Twee bultenaars op een heksenvergadering

Twee bultenaars op een heksenvergadering

Aan de rand van het bos hielden de heksen vaak een bijeenkomst. Toen X op een dag voorbij de heksen kwam, sprak er één "Wilveren, wilveren", waarop een andere zei "Neeveren, neeveren, het is X de timmerman, laat hem maar door!" Op dezelfde plaats kwam ook eens een man met een bochel. Toen zeiden de heksen "Wilveren, wilveren, javeren, javeren", en ze dansten met de man, namen hem zijn bochel af en plakten die tegen een dikke boom die daar stond. Toen de man de volgende dag een vriend tegen het lijf liep, vroeg die hem hoe hij zijn bochel was kwijtgeraakt. Die vriend had zelf ook een bochel en ging nog diezelfde avond naar de plek die de man had genoemd. De heksen spraken "Wilveren, wilveren, javeren, javeren", en de man was al verheugd. Toen namen de heksen echter de andere bult van de boom af, en plakten die op de rug van de man, zodat hij nu twee bochels had.

De tieltjesjacht kwam daar aan de kant van 't bos. Dat vloog door de lucht met een 'lawijt' en dat was een hele compagnie heksen. Daar kwam Pie-Ber eens op uit en toen zeiden ze 'Wilveren, wilveren, en een ander zei 'Neeveren, neeveren, 't is Pie-Ber de timmerman, laat hem door.' En daar op dezelfde plaats kwam ook eens ene met een bult en toen zeiden ze 'Wilveren, wilveren, javeren, javeren' en ze dansten met hem en ze namen zijn bult af en ze plakten hem tegen een dikke boom die daar stond. Daarna kwam die een kennis tegen die ook een bult had en die zei 'Deh, waar is uw bult heen?' - 'Dat is gemakkelijk, de tieltjesjacht heeft me hem afgenomen, daar tegen Duras-bos, daar moet ge ook maar eens gaan.' En die ging daar de eerste de beste avond heen en de tieltjesjacht riep 'Wilveren, wilveren, javeren, javeren, en die man was al blij, maar toen pakten ze de bult van de boom af en die zetten ze hem nog bij en toen had hij er twee. Hij was beter thuis gebleven, dan had hij maar ene gehad.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Duras

ONTDEKKING VAN DE DAG

Adelardus II, abt

geboren te Lovenjoel op onbekende datum    gestorven te Sint-Truiden op 06.12.1082 

Monnik, prior en abt van Sint-Truiden 1055-1082, kerkenbouwer. 


Geschoold in letteren en handig in beeldhouwen en schilderen. Bloei van bedevaarten. Verwerving gronden in Villers-le-Peuplier, Moixhe, Staaien; Herk-de-Stad en Zerkingen. Ommuurde de stad. Werkte toren af en bouwde vier hoektorens bij de viering. Bouwer van de Romaanse abdijkerk met lengte van 102 meter, hoge pijlers, hoogkoor en hallencrypte. Versierde altaren. Bouwde of herstelde dertien afhankelijke kerken: OLV-kerk, Sint-Gangulfus, Staaien, Bevingen, Aalburg (Nl.), Wijchmaal, Peer, Schaffen, Webbekom, Donk, Meer, Oerle (Oreye) en Jemeppe-sur-Meuse. Schilder en beeldhouwer. Ondanks inkomsten toch tekorten door grote ambitie. Na waanzinaanval naar abdij Saint-Laurent Luik. Overleden en begraven in lichaamvormig graf Sint-Truiden. Nadien investituurstrijd en verspreiding monniken. Schedel en kromstaf bekroning bewaard. Straatnaam. Biermerk brouwerij Kerkom  2002. Interactief theaterspel ‘Het Adelardusmysterie’ toeristische dienst 2010. Abdijcrypte , grafnis 2004 in dodengang, opschrift Adelardus abbas 1082  uit 2005. 

 Lit.: P.F.X.. DE RAM, in BIONAT, 1, 1866, kol. 51; RECUEIL, p. 7-8; Luc-François GENICOT, L’oeuvre architecturale d’Adelard II de Saint-Trond et ses antécédents, in Belgisch Tijdschrift voor Oudheidkunde en Kunstgeschiedenis, 39, 1970, p. 3-91; MONBEL, p. 33-35; KRONIEK, p. 19-22; J. DEWINTER, Adelard II, abt van Sint-Truiden (1055-1085), in Oost-Brabant, 29, 1992, p. 206-213; CRYPTE, p. 47.