Haas roept op zijn gezel

Haas roept op zijn gezel

X en Y gingen op een koude winterdag op strooptocht. Toen ze een tijdje onderweg waren, zei Y "X, blijf jij hier wachten. Ik ga verder tot aan de Driebonder, waar ik de hazen in deze richting zal drijven." Toen X met zijn geweer in de hand zat te wachten, kwam er een haas aangelopen, maar X dacht "Nu kan ik niet schieten, want het dier is al te dichtbij; op die manier zou ik het helemaal in stukken schieten. Ik kan beter wachten tot de haas hier voorbij is." Maar de haas kwam tot bij X, snuffelde aan zijn voeten en vroeg toen "Zijn de andere hazen hier al voorbij gekomen?" Geschrokken door dit sprekende dier, liep X naar Y en vroeg of hij de haas ook had gezien. De haas was inderdaad ook aan het geweer van Y komen snuffelen, en het dier had gezegd " Je zal nooit nog een haas neerschieten!" Sindsdien hebben X en Y het nooit meer aangedurfd om te gaan stropen.

In de oude tijd waren er veel 'loerjagers'. Zo hadt ge Rinuske de H., en die heeft me eens een historie verteld toen we de patatten aan 't uitdoen waren, dat had hij persoonlijk aan de hand gehad. Rinuske en Ber H. waren op de 'loer' en 't vroor stenen, zo koud was het. Ber zei 'Rikus blijf gij hier, ik ga tot aan de Driebonder, hier komen de hazen dan af die ik opjaag. Toen Rikuske daar wat lag, met zijn geweer zo gereed, kwam daar een haas af, een schoon beestje, zo vet als een 'kurren' en Rikuske dacht 'Ik mag niet meer schieten, hij is te kort, anders is hij 'zo na vaneen als moos', ik zal wachten tot als hij door is.'Maar die haas kwam tot aan Rikuske en hij snuffelde aan zijn geweer en toen zei hij 'Zijn de anderen al door?' Toen liep Rikuske naar Ber maar die vroeg al of hij die haas ook gezien had. 'Hij kwam aan mijn geweer snuffelen, zei Ber, en toen zei hij 'Ik ben bij Rikus geweest en ik was de eerste, maar ge zult nooit geen haas meer schieten.' ''t Deugt niet om op de 'loer' te gaan' zeiden ze, en ze hebben ook niets meer geschoten sinds toen.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Brustem

ONTDEKKING VAN DE DAG

Hakselaar uit het vml. Hoevemuseum Sint-Truiden

Hakselmachine of toestel met een manueel aandrijfmechanisme voor het snijden van stro, gras of maïsgroen. Het grote vliegwiel bezorgde voldoende momentum om de spierkracht maximaal te kunnen  gebruiken. 

Het te versnijden gewas werd in de aanvoergoot gelegd en kwam tussen twee getande rollen terecht. Hierdoor werd het naar het mes toe gedreven. Dat mes werd aangedreven door het grote vliegwiel in gietijzer met hengsel.

Uit de landbouwcollectie voormalige Hoevemuseum Sint-Truiden, met ST/86.238 als oud inventarisnummer.


Het toestel is vervaardigd of geleverd door Sneyers-Lafosse en had Jozef Tilkens als vorige eigenaar, die het aan het Stedelijk Hoevemuseum schonk. 

Sneyers, (Jan Trudo) August was een gekend nijveraar in het stadscentrum. Sint-Truiden 03.08.1866 – Sint-Truiden 12.12.1923, x Justine Lafosse. Opvolger Lafosse-Charlier. Metaalwaren Engels, Frans, Duits en inlands, kachels, lantarens, bietwortelsnijders, fornuizen, huishoudartikels, ijzeren bedden, tuinmeubelen, gereedschappen, glas, porcelein, kristal. Weeldeartikels. IJzer, staal, balken. Depot van zink van Nouvelle Montagne. Hoogbrugstraat +-1928. Weduwe A. Sneyers-Lafosse +-1929. Weduwe A. Sneyers-Lafosse Hoogbrugstraat (ijzerwaren, huishoud), Grote Markt ('weelde'), Beekstraat (staal, zink) +-1933. Afdeling aardewerk op Grote Markt. In  1912: overname handel in koorden en zakken van koordendraaier Louis Lafosse Hoogbrugstraat door ijzerhandel August Sneyers-Lafosse. De firma leverde ook landbouwmachines. 


Inventaris CAG, Leuven - Hoevemuseum Sint-Truiden