Macht der geestelijken 1. Vernietigen macht a) Gewoon

Macht der geestelijken 1. Vernietigen macht a) Gewoon

Bij een gezin uit Mielen gingen alle dieren dood. De pater sprak tot de mensen "Ik ga jullie bevrijden, maar jullie mogen niet naar buiten komen, wat er ook gebeurt". De mensen hoorden een luid geschreeuw. Door de hulp van de pastoor hield het ongeluk eindelijk op.

dô wôre minse van Mile; en di konde gien biesten hâve; dô ien weg, dô ien doeud; en dô kam ne pôter, en dee zei "Ich gôn oech bevrêie; mo ge moet ni ötkoume, wat er och gebuird"; en z’huurde schrieven en alles; mo ze kôme ni öt en alles was gedôn.

Opgetekend door A. Abeels, Leuven, 1965 in Brustem

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een weerwolf in Melveren

Een weerwolf in Melveren

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen." 

Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan. 

Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen." 

Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!" 

X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.


Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be