Sint-Martinuskerk (Groot-Gelmen)

Sint-Martinuskerk (Groot-Gelmen)

De Sint-Martinuskerk is de parochiekerk van Groot-Gelmen, gelegen aan Groot-Gelmen. De parochie omvat, naast het gebied van Groot-Gelmen, ook de buurtschap Helshoven, die behoort tot de Borgloonse deelgemeente Hoepertingen. Hier staat de beschermde kapel van Helshoven.

Gebouw

Deze neoromaanse kruisbasiliek, gebouwd omstreeks 1880, werd ontworpen door Joseph Gérard. Het bakstenen gebouw heeft een ingebouwde zuidwesttoren met een ingesnoerde, zeskante spits. Tal van versieringen werden aangebracht met behulp van arduin: Boogfriezen, vensteromlijstingen en dergelijke. De kerk ligt op een hoogte, en wordt omringd door een ommuurd kerkhof. Een hoge trap geeft toegang tot de kerk.

Meubilair

De kerk bezit een Verrezen Christus in gepolychromeerd hout (17e eeuw), een Sint-Sebastiaan in gepolychromeerd hout (2e helft 17e eeuw). In het transept bevinden zich twee marmeren grafstenen, uit 1619 en 1765. Het kerkhof heeft drie grafkruisen uit de17e en 18e eeuw.


Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Sint-Martinuskerk_(Groot-Gelmen)

ONTDEKKING VAN DE DAG

Koningin Astrid, lieveling van het publiek

Verongelukte vorsten herdacht

De Zweedse prinses Astrid (°1909) werd in 1929 gemalin van onze Belgische vorst Leopold III. Ze verloor het leven bij een auto-ongeval in Zwitserland op 29 augustus 1935. De gemeenteraad hernoemde de Tentoonstellingsstraat al eind september in ‘Koningin Astridstraat’. In november 1937 organiseerde een comité van de Nationale Strijdersbond in het stadhuis een tentoonstelling van zandtapijt met de overleden Astrid op haar praalbed, om fondsen te werven voor een gedenkteken. Dat werd in de vorm van een postuum staatsieportret aangeboden aan het stadsbestuur tijdens de augustuskermis van 1939. Door de mobilisatie en de opeisingen ging deze plechtigheid met tentoonstelling verloren in het oorlogsnieuws.

De vermaarde Hasseltse portretschilder Jos Damien en zijn leerlinge-assistente Anne Rutten signeerden het schilderij.

Koningin Astrid wordt levensgroot en ten voeten uit afgebeeld in een paleisdecor en houdt een waaier van struisvogelveren vast. Ze draagt een witte galajurk met korte sleep en nonchalant gedragen losse mouwen. Oorhangers, armband en hanger met kruis tonen een groene smaragdkleur. De stralende vorstin draagt het zogenaamde ‘Diadeem der negen provinciën’. Dit kleinood, een verlovingscadeau van de Belgische bevolking uit februari 1925, bestaat uit een band met Griekse meandermotieven en werd door juwelier Van Bever vervaardigd. In de later herwerkte versie met ruiten zijn de elf briljanten ingewerkt als symbool van de toen negen provincies, plus België met vorstenhuis, plus Belgisch Congo.




In 1934 was in de inkomhal van het stadhuis al een gedenkteken opgericht voor vorst Albert I, na zijn tragisch klimongeval.