Kwade hand a) Volwassenen

Kwade hand a) Volwassenen

Een boer uit Tienen die behekst was, had zich laten overlezen en was daardoor genezen. Omdat de boer een slecht leven had geleid en geen boete had gedaan, raakte hij opnieuw behekst. Soms zag de boer de heks zitten. Ze dwong hem om op dezelfde steen te springen. Een andere keer leek het alsof de boer naar de vijver werd gedreven. Wanneer de man zat te kaarten, kon hij plots niet meer bewegen. Soms werd de boer blind of begon hij met zijn been te slepen. Uiteindelijk kwam het zelfs zover dat de boer niet meer kon spreken. De boer moest van de heks achteruit gaan. Op een dag sprak de pastoor tot de boer "Als je door die weide gaat, dan zal je de heks zien, maar je mag haar geen kwaad doen".

dô was een groeute winning di voechkam van een kerk; en de boer van de winning was oek behekst geweest en geneze duir ouverlezing; mo dan heit er slecht geleefd en z’n boete ni gedôn; en zoe was hem wir behekst; en soms zag hem di heks zitte; en di dui hem van alles doen; hem moes loeupe en altêd op dezelfde stien springe; en hem moes altêd wôter hebbe; en hem voelde zich in de poel gedreive; en as hem mê de kôte speilde, kon hem plots nemie beweige; en as hem van ’t veld kam, moes hem ien bien sleipe ot as hem gewôterd had; en vatêd wird hem blind; en vantêd moes hem nen hiele boel van de mesthoeup ötdrinke; en op het leste kon hem nemie spreke; en vatêd moes hem achteröt gôn; en zoelang da de pastoeur mê hem was, kon hem goed gôn; en as de pastoeur weg was, moes hem wir achterötgôn; en de pastoeur zei teigen hem "As ge dô duir de wê gôt, zulde de heks zien, mo ge mag huir niks doen"; en die boer heite Pente en de winning is nâ nog te zien in Kumtich bê Tienen.

Opgetekend door A. Abeels, Leuven, 1965 in Brustem

ONTDEKKING VAN DE DAG

Beiaardklanken en biggengeschreeuw

Aldous Huxley.

Hij durfde ooit te schrijven over ons, Truienaren: Sommigen maken laken, sommigen suiker. Enkelen hebben cultuur, de rest helemaal niet!
Als bewijs van het tegendeel hangt aan een gevel op de Grote Markt sinds 1968 zijn naam in bronzen letters: Aldous Huxley.

Een aardige Belgische.

Huxley was een telg uit een Brits geslacht van beroemde en bijzonder knappe koppen. Hij studeerde letterkunde in Eton en Oxford. Op een feestje met Kerst 1915 in Engeland viel hem de frèle Maria Nijs op, een Belgische oorlogsvluchtelinge met grote, groenblauwe ogen. Ik heb tenslotte ook een aardige Belgische ontdekt, de wonderen zijn de wereld nog niet uit, meende de slungelachtige, bijziende romanschrijver. Maria’s vader was een Kortrijkse textielbaron, maar moeder Marguerite Baltus stamde uit Sint-Truiden. De rijke koopmansfamilie Baltus woonde in het huis In de Roos op de Grote Markt. Van het een kwam het ander en na de Grote Oorlog trouwde Aldous met Maria. Rond die tijd verbleef de Brit bij oom Baltus in Sint-Truiden.

De inspiratie voor zijn novelle Uncle Spencer uit 1924 deed hij toen op. Het verzonnen Longres uit de novelle is Sint-Truiden, afgebeeld als zedig provinciestadje met een aardige burgerij. Ons interesseren natuurlijk de herkenningspunten : de onontkoombare beiaarddeuntjes, het stille begijnhof, het stadhuis in zachtgele pleister, de kermisattracties met de Dikke Madam die haar gezicht kon wassen met haar tiekes… De diervriendelijke Duitse bezetter beboette iedereen die nog varkens aan oren en staart over de zaterdagmarkt sleurde. Geen enkele verordening zat de boeren meer dwars dan deze.

Een citaat in de originele taal, waarin Huxley beschrijft hoe de Truienaren weerwraak namen op de arme biggen na het vertrek van de Duitsers eind november 1918: The first Saturday after the departure of the German troops was a bad morning fort he pigs. To carry a pig by the tail was an outward and visible symbol of revovered liberty; and the squeals of the porkers mingled with the cheers of the population and the trills and clashing harmonies of the bells awakened by the carilloneur from their four years’ silence. By ten o’clock the market was over. 

Het Minderbroedersplein heette 'varkensmarkt' in de volksmond


Globetrotter Huxley werd in 1932 wereldberoemd door zijn bittere toekomstroman Brave New World en in 1954 met The Doors of Perception, een verslag van zijn experimenten met de druk mescaline. Maria stierf in 1955 en Aldous in 1963 te Los Angeles, net op de dag waarop president Kennedy werd vermoord.



Huxley-vorser
Leraar Roger Collart (+1996) was wel de hardnekkigste Huxley-vorser in onze stad. Zijn vaak gevraagde vertaling van Uncle Spencer wacht nog altijd op een uitgever! Ook Louis Sterken, Guido Wulms, Frank Decat, Danny Gennez en Jean-Pierre Rondas schreven over Aldous in Sint-Truiden. Huxley houdt de aandacht levend: in Munster (D.) is een heus studiecentrum gehuisvest. De Antwerpse sensatiejournalist en latere crimi-auteur Stan Lauryssens bracht een boek uit over Maria Nijs en haar stormachtige liefdesleven.