Verhalen van de kwade hand

Verhalen van de kwade hand

Een vrouw had een baby die ze bij mooi weer buiten in een kinderwagen legde. Opeens begon het kindje gezondheidsproblemen te krijgen. De dokter probeerde allerlei zaken, maar niets hielp. Na een half jaar wilde de dokter zelfs niet meer komen. De buren hadden de vrouw al gezegd dat de kwade hand er misschien iets mee te maken had en raadden haar aan om het kind niet meer buiten te zetten bij mooi weer. Ze stuurden haar naar een man die op de Spaanse Brug woonde. Die man zei de vrouw dat ze een noveen moest houden en voor de Drie Gezusters moest bidden. Daardoor werd het kindje wat beter, maar het herviel weer. Een tijdje later werd er in het dorp een processie gehouden. De vrouw ging mee met het kind in haar armen, en ze bleef de hele tijd dicht bij het H. Sacrament. Daarna was het kind voorgoed genezen.

Ik heb een kind gehad, een kind gelijk een wolk, en als 't schoon weer was zette ik het altijd in 'n koets aan de deur. Op een keer begon het kind achteruit te gaan. Ik deed de 'doktoor' komen en die meesterde er wel een half jaar aan, maar dat hielp niet en toen wou de 'doktoor' niet meer komen.De geburen hadden al eens gezegd 'Dat kind is van de kwade hand geraakt, ge moogt dat niet meer doen, uw kind zo aan de deur zetten, daar komt van alle volk door.' Ik kon dat maar niet geloven, maar ik kon mijn kind toch ook niet laten sterven. 'Gaat naar de man van de Spaanse Brug' zegden ze. Die zei dat ik een negenste moest doen en de Drie Gezusters moest afgaan. Toen werd het kind een beetje beter maar 't viel terug in. Toen ging juist de processie uit, en ik pakte 't kind op en ging mee en ik hield me zo kort als ik kon bij het H. Sacrament en daar bleef ik de hele processie. Toen is het kind voor goed gebeterd.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Bevingen

ONTDEKKING VAN DE DAG

Brouwers, Jacques (Jean Xavier), auteur

Sittard 28.10.1912 Maastricht 25.02.2000 

Broer van de priesters Jan en Emile. Klein Seminarie, ondervoorzitter Utile Dulci 1932. Kortverhalen onder pseud. ‘Henk van Dijk’. Priester 1937. Kapelaan Membach 1937, administrator Kelmis (La Calamine) 1943 en kapelaan Welkenraedt 1944. Pastoor Bois 1949, Gelinden 1953 en Smeermaas 1966-1977. Overleden aan brandwonden bejaardenhuis Jekerdal Maastricht. Streekgeschiedenis in Limburgse tijdschriften en dagblad. 

Biografische notities in NBIOW. Lid Société d’art et d’histoire du diocèse de Liège en Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis. Voorzitter Geschied- en Oudheidkundige Kring GOSSU Lanaken 1972-1977. Prijs Gemeentekrediet van België.

Als pastoor van Gelinden bezorgde hij dit dorp een hele reeks historische bijdragen en trok de aandacht op de lokale mergelontsluiting met zijn unieke fossielen.

Lees: JORISSEN; Huldenummer E.H. J. Brouwers, in GOSSU Tijdingen, 24, 1987, p. 95-146; De verdienstelijke historicus E.H. Jacques Brouwers, in Weit was…, Sint-Truiden: Heemkring Sint-Truiden Zuid-Oost, 2, 2009, nr. 2, p. 28-29.
Publicaties, onder meer: De vrouw met de zwarte sluier, een heksenproces te Gelinden in 1667-1669, in Limburg 16, 1957, p. 263-266, 273-284 en 301-308; Feestgids bij gelegenheid van de Eerste plechtige H. Mis van de eerwaarde pater Raoul Vanswegenoven Scheutist…, Gelinden, 1963; De mergel van Gelinden, in Limburg, 44, 1965, p. 70-79; Mirakuleuze genezing van twee Gelindenaren te Kortenbos, in HBVL, 20.05.1983; Gelinden, Engelmanshoven, Klein- en Groot-Gelmen in de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748), in Limburg, 64, 1985, p. 166-174; Wederopbouw van de toren te Engelmanshoven, in Limburg, 66, 1987, p. 33-34; De heren van Brustem, in OLL, 43, 1988, p. 55-92; De Zoon van de Schrijnwerker, in Positief. Thomas More-genootschap, nr. 193, juni 1989, p. 181-186.