Spookhuizen

Spookhuizen

In de grote hoeve van E. in Straten spookte het. Het is een oud gebouw uit de zestiende eeuw dat gelegen is bij de Romeinse baan. Sommigen beweren zelfs dat het vroeger een klooster is geweest. In de tuin van de hoeve is een ronde ring waar in de winter de sneeuw onmiddellijk smelt. Vroeger woonde er een zekere X, die bijzonder veel ongeluk had met zijn vee. Op een nacht reed er een koets met twee witte paarden naar binnen, terwijl de poorten vanzelf open en dicht gingen. Na een tijdje liet men een pater van de Monnebruurs komen, die de hoeve heeft overlezen en alles met wijwater heeft besprenkeld. Daarna is de toestand weliswaar verbeterd, maar toch is er in die hoeve altijd meer ongeluk geweest dan elders. Tijdens de oorlog is er een bom gevallen op de hoeve, die helemaal is uitgebrand.

De grote 'winning' van Engelbosch te Straten, daar spookte het. Dat is een oud 'geleeg' uit de jaren vijftienhonderd en het ligt tegen de Romeinse baan. Ze willen ook hebben dat dat ooit een klooster geweest is. Daar in de hof is een plaats, een ronde ring, waar in de winter de sneeuw direct weg is. Toen daar een zekere R. woonde, hadden die mensen toch zoveel ongelukken in hun stallen onder de beesten. Op een nacht vlogen de poorten open en toen reed daar een koets met twee witte paarden in en die reed van achter weer uit en toen gingen de poorten weer toe. Dat waren christelijke mensen en ze deden een pater komen van de 'Monnebruurs' uit de stad, en die heeft alles overlezen en overal wijwater gesprenkeld. Toen is dat verbeterd maar 't is nooit helemaal gedaan geweest. Daar zijn altijd meer ongelukken geweest 'als' ergens anders. Daar hebben verschillende boeren gewoond, maar 't was lang zo erg niet als toen die koets daar kwam. Dat was ene die na zijn dood terugkwam, vertelden ze. Nu, in de oorlog, zijn daar nog bommen gevallen en de 'winning' is uitgebrand, zo ligt ze daar nog altijd.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Bevingen

ONTDEKKING VAN DE DAG

Berenmutsen op zolder

Berenmutsen op zolder


Een kaartje leggen in oorlogstijd kan je je kop kosten. Dat overkwam een eskadron Belgische ruiters op 17 augustus 1914 in Bernissembos . Dit bos was in 1900 iets zoals Nieuwenhovenbos  nu: een geliefd wandeldomein met een drankgelegenheid. De boerenherberg van Truike Menten  lag bij de Keelstraat aan de bosrand. De eiken, waaronder de kolossale Koning en Koningin, waren al enkele jaren gekapt, maar Fons Lassaut, weduwnaar van Truike, bakte er nog altijd eieren met hesp.

Onderschrift bij deze foto

De Eerste Wereldoorlog was nog geen twee weken aan de gang. De Gidsen waren de heren van het Belgisch leger en bleven als verkenningstroepen meestal uit het echte strijdgewoel. Bij de officieren wemelde het van blauw bloed en zelfs de gesabelde soldaat-ruiters kwamen uit gegoede families. Soms ook wel waren het boerenjongens die gewend waren met paarden om te gaan en niet te zwaar wogen. Je herkende de Belgische Gidsen aan hun paarse broek, hun groene vest en een zwarte berenmuts of ‘kolbak’ met gele wollen knop vooraan. Tegenwoordig is de muzikale muziekkapel van de Gidsen ook nog in paars en groen gekleed.

De Gidsenregimenten zaten met de rest van de Belgische ruiterij verschanst achter de Gete te wachten op de Duitse invasie. Commandant baron de Wykerslooth de Rooyestein werd met heel zijn eskadron, zo’n honderdtwintig man, vooruitgestuurd. Ze moesten de doortocht van de Duitse hoofdmacht uit Tongeren naar Sint-Truiden bespieden. De groep kreeg duiven mee als postbodes. Het roemrijke terugslaan van de Duitse ruiterij bij Halen enkele dagen voordien was een enorme opkikker geweest. Toch waren mannen en paarden murw: twee weken kamperen kruipt in je kleren. Het was de mooiste zomer sinds jaren en de hitte drukte. De ruiters stegen dan ook af in de dekking van Bernissembos en de herberg Menten. Enkelen rustten, sommigen dronken en kaartten, en anderen gingen in de buurt fruit kopen. De commandant schreef – naar eigen zeggen achteraf – zijn rapport tijdens de rustpauze.

Onderschrift bij deze foto

Plots brak de hel los: een compagnie Duitse voetsoldaten overviel de Gidsen en schoot op alles wat bewoog. Die Duitse ‘Leibgrenadiers’ in veldgrijs uniform waren ’s middags toevallig ingekwartierd bij de Paters op Terstok in Zepperen. Ze wilden zich eigenlijk gaan wassen na hun lange voetmars door het stof der wegen. Een oude korporaal, uitgezet als schildwacht, had de rustende Belgen bemerkt en sloeg stilletjes alarm. Eerst wou niemand hem geloven, maar enkele jonge sabelslepers waren tuk op vechten en wilden hun eerste echte schoten in de oorlog lossen. Het groepje Gidsen kortst bij de herberg werd overvallen en uitgeroeid. De oude Fons werd met bajonetsteken afgemaakt en zijn café ging in de vlammen op. Baron de Wykerslooth kon de volgende morgen terug over de Gete terugkeren met nog maar dertig ruiters zonder hun paarden.

Op het kleine slagveld bij Bernissembos bleven dode paarden, ruiters en berenmutsen achter. Pas uren later durfden de omwonenden gaan kijken. Enkele gezichten van gesneuvelden waren al aangevreten door uitgebroken varkens. De Assumptionistenpaters begroeven de dode landgenoten ter plekke. Pas de volgende winter kregen ze een plechtig graf op het kerkhof van Zepperen. Nog in 1994 zette de Remacluskring een herinneringsplaatje in de Keelstraat.

En de berenmutsen? Die werden als souvenir op de kloosterzolder verstopt. Ze doken af en toe terug op bij de ‘Ezels’, namaakruiters van de Roosbeek, een volksstraat in Zepperen. Met berenmuts, getekende snor en nepbenen naast hun bretellenpaard reden ze in de jaren 1930 en 1940 in elke stoet van het dorp, of het nu de inhuldiging van de nieuwe betonweg was of de inhaling van een pastoor. De ene zijn dood is de ander zijn vermaak…

Gedenkplaatje op het slagveld, Keelstraat



Kijk: www.zepperen.be/gevecht-1914/ en www.zepperen.be/ooggetuigen-gevecht-1914