Stal behekst

Stal behekst

We hadden een schoon vaarzenkalf gekocht op de markt, en mam zei: 'Maak maar dat die een er niet aan komt.' Maar hoe zijt ge als ge klein zijt. Toen ik ze zag, zei ik: 'Wel tante, is dat geen schoon kalf!' Ze pakte het kalf met het vel en ze schudde eens, het stak de vier poten van hem weg en grrr! zei het , het was ziek.We hadden ook een nest 'kurren', gelijk geschilderd waren ze, zo schoon. 'Ziet dat ge de stal gesloten houdt' zei mam en toen we naar 't veld gingen, sloten we de deur en ook die van de koestal. Daar moest ge eerst door. En toen we thuiskwamen, stonden de deuren wagenwijd open. Kunt eens denken. 

Toen zei ze: 'Er waren kooplie en ik heb ze de 'kurren' laten zien, de deuren waren wel toe, maar ik heb ze toch open gekregen.' Daarna kregen de 'kurren' de schijt, ze 'keekden' en ze kropen in een hoekske, ze gingen allemaal kapot, we hielden er geen een, geen een.En dan onze konijnen nog, dat waren er ook zo schone. Die had ze eens gestreken. Ze gingen ook kapot. 'Zo moet ge varen, ge wist het wel als die eraan kwam, maar ge zijt nog een kind', zei mam. 'Maar zij, zei ze, zij zal nog branden gelijk een kempstok.' En voor de familie moesten we dat zo laten, verstaat ge.

Opgetekend door F. Beckers in 1947

ONTDEKKING VAN DE DAG

Alomme rust

Alomme rust

De Zondag-middag is héél ingetogen.
De
luchten, klaar van winterkilte, beven
met teeder rood van lage zon doorweven;
de luchten, waar geen vogel komt gevlogen...

De middagrust mag gééne stoornis doogen.
Al
wil somwijlen vluchtig óverzweven
een verre galm van joelend kinderleven :
dra weegt de klare rust weer onbewogen.

Is het in sneeuw – die dezen nacht zoo zacht
de stille stede zwachtelde in heur vacht –
dat doezel-vaag verdooven nu geluiden?

O vrome middagvrede van Sint-Truiden,
dat om te ontwaken uit zijn sluimer, wacht
tot plotse kloosterklokken vespers luiden !




Onderschrift bij deze fotoLit.: P. DE PAUW, recensie in Boekengids, 1, 1923-1924, nr. 361; L. BRANS, Hilarion Thans o.f.m., in Monografieën van de Koninklijke Vereniging van Limburgse Schrijvers, 3, nr. 4, december 1992.
Gedicht in Hilarion THANS, Omheinde hoven, 4de uitgave, Mechelen, Sint-Franciscusdrukkerij, 1927, p. 35.
Hilarion Thans (Maastricht 1884 – Lanaken 1963), minderbroeder en auteur. Gedicht geschreven tussen november 1909 en maart 1910 op onoogige papiertjes toen de jongeman bedlegerig was van een bloedspuwing in het Sint-Truidense klooster. Uit de bundel Ziekebloemen. II. Open ramen. Voor het eerst verschenen onder pseudoniem F.M. Minderbroeder in ’t Daghet in den Oosten, 16, 1910, p. 58 als gedicht nr. XXI met bijhorend citaat Facta est tranquillitas Magna. En er kwam een groote rust (Evang.).