Dwaallichtjes

Dwaallichtjes

Mijn mam haar mam, mijn 'meeke', zag altijd een dwaallichtje aan de poel. 

Zij had gehoord dat dat kinderen waren die niet gedoopt waren en dat ge die moest dopen. 'Daar ga ik niet meer, ik kan die dwaallichtjes niet meer zien', zei ze. Toen zeiden ze haar dat ze eens met een pastoor moest klappen, daarover. Die vroeg of het maar één was. 'Ja, 't is maar één en zo danst het op en af rond de poel', zei ze. - 'Dan moet ge het maar dopen, ge steekt uw hand in 't water en ge zegt: Indien ge een dopeling zijt, en ge een christen mens wilt worden, dan doop ik u in de naam des Heren, ik doop u in de naam des Vaders en des Zoons en des G. Geestes, en dan moet ge er gauw bij zeggen: en u alleen, anders komen ze met duizenden af om gedoopt te worden, en zet u niet, want dan stoten ze u zeker in de poel, zo gaarne zouden ze gedoopt worden.' 

Zo deed ze dat, maar ze was niet rap genoeg geweest en toen kwamen er zoveel af en toen doopte ze nog gauw een en ze zei er direct bij: ' En u alleen', toen waren ze allemaal weg. Als ge moest dopen blijven zoudt ge erin blijven, zo dik komen ze af om verlost te worden. En toen ons 'meeke' gestorven was, zei de pastoor: 'Ge moet niet 'grijnen', want die heeft er twee verlost'.

Opgetekend door F. Beckers in 1947

ONTDEKKING VAN DE DAG

Het (ver)zoenkruis in Groot-Gelmen

Na een ongeval of moord plaatsen familie of kennissen vaak ter plekke een gedenkteken. Zogenaamde moordkruisen zijn al eeuwen bekend. Een bijzonder, zeldzaam kruis is een 'zoenkruis', opgericht door de partij van de moordenaar als verzoening met de familie van het slachtoffer. In Groot-Gelmen leunt er zo eentje nog tegen de kerkhofmuur:

Dit + staet ter memorie
van Jan Morbiers soon van
Leonard(us) Morbier(s) en Margareta
Bartole(yns) die van leve ter
doot bracht is deur Gysen
Vasoens, a(nno) 1643 ten 30 july
bidt voor
die ziele

In de zomer van 1643 werd Jan, de zoon van oud-schepen Leonard Morbiers, gedood door zijn dorpsgenoot Gijs Vasoens in Groot-Gelmen. De omstandigheden kennen we niet. Wel bleef een verslag bewaard van de bemiddelingsvergadering in herberg Het Klaverblad in Sint-Truiden. De twee broers van de moordenaar vroegen deze verzoening voor twee 'goede mannen', zijnde juristen-schepen van de stad. Notaris Van Nuyst stelde het contract op. Onder meer de vader van het slachtoffer, diens schoonzoon als secretaris van de rechtbank Gelinden en Christina Steukers, de moeder van de moordenaar, waren aanwezig. Die laatste nam de vergiffenis aan die vader Morbiers schonk aan moordenaar Gijs. 


Het kruis in maaskalksteen, met de ondergrondse voet

De moordenaar, zelf dus niet aanwezig, moest onmiddellijk 150 gulden laten betalen voor kosten van begrafenis en andere, en een jaarlijkse rente van 6 gulden voor een jaarmis, op een stuk akker.  Gijs moest binnen het jaar een stenen kruis oprichten op het plaatselijke kerkhof van 3,5 voet boven de aarde en met daarin de naam van Jan en zijn sterfdatum gekapt. Aan de armen van Groot-Gelmen zou hij 8 vaten koren geven en gebakken brood. Het brood was uit te delen in de week van de Sint-Maartenkermis, patroon van de parochie. De moeder van de moordenaar kreeg van de vader van het slachtoffer 3 vaten koren. Waarschijnlijk was ze onbemiddeld?
Alle notaris- en verteerkosten in het Klaverblad zijn voor rekening van Gijs of Gijsbrecht voluit, die een contactverbod van drie jaar krijgt met de kinderen en bloedverwanten van de vermoorde Jan. 

We schenken hier en nu nog altijd aandacht aan de vermoorde Jan. Wat bewijst dat deze eeuwenoude vorm van verzoening werkt. 




Jacques BROUWERS, Een zoenkruis te Groot-Gelmen, in Limburg, jg. 52, 1973, p. 61-68; Willem DRIESEN en Roger HAUBRECHTS, Groot-Gelmen via Helshoven. Wandeling, in Sint-Truiden, NATUURlijk een monument. Open Monumentendag Vlaanderen, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2004, p. 104-109 en 111; Lambert BAREE te Groot-Gelmen, website home.scarlet.be/hetoudelandvanluik/, pagina Groot-Gelmen, 2019 raadpleging.