Twee bultenaars op een heksenvergadering

Twee bultenaars op een heksenvergadering

Aan de rand van het bos hielden de heksen vaak een bijeenkomst. Toen X op een dag voorbij de heksen kwam, sprak er één "Wilveren, wilveren", waarop een andere zei "Neeveren, neeveren, het is X de timmerman, laat hem maar door!" Op dezelfde plaats kwam ook eens een man met een bochel. Toen zeiden de heksen "Wilveren, wilveren, javeren, javeren", en ze dansten met de man, namen hem zijn bochel af en plakten die tegen een dikke boom die daar stond. Toen de man de volgende dag een vriend tegen het lijf liep, vroeg die hem hoe hij zijn bochel was kwijtgeraakt. Die vriend had zelf ook een bochel en ging nog diezelfde avond naar de plek die de man had genoemd. De heksen spraken "Wilveren, wilveren, javeren, javeren", en de man was al verheugd. Toen namen de heksen echter de andere bult van de boom af, en plakten die op de rug van de man, zodat hij nu twee bochels had.

De tieltjesjacht kwam daar aan de kant van 't bos. Dat vloog door de lucht met een 'lawijt' en dat was een hele compagnie heksen. Daar kwam Pie-Ber eens op uit en toen zeiden ze 'Wilveren, wilveren, en een ander zei 'Neeveren, neeveren, 't is Pie-Ber de timmerman, laat hem door.' En daar op dezelfde plaats kwam ook eens ene met een bult en toen zeiden ze 'Wilveren, wilveren, javeren, javeren' en ze dansten met hem en ze namen zijn bult af en ze plakten hem tegen een dikke boom die daar stond. Daarna kwam die een kennis tegen die ook een bult had en die zei 'Deh, waar is uw bult heen?' - 'Dat is gemakkelijk, de tieltjesjacht heeft me hem afgenomen, daar tegen Duras-bos, daar moet ge ook maar eens gaan.' En die ging daar de eerste de beste avond heen en de tieltjesjacht riep 'Wilveren, wilveren, javeren, javeren, en die man was al blij, maar toen pakten ze de bult van de boom af en die zetten ze hem nog bij en toen had hij er twee. Hij was beter thuis gebleven, dan had hij maar ene gehad.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Duras

ONTDEKKING VAN DE DAG

Beiaardklanken en biggengeschreeuw

Aldous Huxley.

Hij durfde ooit te schrijven over ons, Truienaren: Sommigen maken laken, sommigen suiker. Enkelen hebben cultuur, de rest helemaal niet!
Als bewijs van het tegendeel hangt aan een gevel op de Grote Markt sinds 1968 zijn naam in bronzen letters: Aldous Huxley.

Een aardige Belgische.

Huxley was een telg uit een Brits geslacht van beroemde en bijzonder knappe koppen. Hij studeerde letterkunde in Eton en Oxford. Op een feestje met Kerst 1915 in Engeland viel hem de frèle Maria Nijs op, een Belgische oorlogsvluchtelinge met grote, groenblauwe ogen. Ik heb tenslotte ook een aardige Belgische ontdekt, de wonderen zijn de wereld nog niet uit, meende de slungelachtige, bijziende romanschrijver. Maria’s vader was een Kortrijkse textielbaron, maar moeder Marguerite Baltus stamde uit Sint-Truiden. De rijke koopmansfamilie Baltus woonde in het huis In de Roos op de Grote Markt. Van het een kwam het ander en na de Grote Oorlog trouwde Aldous met Maria. Rond die tijd verbleef de Brit bij oom Baltus in Sint-Truiden.

De inspiratie voor zijn novelle Uncle Spencer uit 1924 deed hij toen op. Het verzonnen Longres uit de novelle is Sint-Truiden, afgebeeld als zedig provinciestadje met een aardige burgerij. Ons interesseren natuurlijk de herkenningspunten : de onontkoombare beiaarddeuntjes, het stille begijnhof, het stadhuis in zachtgele pleister, de kermisattracties met de Dikke Madam die haar gezicht kon wassen met haar tiekes… De diervriendelijke Duitse bezetter beboette iedereen die nog varkens aan oren en staart over de zaterdagmarkt sleurde. Geen enkele verordening zat de boeren meer dwars dan deze.

Een citaat in de originele taal, waarin Huxley beschrijft hoe de Truienaren weerwraak namen op de arme biggen na het vertrek van de Duitsers eind november 1918: The first Saturday after the departure of the German troops was a bad morning fort he pigs. To carry a pig by the tail was an outward and visible symbol of revovered liberty; and the squeals of the porkers mingled with the cheers of the population and the trills and clashing harmonies of the bells awakened by the carilloneur from their four years’ silence. By ten o’clock the market was over. 

Het Minderbroedersplein heette 'varkensmarkt' in de volksmond


Globetrotter Huxley werd in 1932 wereldberoemd door zijn bittere toekomstroman Brave New World en in 1954 met The Doors of Perception, een verslag van zijn experimenten met de druk mescaline. Maria stierf in 1955 en Aldous in 1963 te Los Angeles, net op de dag waarop president Kennedy werd vermoord.



Huxley-vorser
Leraar Roger Collart (+1996) was wel de hardnekkigste Huxley-vorser in onze stad. Zijn vaak gevraagde vertaling van Uncle Spencer wacht nog altijd op een uitgever! Ook Louis Sterken, Guido Wulms, Frank Decat, Danny Gennez en Jean-Pierre Rondas schreven over Aldous in Sint-Truiden. Huxley houdt de aandacht levend: in Munster (D.) is een heus studiecentrum gehuisvest. De Antwerpse sensatiejournalist en latere crimi-auteur Stan Lauryssens bracht een boek uit over Maria Nijs en haar stormachtige liefdesleven.