Framassons

De framassons

In 't Spinveldkasteel te Metsteren , daar kwamen de vrijmetselaars bijeen in een zwarte, floeren zaal. Dat was een heel compagnie en de heren daar, de D., waren daar ook bij, die hadden een aapke dat hen diende gelijk een knecht, dat zat onder 't bed en het deed alle werk. Daar was ook ene bij die compagnie en die zijn vrouw wilde hem daaruit hebben. Maar hij wilde niet en toen sprak ze van scheiden. 'Daarvoor gaat ge toch niet scheiden' zei hij. 'De mensen zeggen dat die vrijmetselaars toch zo slecht zijn' zei de vrouw. 'Wel, durft gij daarheen gaan?' vroeg hij toen. 

En die vrouw ging naar het kasteel en toen ze zei waarvoor ze kwam, gaf D. haar een mes en hij bracht haar tot voor een muur die heel vol namen stond en die waren met bloed geschreven en toen zei hij: 'Hier ziet, hier heeft uw man getekend en hij heeft beloofd ons niet te verlaten.' 'Geef maar hier' zei ze en ze nam het mes en ze stak het in de muur juist waar de naam van haar man stond. En toen ze thuiskwam vond ze haar man doodgestoken, zij had hem zelf kapot gemaakt met zijn naam te doorsteken.Toen ik jong was, dat was lang daarna en de D. waren dood, toen heb ik nog geholpen om die zwarte zaal schoon te maken, maar daar heb ik schrik uitgestaan, 't was goed dat ik niet alleen was.

Opgetekend door F. Beckers in 1947

ONTDEKKING VAN DE DAG

De trap des aanstoots

De Luikse architect Etienne Fayn slaagde erin om een mooi stadhuis in Luikse classicisme te ontwerpen rond de oude halle en de belforttoren. De stadsmagistraat betrok zijn nieuwe symmetrische bouw in juli 1759 onder begeleiding van drie kanonsalvo's. De interieurafwerking, vooral door de modieuze Luikse vakmensen, moest toen nog beginnen.
Maar... die saaie horizontale kroonlijst wou de stad als bouwheer toch verbeteren. Kijkend naar Brabant en Antwerpen liet ze in 1766 zwierige frontons met klokgevel, curven en tegencurven plaatsen aan de hoofdgevel. Pater minderbroeder Johannes Bolgrez bracht een plan mee uit Antwerpen. Ook kwam er een dubbele puitrap naar de verdieping, om de begane grond te kunnen verhuren. Enkele jaren later verdween deze blijkbaar té bombastische ingreep terug. 

Eigentijds kroniekschrijver Debruyn is genadeloos voor zoveel pretentie en tekent - met veel lekenfantasie - dit on-Luikse gedrocht. Hij schrijft ook hoe men half juni 1766 bouwt aan "eene nieuwe blauw steene balcon, ende het frontispicium wierd verciert met nieuwe crollen, oock met eenen nieuwen noijt in dese landen geinventeerde blauw steenen trap dienende tot spot der borgers ende vreemdelingen hier passerende om het onnodigh ende verquist geldt". 

Van deze verbeteringsoperatie getuigt nog een jaartalsteen met stadswapen boven het balkon. 






Lees: Christine VANTHILLO, Het stadhuis van Sint-Truiden, van binnen uit bekeken, in Sint-Truiden in de 18de eeuw, tentoonstellingscataloog, Sint-Truiden: Sint-Truiden 1300 vzw., 1993, p. 109-117; Fernand DUCHATEAU, Het boek van Debruyn. Een kroniek van de achttiende eeuw in Sint-Truiden, in idem, p. 168 en 209-267 en Sint-Truiden 1693-1793, in idem, p. 7-26; Het stadhuis van Sint-Truiden. Hart van de democratie, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2018, p. 131-133.