs van de dorpskinderen.

Het voormalige gemeentehuis dateert uit de 19de eeuw. Het was tevens dorpsschool en bibliotheek, maar kwam leeg te staan bij de fusie van de gemeenten in 1977. Nu is het privébezit en wordt het met veel respect voor de oorspronkelijke architectuur vernieuwd.

Wat nu parking is, was de speelplaats van de school. Eens per jaar, bij de ‘grote’ kermis, stond hier een deel van de attracties. ‘Grote’ kermis in september was een van de drie kermissen die jaarlijks gevierd werden; je had ook ‘kleine’ kermis in februari en ‘stoazie’ kermis, de wijkkermis van de mensen die rond het station woonden.

Het gebouw aan de overzijde (Relindislaan 1) was vroeger een ‘vuurmolen’ met boerderij, café en winkel. Hij verving de oude watermolen die in 1875 buiten werking werd gesteld.

Aan het huis met nummer 22 langs de weg Ordingen-Dorp is nog een kerkwegeltje dat vroeger naar het Broek (gemeentelijke weide) leidde en verder liep naar Bautershoven. Ook op de Hogeweg is nog zo’n wegje. Dit leidt naar de Tongersesteenweg. Deze twee zijn de enigen die overblijven van een netwerk van kleine voetwegjes die een kortere verbinding waren tussen de huizen en de kerk.

Een zeer opvallend gebouw is het kasteel van Ordingen, opgetrokken in neorenaissance stijl in 1879. Opdrachtgever was de familie de Pitteurs. De plannen waren van de hand van Jos Schadde; zijn leerling Paul Saintenoy voltooide de bouw. Het is een zeer gevarieerde architectuur: geen twee torens zijn identiek en er is een grote variatie in de gevels, heel anders dan het eerder sobere poortgebouw dat uit de 17de eeuw dateert, wanneer de landcommanderij van Alden Biesen het goed van de heren van Horion verwerft. Het oude kasteel wordt vervangen door een waterkasteel. Uit diezelfde tijd bleven ook nog een alleenstaande toren en het zogenaamde commandeurshuis bewaard.

Boven de toegangspoort is het wapenschild van Edmond Huin van Amstenraedt met de datum 1663 ingemetseld. Men kan nog steeds de sporen zien van de ophaalbrug en ook een nis waarin ooit een beeld heeft gestaan.

In de gevel van het commandeurshuis vindt men ook een steen met het wapen van de Teutoonse Orde en de datum 1740. Deze is afkomstig van de afgebroken watermolen.

In 1964 liet Antoine de Pitteurs kasteel en gronden verkopen. Hij verbleef meer in Tenerife dan in Ordingen, was vrijgezel en wilde niet dat zijn broer Gerard of diens kinderen van hem zouden erven; want zij leefden al jaren in ruzie. De gronden werden gekocht door de immobiliënmaatschappij, ‘Dennenland’, die er een woonwijk van maakte. Waar ooit een mooi park was met zeldzame bomen en een vijver, staan nu woningen. Enkel de straatnamen herinneren aan de geschiedenis van eeuwen.

Het kasteel zelf werd gekocht door Dr. Bekkers. Zijn zoon Gerard baatte er een restaurant in uit en in het commandeurshuis vond Radio Baccara, een lokale radio-omroep, zijn stek. Halfweg de jaren’ 90 kwam hieraan een einde: de gebouwen stonden weer te koop en de geruchtenmolen draaide op volle toeren. Uiteindelijk kocht de n.v. Bemas het kasteel en nu wordt het nauwgezet gerestaureerd. Het is de bedoeling dat er een vijfsterrenhotel komt.

Kasteel van Ordingen



Als men de dreef die toegang geeft tot het kasteel uitwandelt, staat aan de rechterkant, een beetje verscholen achter een bakstenen muur, nog een gebouw. Dat is de vroegere pastorij, een ontwerp van architect Denis (1837).

Aan het begin van de Dreefstraat vindt men rechts een statig herenhuis in een mooie tuin: de directeurswoning van de suikerfabriek van Ordingen. Charles de Pitteurs was eigenaar van deze fabriek, de grootste van de dorpen rond St-Truiden. Ze bood werk aan 70 tot 80 mensen en verwerkte 2 miljoen kilo bieten. Zoals alle suikerfabrieken zal ook deze worden opgeslokt door Tienen in 1885.

De Kruiskapelstraat brengt ons bij het mooie, barokke kruiskapelletje. Het werd in opdracht van kommandeur de Ruyschenberg in 1625 langs de oude weg naar Borgloon gebouwd. Langs het kapelletje ligt het nieuwe kerkhof en in het tuintje is een privébegraafplaats. Hier staat ook een prachtige plataan, een der merkwaardige bomen van België. Hij is meer dan 30 meter hoog en heeft een stamomtrek van ongeveer 5 meter. Onder zijn kruin kan je heerlijk picknicken.


Anita KEMPENEERS, ‘Ordingen’, in ‘Vergeet je wortels niet. Erfgoedverkenningen in Sint-Truidense dorpen en stadswijken’, Sint-Truiden: Erfgoedcel Sint-Truiden, 2012, p. 82-85 en 143.