Dliedeken van den grooten man van Sintruyden, dy te Hasselt ghesonden was om hun processie te vercieren.
Wy wilt hooren een nieu liedt,
Compt te Hasselt, grooten man,
Dat vanden grooten man es gheschiet,
Compt te Hasselt, groote, groote,
Compt te Hasselt, groote man.
Het viel op Sinte Matheus dach,
Compt te Hasselt, grooten man,
Datmenten onderweghen sag
Compt te Hasselt, groote, groote,
Compt te Hasselt, groote man.
Die kinderen waren heel confuys,
Compt te Hasselt, grooten man,
Sy liepen met grooten hoopen thuys,
Compt te Hasselt, groote, groote,
Compt te Hasselt, groote man.
Doen hy te Hasselt binnen quam,
Compt te Hasselt, grooten man,
Sy gaven hem eenen booteram,
Compt te Hasselt, groote, groote,
Compt te Hasselt, groote man.
Sy saddtten hem daar op eenen block
Compt te Hasselt, grooten man,
Sy deden hem aen eenen gheelen rock,
Compt te Hasselt, groote, groote,
Compt te Hasselt, groote man.
Doen hy sou inde processie gaen
Compt te Hasselt, grooten man,
Daer heeft hy eenen steeck ontfaen,
Compt te Hasselt, groote, groote,
Compt te Hasselt, groote man.
Doen Wouter, myn oudste soen, dit vernam,
Compt te Hasselt, grooten man,
Hy was van hertten al zoe gram
Compt te Hasselt, groote, groote,
Compt te Hasselt, groote man.
De grooten man was soo seer ghewont
Compt te Hasselt, grooten man,
Hy es ghestorven ter selver stont,
Compt te Hasselt, groote, groote,
Compt te Hasselt, groote man.
Doenmen duysent Xe XLIXich screeff
Compt te Hasselt, grooten man,
Doen was dat Vaes Lantmeeters dit bedreeff,
Compt te Hasselt, groote, groote,
Compt te Hasselt, groote man.
Hier me soo laet ick dit liedeken varen,
Compt te Hasselt, grooten man,
Godt wil ons grootemans ziele bewaren,
Compt te Hasselt, groote, groote,
Compt te Hasselt, groote man.
Het efficiënte romeinse weggennet, zoals de ‘kassei’ Tongeren-Tienen, verviel in de vroege middeleeuwen. Waar geen bevaarbare waterlopen waren, was men opnieuw aangewezen op lokale onverharde verbindingen met diverse alternatieven naargelang de seizoensmodder. Terwijl het Luikerland in de 18de eeuw steenwegen aanlegde voor economische ontsluiting zoals de weg Luik-Sint-Truiden(-Brussel) in 1715-1740, was de Franse bezetter rond 1800 vooral militair gemotiveerd voor snelle, rechtlijnige verbindingen. De ‘Route Napoleon’ of het deel Maastricht-Tongeren van de verbinding Keulen-Duinkerken werd in 1804-1813 afgewerkt.



Het was wachten op de Hollanders en hun Waterstaat-ingenieur De Sermoise om op 9 december 1817 de eerste steen te laten leggen aan de Sint-Truiderpoort in Tongeren door de provinciegouverneur. Het tracé dwars door de velden en weiden trok al snel handel en bewoning van de opzij liggende dorpskernen aan, getuige de jaartallen op vele gevels en de verbindingen zoals de dreef te Ordingen. De oude ‘Truierbaan’ in Rijkel verviel tot veldweg. Een tolbarreel aan het kruispunt met de Houtstraat Brustem deed dienst tot in 1867 deze gebruikersbijdrage werd opgeheven.
De weg naar Tongeren startte aan de oude Brustempoort. De beginkilometers waren gekend voor het omtuinde Casino (1862), het huis Moreau (1872), de arbeidershuisjes en het koetsenatelier Vanslype op de Pinberg en later voor de Veiling Haspengouw (1939-2017) en toegangen tot de Industriezone Schurhoven.
Na deze steenweg voltooide men vanuit de stad Sint-Truiden de kasseiwegen naar Hasselt (1838), Diest (1844) en Namen (1855).
In augustus 1914 kon de Duitse ruiterij haar opmars van Tongeren naar Sint-Truiden (en Orsmaal) ongestoord uitvoeren. Ze staken huizen in brand op de Pinberg, maar ter compensatie kwamen er nog voor het oorlogseinde enkele ‘Pruisenhuisjes’ of modelwoningen langs de Tongersesteenweg.