Wie in een heksendans geraakt moet meedoen

Wie in een heksendans geraakt moet meedoen

Charel A. woonde nevens ons en hij kwam eens van Binderveld  en toen hoorde hij boven zijn hoofd de schoonste muziek die hij van zijn leven gehoord had. 

En boenk! daar kwam een hele zwerm heksen en die begonnen daar te dansen en muziek te maken. 'Laat me toch door' zei Charel, en er was een bij die hij kende, Trui M. en die zei: 'Het is een kennis, laat hem maar door', maar het ging niet gemakkelijk want ze wilden allemaal met hem dansen en ze liepen hem maar na. Toen zei hij: 'Ik moet thuis zijn, mijn vrouw is ziek' - 'Niks van, uw vrouw ligt in 't bed te slapen' zegden ze en ze wouden maar dansen. Charel had geluk dat hij Truike had om hem voort te helpen , anders was hij er zo niet van af geraakt.

Opgetekend door F. Beckers in 1947

ONTDEKKING VAN DE DAG

Goyens, "Maternus" Guillaume Modest, minderbroeder

Sint-Truiden 29.10.1848 Gent 08.12.1905 

Zoon van graanhandelaar Arnold en Marie Clementine Vandereycken. Broer van minderbroeder ‘Hiëronymus’. 

Minderbroeder Tielt 1868, priester  1874. Gardiaan Sint-Truiden 1877-1878. Vicaris Rekem 1880-1883, Gent 1886-1892. Gardiaan Antwerpen 1895-1896. Vicaris Gent 1902-1905. Daar overleden bloedopdrang. Artikels in Le messager de Saint-François en De bode van den H. Franciscus van Assisië. Devotieboekjes o.a. over de H. Antonius van Padua, handboekje voor dienstmeiden en enkele historische werkjes o.a. over Grauwzusters. Bijnaam ‘de Paus’ binnen familie.

Publ.: De deugdzame dienstmeid in hare plichten onderwezen, Mechelen: Sint-Franciscusdrukkerij, 1901.
Lit.: Le Messager de Saint-François d’Assise, 31, 1905, p. 256-257; BERLO, p. 363, 369, 467 en 473; VAN MECHELEN, p. C15; JORISSEN; Lucianus CEYSSENS, Jeroom Goyens, onze eerste provincie-archivaris (1864-1942), in Franciscana, 50, 1995, p. 7.