Heks in de gedaante van een hond

Heks in de gedaante van een hond

De knecht van X maakte altijd vreemde zaken mee. Zo vlogen de teugels van zijn paarden op een dag stuk. Ook was het eens gebeurd dat de knecht plots in het midden van een groot vuur stond. Op zekere dag kwam er een hond zo groot als een veulen, naar de kar van de knecht gelopen. Het dier liep langs de zijkant van de kar omhoog. De knecht riep verschrikt uit "Jezus, Maria, Jozef, sta me bij!" Het volgende ogenblik stond de heks in haar menselijke gedaante vóór hem, en hij herkende haar. "Durf dit niet aan iemand te vertellen!", dreigde ze. De knecht heeft de naam van de heks nooit genoemd.

De knecht van S. had altijd veel leed met van alles. De 'trekken' van zijn paarden vlogen kapot, hij stond eens in 't midden van 'n vuur en zo. Eens kwam daar een hond af gelijk een veulen, en die liep langs zijn kar op. Toen riep hij 'Jezus, Maria, Jozef, staat me bij!' Toen stond de heks daar 'leeftig' voor hem en hij kende ze. 'Als ge het durft zeggen, wacht dan!' dreigde ze hem. En hij heeft haar naam ook nooit durven noemen.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Brustem

ONTDEKKING VAN DE DAG

Jammaers, Urbain, geneesheer

Ordingen 07.08.1899   Sint-Truiden 24.03.1988  x Lucie Germeys  

Geboren in winning Deplet. Uit Zeppers smedenfamilie. Enige zoon van liberale rentenier Felix en Antonie Vrijdaghs. Kleinzoon van smid Joannes en Anne Gertrudis Saenen.  

Ll. Klein-Seminarie Sint-Truiden. Twee jaar natuurwetenschappen R.U. Luik, maar overgeschakeld op geneeskunde. Huisdokter met specialiteit kraambed 1925. Praktijk in 1927 verhuisd naar Stenaertberg in Sint-Truiden. 

Wetsdokter en stichter Wetenschappelijke Kring van Geneesheren van Sint-Truiden . Lid van de Orde en van Beroepshof Orde. Lid Maatschappij Wetsgeneeskunde België 1946. Oprichter zondagsdienst dokters Sint-Truiden 1939.

Info: HIP archief. Lit.: Rik PIRARD, Zestig jaar toegewijde huisarts en wetsdokter, in HBVL, 01.04.1987; Dr. Luc RENSON, In Memoriam Urbain Jammaers, Sint-Truiden. 1998; Leven in Oud Zepperen, p. 129-142, 419-421.