De Boddelkèèr

De Boddelkèèr

Sprengt na mar be toos op de boddelkèèr
Luistet no oos echt gebuirt verhoal
We brenge het vol zwoeng en be hiel voul lagère
Al moake we van tijd wel wa kaboal
E vertelselke ei, e stuk toniel donoo
Dzje spitst mar oer oere want de Truieneers dei zin doo

Sprengt na mar be toos op de boddelkèèr
Luistet no oos echt gebuirt verhoal
We brenge het vol zwoeng en be hiel voul lagère
Al moake we van tijd wel wa kaboal
E vertelselke ei, e stuk toniel donoo
Dzje spitst mar oer oere want de Truieneers dei zin doo

Vanaf 2009 bracht deze groep straattheater op diverse pleinen in Groot-Sint-Truiden. Concept Danny Gennez, toeristische gids en oud-schoolhoofd Berchmanshuis. Met financiële steun van de stedelijke Erfgoedcel brachten zij liedjes en humoristische scetchen in Sint-Truidens dialect. Spel muziek en zang door componist Willy Delwaelheyns, Herman Durwael, tonredenaar Christophe Elen, journalist Rudi Festraerts, Chris Mathijs, Aimé Piccard, chirurg Luc Renson, Kathleen Smolders, Pierre en Ria Vandezande. Decor en karikaturen door tekenaar Fonny Dirix. Een ‘boddelkèèr’ is een slagkar op twee grote wielen.


ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be