Rat in 't vuur - vrouw verbrand

Rat in 't vuur - vrouw verbrand

In Brustem stond een huis dat behekst was. Wanneer de bewoners 's avonds bij de kachel een rozenhoedje zaten te bidden, hoorden ze altijd een dikke rat met een lange staart aan de deur krabben. Toen de rat zich op een avond weer liet horen, zette de man de kachel open en gooide het dier erin. Even later kwam iemand hem vertellen dat X, een vrouw uit het dorp, helemaal verbrand was.

Ik heb eens horen vertellen voor echt waar dat het spookte in een huis hier in Brustem. Als de mensen 's avonds rond de stoof het rozenhoedje zaten te bidden dan was het altijd krets -krets aan de deur en dat was een dikke rat met zo'n staart. 'Dat moet potverdorie gedaan zijn, ik zal ze eens' zei de man daar. En op een keer toen ze weer ze hoorden, zette hij de stoof open en in ene keer smeet hij de deur open, daar had hij de rat vast en op ene vloek lag ze in de stoof en daar een pot vol koffie op dat ze daar niet uitkon. 'n Beetje daarna kwamen ze roepen dat Marjengenes zo heette de heks, helegans verbrand was, begrijpt ge?

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Brustem

ONTDEKKING VAN DE DAG

Jammaers, Urbain, geneesheer

Ordingen 07.08.1899   Sint-Truiden 24.03.1988  x Lucie Germeys  

Geboren in winning Deplet. Uit Zeppers smedenfamilie. Enige zoon van liberale rentenier Felix en Antonie Vrijdaghs. Kleinzoon van smid Joannes en Anne Gertrudis Saenen.  

Ll. Klein-Seminarie Sint-Truiden. Twee jaar natuurwetenschappen R.U. Luik, maar overgeschakeld op geneeskunde. Huisdokter met specialiteit kraambed 1925. Praktijk in 1927 verhuisd naar Stenaertberg in Sint-Truiden. 

Wetsdokter en stichter Wetenschappelijke Kring van Geneesheren van Sint-Truiden . Lid van de Orde en van Beroepshof Orde. Lid Maatschappij Wetsgeneeskunde België 1946. Oprichter zondagsdienst dokters Sint-Truiden 1939.

Info: HIP archief. Lit.: Rik PIRARD, Zestig jaar toegewijde huisarts en wetsdokter, in HBVL, 01.04.1987; Dr. Luc RENSON, In Memoriam Urbain Jammaers, Sint-Truiden. 1998; Leven in Oud Zepperen, p. 129-142, 419-421.