Berenmutsen op zolder

Berenmutsen op zolder


Een kaartje leggen in oorlogstijd kan je je kop kosten. Dat overkwam een eskadron Belgische ruiters op 17 augustus 1914 in Bernissembos . Dit bos was in 1900 iets zoals Nieuwenhovenbos  nu: een geliefd wandeldomein met een drankgelegenheid. De boerenherberg van Truike Menten  lag bij de Keelstraat aan de bosrand. De eiken, waaronder de kolossale Koning en Koningin, waren al enkele jaren gekapt, maar Fons Lassaut, weduwnaar van Truike, bakte er nog altijd eieren met hesp.

Onderschrift bij deze foto

De Eerste Wereldoorlog was nog geen twee weken aan de gang. De Gidsen waren de heren van het Belgisch leger en bleven als verkenningstroepen meestal uit het echte strijdgewoel. Bij de officieren wemelde het van blauw bloed en zelfs de gesabelde soldaat-ruiters kwamen uit gegoede families. Soms ook wel waren het boerenjongens die gewend waren met paarden om te gaan en niet te zwaar wogen. Je herkende de Belgische Gidsen aan hun paarse broek, hun groene vest en een zwarte berenmuts of ‘kolbak’ met gele wollen knop vooraan. Tegenwoordig is de muzikale muziekkapel van de Gidsen ook nog in paars en groen gekleed.

De Gidsenregimenten zaten met de rest van de Belgische ruiterij verschanst achter de Gete te wachten op de Duitse invasie. Commandant baron de Wykerslooth de Rooyestein werd met heel zijn eskadron, zo’n honderdtwintig man, vooruitgestuurd. Ze moesten de doortocht van de Duitse hoofdmacht uit Tongeren naar Sint-Truiden bespieden. De groep kreeg duiven mee als postbodes. Het roemrijke terugslaan van de Duitse ruiterij bij Halen enkele dagen voordien was een enorme opkikker geweest. Toch waren mannen en paarden murw: twee weken kamperen kruipt in je kleren. Het was de mooiste zomer sinds jaren en de hitte drukte. De ruiters stegen dan ook af in de dekking van Bernissembos en de herberg Menten. Enkelen rustten, sommigen dronken en kaartten, en anderen gingen in de buurt fruit kopen. De commandant schreef – naar eigen zeggen achteraf – zijn rapport tijdens de rustpauze.

Onderschrift bij deze foto

Plots brak de hel los: een compagnie Duitse voetsoldaten overviel de Gidsen en schoot op alles wat bewoog. Die Duitse ‘Leibgrenadiers’ in veldgrijs uniform waren ’s middags toevallig ingekwartierd bij de Paters op Terstok in Zepperen. Ze wilden zich eigenlijk gaan wassen na hun lange voetmars door het stof der wegen. Een oude korporaal, uitgezet als schildwacht, had de rustende Belgen bemerkt en sloeg stilletjes alarm. Eerst wou niemand hem geloven, maar enkele jonge sabelslepers waren tuk op vechten en wilden hun eerste echte schoten in de oorlog lossen. Het groepje Gidsen kortst bij de herberg werd overvallen en uitgeroeid. De oude Fons werd met bajonetsteken afgemaakt en zijn café ging in de vlammen op. Baron de Wykerslooth kon de volgende morgen terug over de Gete terugkeren met nog maar dertig ruiters zonder hun paarden.

Op het kleine slagveld bij Bernissembos bleven dode paarden, ruiters en berenmutsen achter. Pas uren later durfden de omwonenden gaan kijken. Enkele gezichten van gesneuvelden waren al aangevreten door uitgebroken varkens. De Assumptionistenpaters begroeven de dode landgenoten ter plekke. Pas de volgende winter kregen ze een plechtig graf op het kerkhof van Zepperen. Nog in 1994 zette de Remacluskring een herinneringsplaatje in de Keelstraat.

En de berenmutsen? Die werden als souvenir op de kloosterzolder verstopt. Ze doken af en toe terug op bij de ‘Ezels’, namaakruiters van de Roosbeek, een volksstraat in Zepperen. Met berenmuts, getekende snor en nepbenen naast hun bretellenpaard reden ze in de jaren 1930 en 1940 in elke stoet van het dorp, of het nu de inhuldiging van de nieuwe betonweg was of de inhaling van een pastoor. De ene zijn dood is de ander zijn vermaak…

Gedenkplaatje op het slagveld, Keelstraat



Kijk: www.zepperen.be/gevecht-1914/ en www.zepperen.be/ooggetuigen-gevecht-1914

Willem Driesen
ONTDEKKING VAN DE DAG

'Must read' over Sint-Truidens erfgoed

Heb je weinig tijd?

Ben je als (oud-)Truienaar geboeid door het historische decor dat onze stad biedt?
In dit Top Twaalf-lijstje staan de "must read"-boeken over Sint-Truidens erfgoed.
Als je de hapklare, maar niet diep gravende Wikipedia-artikels al gelezen hebt. 



1. Het stadhuis van Sint-Truiden. Hart van de democratie, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2018.
2. Frank DECAT, Sint-Truiden 1784. Criminele histories in een Luikse stad, Leuven: Davidsfonds, 2012.
3. Vergeet je wortels niet. Erfgoedverkenningen in Sint-Truidense dorpen en stadswijken, Sint-Truiden: Erfgoedcel Sint-Truiden, 2012. 
4. Rombout NIJSSEN e.a., Op grond van Sint-Trudo. De kaartenatlas van de abdij van Sint-Truiden 1697, Sint-Truiden: Abdij, Stad en Regio vzw., 2011.
5. Wie was wie in Sint-Truiden? Bijdrage tot een biografisch woordenboek, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011.
6. Nathalie CEUNEN e.a., Sappig verteld. Het verhaal achter de fruitteelt in Haspengouw, Sint-Truiden: Erfgoedcel Sint-Truiden, 2010.
7. Pierre DIRIKEN, Geogidsen Sint-Truiden. Rondom (2009) en Sint-Truiden. Stad (2010) in de reeks Toeristisch -recreatieve atlas van Vlaanderen. Haspengouw, Kortessem: Georeto.
8. Thomas COOMANS e.a., In zuiverheid leven. Het Sint-Agnesbegijnhof van Sint-Truiden, (Relicta monografieën, 2), Herent: Peeters, 2008. 
9. Reeks Historische bijdragen over Sint-Truiden en omgeving, uitgegeven door de Geschied- en Oudheidkundige Kring Sint-Truiden 1968-2006.
10. Sint-Truiden ingekaderd 1830-1914, tentoonstellingscatalogus, Sint-Truiden: Sint-Truiden 1300 vzw, 1998.
11. Sint-Truiden in de 18de eeuw, tentoonstellingscatalogus, Sint-Truiden: Sint-Truiden 1300 vzw, 1993.
12. Jan GERITS, Sint-Truiden, in Historische steden in Limburg, Brussel: Gemeentekrediet, 1989, p. 203-221

Om uit te vlooien:  
13. Reeks Bukskes van de dialectkring 't Neigemenneke 1984 - 2017.
14. Tijdschriften 't Maendachboekje (1994) van de Koninklijke Gidsenbond Sint-Truiden ism de GOKSint-Truiden en De Bink (1998) van de Heemkundige Kring Groot-Sint-Truiden. 

Om op je gemak te lezen:
15. 
LAVIGNE, Emiel (vert., met annotaties van JAPPE ALBERTS), Kroniek van de abdij van Sint-Truiden. Vertaling van de ‘Gesta Abbatum Trundonensium’ 1ste deel 628-1138, (Maaslandse monografieën, 43), Assen-Maastricht: Van Gorcum, 1986; ID. (met annotaties van JAPPE ALBERTS, W. en door JANSEN C.G.M.), 2de deel 1138-1558, (Maaslandse monografieën, 46), Leeuwarden-Maastricht: Eisma, 1988; ID., 3de deel 1558-1679, vertaling van de kroniek van Servais Foullon, (Maaslandse monografieën, 53), Leeuwarden-Mechelen: Eisma, 1993.

Een uitgebreidere keuze vind je op  op de website www.geschiedkundigekringsinttruiden.be van de Geschied- en Oudheidkundige Kring (GOKST).

Wil je zomaar grasduinen of zoek je iets érg specifiek, dan kan je uiteraard terecht in deze www.erfgoud.be, dé eigen Truiense erfgoedencyclopedie in opbouw !