Verhalen van de kwade hand

Verhalen van de kwade hand

Een vrouw had een baby die ze bij mooi weer buiten in een kinderwagen legde. Opeens begon het kindje gezondheidsproblemen te krijgen. De dokter probeerde allerlei zaken, maar niets hielp. Na een half jaar wilde de dokter zelfs niet meer komen. De buren hadden de vrouw al gezegd dat de kwade hand er misschien iets mee te maken had en raadden haar aan om het kind niet meer buiten te zetten bij mooi weer. Ze stuurden haar naar een man die op de Spaanse Brug woonde. Die man zei de vrouw dat ze een noveen moest houden en voor de Drie Gezusters moest bidden. Daardoor werd het kindje wat beter, maar het herviel weer. Een tijdje later werd er in het dorp een processie gehouden. De vrouw ging mee met het kind in haar armen, en ze bleef de hele tijd dicht bij het H. Sacrament. Daarna was het kind voorgoed genezen.

Ik heb een kind gehad, een kind gelijk een wolk, en als 't schoon weer was zette ik het altijd in 'n koets aan de deur. Op een keer begon het kind achteruit te gaan. Ik deed de 'doktoor' komen en die meesterde er wel een half jaar aan, maar dat hielp niet en toen wou de 'doktoor' niet meer komen.De geburen hadden al eens gezegd 'Dat kind is van de kwade hand geraakt, ge moogt dat niet meer doen, uw kind zo aan de deur zetten, daar komt van alle volk door.' Ik kon dat maar niet geloven, maar ik kon mijn kind toch ook niet laten sterven. 'Gaat naar de man van de Spaanse Brug' zegden ze. Die zei dat ik een negenste moest doen en de Drie Gezusters moest afgaan. Toen werd het kind een beetje beter maar 't viel terug in. Toen ging juist de processie uit, en ik pakte 't kind op en ging mee en ik hield me zo kort als ik kon bij het H. Sacrament en daar bleef ik de hele processie. Toen is het kind voor goed gebeterd.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Bevingen

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een weerwolf in Melveren

Een weerwolf in Melveren

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen." 

Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan. 

Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen." 

Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!" 

X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.


Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be