Heks voorspelt

Heks voorspelt

Wij woonden vroeger aan Ziekeren -klooster. Daar woonde ook Siska V., dat was nog verre familie, maar zij was een heks, een echte. 

Toen pa ging 'loteren' zei ze: 'Awel, Armand, hoe zou het zitten?' 'Dat maakt me niets' zei pa. 'Ja, wat maakt dat voor een jaar of drie, nu nummer één is er niet meer en nummer twee is voor u', zei ze. En hij trok 's anderendaags nummer twee en hij was bij de genie en dat was drie jaar.Haar zoon was zo oud als ik en wij waren dikwijls met enige kwajongens aan 't spelen en dan zeiden we: 'Fons, uw mam heeft van alles in een kist' en daar was ook ene van de Spaanse Brug bij en die had dat al gezien, daar staken zo van alle stokjes en zo in. 

Toen we thuis kwamen, zag Siska ons en ze vloog naar die van de Spaanse Brug en ze begon hem te slaan en te stampen. 'Dat zal u leren van mij te 'klappen' snotsnuit'; Ja, die wist alles. Een keer had ik een koppel duifkes voor 't eerst uitgelaten: 'Och, wat schone duifkes, als die maar niet wegvliegen', zei Siska, en ze zijn niet meer teruggekomen. Van pa kreeg ik toen nog enige 'lodders' om mijn oren op de koop toe. Als wij met de duiven speelden, moesten we aan Siska doorkomen als we ze gingen inkorven maar van schrik droegen we ze achter door de wei en met de supplementen, dat zijn er die meevliegen maar niet voor prijs, gingen ze daar door. Siska riep van in haar venster: 'Gaat ge ze zetten?' 'Ja, maar 't zijn supplementen' en toen zei de heks: 'Zijn dat supplementen! De goeie gaan door de wei.' Ze wist het weer. Mijne 'nonk' en Frans D. en nog twee anderen 'gingen op loer', Siska zag hen en ze begon te lachen. In 't Ziekerenveld was dat en ze gingen ieder op een hoek van een land zitten. Toen kwam er een haas naar 'nonk' die schoot, maar de haas sprong op en wandelde naar de andere, die schoot ook en de haas wandelde naar de derde en van daar ging hij naar de vierde. En ze konden hem niet treffen, geen enkele van de vier. Toen zegden ze: 'Zouden we niet gaan, het deugt niet.' Dat moest Siska zijn.

Opgetekend in Sint-Truiden door F. Beckers, 1947.

ONTDEKKING VAN DE DAG

Strenge, geleerde heren op het 'schoon verdiep'

In de schepenzaal van het 18de-eeuwse stadhuis op de Grote Markt ontvangt het stadsbestuur nu voorname gasten en overheden om beleid te onderhandelen, en akten officieel te ondertekenen. Voor 1800 zetelden hier de schepenen van de beide heren, maar dan werkelijk als rechters in burgerlijke en criminele zaken. Een berucht proces was dat tegen de brandstichters in 1784, Suske de Poup, 't Voorvelleke en hun medeplichtigen.

In dit lokaal hangen zeven ovale stucmedaillons met daarin grisailles op doek. Het trompe l'oeuil van deze grijze schilderijtjes geeft een 3D-effect en was minder duur dan echt modelleerwerk. De onderwerpen moesten de geleerdheid van de zittende heren van deze rechtbank benadrukken. De geest van Verlichting met rede en wetenschap is hier duidelijk aanwezig. De hoe bezoekers van andere steden in de 18de eeuw zullen ogen tekort gehad hebben om dit allemaal te ontcijferen en bewonderen. Dit is duidelijk een pronkzaaltje van de assertieve stad Sint-Truiden. 

De tafereeltjes tonen mollige gevleugelde jongetjes of 'putti' die druk in de weer zijn met kunst en wetenschap: astronomie, architectuur, muziek, alchemie, beeldhouwkunst, handel-rekenkunst en schilderkunst. Niet toevallig signeerde Diestenaar Pieter-Jan De Craen dit laatste tafereeltje met DE CRAEN F(ecit) ! Hij verdiende drie kronen per tafereel met deze opdracht. 



Astronomie: drie putti zijn druk doende met hun observaties. In een leeg decor hanteert een jongetje een zeekijker, gericht naar de hemel. Op de voorgrond bestudeert een staande putto met loep het armillarium op voet. Vooraan liggen nog een telescoop, een passer en een winkelhaak. De zittende putto wijst een plek aan op een wereldbol op voet. 

Alchemie: in een interieur met wandrekken vol rokende kolven, destilleertoestel en vaatjes zijn drie putti aan het werk. Vooraan een rieten bloemenmandje en achteraan een haard. Eén jongetje, zittend op een kussen in een stoel met armleuningen, beoordeelt de inhoud van een glazen kolf, terwijl een destilleertoestel met stookdeurtje overloopt naar een kolf met handvatten. Zijn helper stampt in een vijzel op sokkel producten fijn en het derde figuurtje brengt een kom bij. De strik van het ophanglint is hier rijker dan bij de andere medaillons en gedecoreerd met een bloempjesrank. 


Lees: Franz AUMANN, Symboliek op het 'schoon verdiep' van het Sint-Truidense stadhuis, in Sint-Truiden een zoektocht naar symbolen, Open Monumentendag Vlaanderen, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2002, p. 19-27; Frank DECAT, Sint-Truiden 1784: criminele\nhistories in een Luikse stad, Leuven: Davidsfonds, 2012; Het stadhuis van Sint-Truiden. Hart van de democratie, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2018, p. 56-61.