In de grote hoeve van E. in Straten spookte het. Het is een oud gebouw uit de zestiende eeuw dat gelegen is bij de Romeinse baan. Sommigen beweren zelfs dat het vroeger een klooster is geweest. In de tuin van de hoeve is een ronde ring waar in de winter de sneeuw onmiddellijk smelt. Vroeger woonde er een zekere X, die bijzonder veel ongeluk had met zijn vee. Op een nacht reed er een koets met twee witte paarden naar binnen, terwijl de poorten vanzelf open en dicht gingen. Na een tijdje liet men een pater van de Monnebruurs komen, die de hoeve heeft overlezen en alles met wijwater heeft besprenkeld. Daarna is de toestand weliswaar verbeterd, maar toch is er in die hoeve altijd meer ongeluk geweest dan elders. Tijdens de oorlog is er een bom gevallen op de hoeve, die helemaal is uitgebrand.
De grote 'winning' van Engelbosch te Straten, daar spookte het. Dat is een oud 'geleeg' uit de jaren vijftienhonderd en het ligt tegen de Romeinse baan. Ze willen ook hebben dat dat ooit een klooster geweest is. Daar in de hof is een plaats, een ronde ring, waar in de winter de sneeuw direct weg is. Toen daar een zekere R. woonde, hadden die mensen toch zoveel ongelukken in hun stallen onder de beesten. Op een nacht vlogen de poorten open en toen reed daar een koets met twee witte paarden in en die reed van achter weer uit en toen gingen de poorten weer toe. Dat waren christelijke mensen en ze deden een pater komen van de 'Monnebruurs' uit de stad, en die heeft alles overlezen en overal wijwater gesprenkeld. Toen is dat verbeterd maar 't is nooit helemaal gedaan geweest. Daar zijn altijd meer ongelukken geweest 'als' ergens anders. Daar hebben verschillende boeren gewoond, maar 't was lang zo erg niet als toen die koets daar kwam. Dat was ene die na zijn dood terugkwam, vertelden ze. Nu, in de oorlog, zijn daar nog bommen gevallen en de 'winning' is uitgebrand, zo ligt ze daar nog altijd.
Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Bevingen
Zepperen 15.07.1814 - Sint-Joost-ten-Node 08.01.1890
Jeanne BampsBurgemeesters- en stokerszoon. Jongere broer van de Hasseltse advocaat en boekenverzamelaar Antoine Louis. Medische studie universiteit Luik. Geneesheer te Hasselt. Huwde in Hasselt in 1846 met de dochter van de gekende geneesheer-auteur Antoine Bamps. Stichtte met latere minister Thonissen het ‘Journal du Limbourg belge’ 1840. Naar Brussel 1841. Redacteur van Limburgse en Brusselse kranten. Secretaris Hoge Landbouwraad en lid van geneeskundige en statistische commissies. Leidend ministerieambtenaar. Voorbereiding wetgeving ontginning woeste gronden en irrigatie. Rapport algemene landbouwtelling 1846. Medewerker eerste grote landbouwtentoonstelling en oprichting landbouwcomicen 1848. Afdelingshoofd sectie Landbouw, Ministerie Binnenlandse Zaken 1846. Medewerker minister Vandenpeereboom bij rundpestbestrijding 1865. Secretaris-generaal Ministerie Landbouw, Nijverheid en Openbare Werken 1884-1888. IJverde voor uitbreiding Natuurhistorisch museum en de inspectie van kunstonderwijs. Publiceerde en vertaalde over landbouwstatistiek en geneeskunde. Voorzitter Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België 1880-1882. Inzender parabeltekst in mysterieus Teutenbargoens aan Jan Frans Willems 1838. Zelf grootvader van psycholoog Albert Michotte van den Berck KUL.