Haas roept op zijn gezel

Haas roept op zijn gezel

X en Y gingen op een koude winterdag op strooptocht. Toen ze een tijdje onderweg waren, zei Y "X, blijf jij hier wachten. Ik ga verder tot aan de Driebonder, waar ik de hazen in deze richting zal drijven." Toen X met zijn geweer in de hand zat te wachten, kwam er een haas aangelopen, maar X dacht "Nu kan ik niet schieten, want het dier is al te dichtbij; op die manier zou ik het helemaal in stukken schieten. Ik kan beter wachten tot de haas hier voorbij is." Maar de haas kwam tot bij X, snuffelde aan zijn voeten en vroeg toen "Zijn de andere hazen hier al voorbij gekomen?" Geschrokken door dit sprekende dier, liep X naar Y en vroeg of hij de haas ook had gezien. De haas was inderdaad ook aan het geweer van Y komen snuffelen, en het dier had gezegd " Je zal nooit nog een haas neerschieten!" Sindsdien hebben X en Y het nooit meer aangedurfd om te gaan stropen.

In de oude tijd waren er veel 'loerjagers'. Zo hadt ge Rinuske de H., en die heeft me eens een historie verteld toen we de patatten aan 't uitdoen waren, dat had hij persoonlijk aan de hand gehad. Rinuske en Ber H. waren op de 'loer' en 't vroor stenen, zo koud was het. Ber zei 'Rikus blijf gij hier, ik ga tot aan de Driebonder, hier komen de hazen dan af die ik opjaag. Toen Rikuske daar wat lag, met zijn geweer zo gereed, kwam daar een haas af, een schoon beestje, zo vet als een 'kurren' en Rikuske dacht 'Ik mag niet meer schieten, hij is te kort, anders is hij 'zo na vaneen als moos', ik zal wachten tot als hij door is.'Maar die haas kwam tot aan Rikuske en hij snuffelde aan zijn geweer en toen zei hij 'Zijn de anderen al door?' Toen liep Rikuske naar Ber maar die vroeg al of hij die haas ook gezien had. 'Hij kwam aan mijn geweer snuffelen, zei Ber, en toen zei hij 'Ik ben bij Rikus geweest en ik was de eerste, maar ge zult nooit geen haas meer schieten.' ''t Deugt niet om op de 'loer' te gaan' zeiden ze, en ze hebben ook niets meer geschoten sinds toen.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Brustem

ONTDEKKING VAN DE DAG

Goyens, "Maternus" Guillaume Modest, minderbroeder

Sint-Truiden 29.10.1848 Gent 08.12.1905 

Zoon van graanhandelaar Arnold en Marie Clementine Vandereycken. Broer van minderbroeder ‘Hiëronymus’. 

Minderbroeder Tielt 1868, priester  1874. Gardiaan Sint-Truiden 1877-1878. Vicaris Rekem 1880-1883, Gent 1886-1892. Gardiaan Antwerpen 1895-1896. Vicaris Gent 1902-1905. Daar overleden bloedopdrang. Artikels in Le messager de Saint-François en De bode van den H. Franciscus van Assisië. Devotieboekjes o.a. over de H. Antonius van Padua, handboekje voor dienstmeiden en enkele historische werkjes o.a. over Grauwzusters. Bijnaam ‘de Paus’ binnen familie.

Publ.: De deugdzame dienstmeid in hare plichten onderwezen, Mechelen: Sint-Franciscusdrukkerij, 1901.
Lit.: Le Messager de Saint-François d’Assise, 31, 1905, p. 256-257; BERLO, p. 363, 369, 467 en 473; VAN MECHELEN, p. C15; JORISSEN; Lucianus CEYSSENS, Jeroom Goyens, onze eerste provincie-archivaris (1864-1942), in Franciscana, 50, 1995, p. 7.