Aan de rand van het bos hielden de heksen vaak een bijeenkomst. Toen X op een dag voorbij de heksen kwam, sprak er één "Wilveren, wilveren", waarop een andere zei "Neeveren, neeveren, het is X de timmerman, laat hem maar door!" Op dezelfde plaats kwam ook eens een man met een bochel. Toen zeiden de heksen "Wilveren, wilveren, javeren, javeren", en ze dansten met de man, namen hem zijn bochel af en plakten die tegen een dikke boom die daar stond. Toen de man de volgende dag een vriend tegen het lijf liep, vroeg die hem hoe hij zijn bochel was kwijtgeraakt. Die vriend had zelf ook een bochel en ging nog diezelfde avond naar de plek die de man had genoemd. De heksen spraken "Wilveren, wilveren, javeren, javeren", en de man was al verheugd. Toen namen de heksen echter de andere bult van de boom af, en plakten die op de rug van de man, zodat hij nu twee bochels had.
De tieltjesjacht kwam daar aan de kant van 't bos. Dat vloog door de lucht met een 'lawijt' en dat was een hele compagnie heksen. Daar kwam Pie-Ber eens op uit en toen zeiden ze 'Wilveren, wilveren, en een ander zei 'Neeveren, neeveren, 't is Pie-Ber de timmerman, laat hem door.' En daar op dezelfde plaats kwam ook eens ene met een bult en toen zeiden ze 'Wilveren, wilveren, javeren, javeren' en ze dansten met hem en ze namen zijn bult af en ze plakten hem tegen een dikke boom die daar stond. Daarna kwam die een kennis tegen die ook een bult had en die zei 'Deh, waar is uw bult heen?' - 'Dat is gemakkelijk, de tieltjesjacht heeft me hem afgenomen, daar tegen Duras-bos, daar moet ge ook maar eens gaan.' En die ging daar de eerste de beste avond heen en de tieltjesjacht riep 'Wilveren, wilveren, javeren, javeren, en die man was al blij, maar toen pakten ze de bult van de boom af en die zetten ze hem nog bij en toen had hij er twee. Hij was beter thuis gebleven, dan had hij maar ene gehad.
Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Duras
De burgemeesters die bouwden of verbouwden aan het stadhuis lieten hun naam na in de vorm van hun familiewapen. Dat gebeurde zowel bij de torenheropbouw in 1606, de nieuwbouw van het stadhuis in 1759, de inrichting in 1788, de restauratie in 1927 en de actuele restauratie en nieuwe inrichting afgerond in 2016.
Burgemeesters van voor 1795 waren vooral belastinginners en verdelers van stedelijke taken, anders dan de burgemeesters vandaag. De geschilderde wapens uit 1788 in de vroegere raadszaal, nu trouwzaal, zijn niet steeds met heraldische nauwkeurigheid bijgeschilderd in de loop der jaren.
Keel = rood, sabel = zwart en lazuur = blauw.

Jan Lycops1606: gedeeld, in I van keel met gouden korenschoof, in II van goud een huismerk van sabel in de vorm van een patriarchaal kruis onderaan heraldisch rechts herkruist. Belforttoren gevel.

Willem Preuveneers 1606: van keel met gouden keper beladen met drie meerlen in sabel en vergezeld van drie zilveren scheerdersscharen met de punt naar onder. Belfortoren gevel.

Baudoin Moers 1759: van goud met drie morenhoofden van sabel, met wrongen van zilver, geplaatst 2-1. Schoorsteenlambrizering vroegere raadszaal.

Maurice Schoenaerts 1759 in zilver een Boergondisch kruis van sabel met over alles heen een zilveren schelp. Schoorsteenlambrizering vroegere raadszaal.

Jean Barthélemy Balthazar de Pitteurs (-Hiegaerts) 1788: van zilver met een groene klimmende leeuw, rood geklauwd en getongd met schuinbalk van goud, beladen met vier zwarte koeken. Plafondlijst vroegere raadszaal.

Trudo Luesemans 1788: gevierendeeld, in I en IV geschaakt van keel en goud in vier rijen, elk van vier vakken. II en III in zilver drie ruiten van lazuur, geplaatst 2-1. Plafondlijst vroegere raadszaal.

Paul Cartuyvels 1927: op lazuur een zilveren, zwemmende zwaan met in het schildhoofd twee gouden sterren. Gebeeldhouwd onder het Trudobeeld in de belforttoren.

Veerle Heeren 2016: in goud een leeuw van keel, met kop en manen van sabel, geklauwd en getongd van lazuur, een gekanteeld schildhoofd van lazuur, bezaaid met venussymbolen van goud. Ingemetseld in de inkomhal.