Toverboek om de pannen te doen dansen

Toverboek om de pannen te doen dansen

X was een man die vreemde dingen kon. Op een dag kwam Y de bakker samen met X terug van Hoepertingen, waar ze op de kermis veel plezier hadden gehad. Onderweg zei X "Zal ik er eens voor zorgen dat de pannen van het dak vliegen?" Ogenblikkelijk weerklonk er een hels lawaai, toen alle pannen van de daken op en neer bewogen. Y de bakker, die dit alles had zien gebeuren, had doodsangsten uitgestaan. Op een dag zat X in een café, toen er een man langs de achterdeur naar buiten ging. Op dat moment ging X langs de voordeur naar buiten. De andere man was plots elk gevoel van richting kwijt; hij bleef maar ronddwalen in de tuin en kon geen deur of poort meer vinden. Men vertelde dat X zijn krachten uit een toverboek haalde. De oude pastoor heeft hem dat boek meermaals moeten afnemen, want X wist het elke keer opnieuw te bemachtigen. Uiteindelijk heeft de pastoor het boek overlezen, het besprenkeld met wijwater en het daarna verbrand. Daardoor verloor X al zijn toverkracht.

Kloenkcharelke, dat was me een 'vieze', die kon van alles. Charel de bakker kwam eens 'gelijk hem' van Hoepertingen kermis en 't was al laat, ze hadden veel plezier gemaakt. Onderweg zei hij 'Wil ik de pannen eens van 't dak doen vliegen?' En toen vlogen de pannen op en af, een 'lawijt' of al van 't dak vloog, al daverde en zo dansten de pannen. Charel had in zijn broek gescheten van schrik. In een café waren ze ook eens een 'bak' aan 't drinken en toen daar ene van achter uitging, ging Kloenkcharelke van voor uit. Maar de andere zat in de 'mesthof' rond te lopen en hij kon geen deur of poort vinden.Kloenkcharelke had een boek, zegden ze, en daarvan had hij die macht allemaal. De oude pastoor heeft hem dat verschillende keren moeten afnemen, maar hij had het altijd weer terug. Toen had hij het overlezen en wijwater erop gedaan en toen verbrand. Toen kon hij zoiets niet meer.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Engelmanshoven

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een korte geschiedenis van Sint-Truiden

Een korte geschiedenis van Sint-Truiden

Trudo

Er zijn weinig steden waarvan het ontstaan en de vroege ontwikkeling zo goed kan gevolgd worden als Sint-Truiden. De naam zelf verraadt de oorsprong. Sint-Truiden dat is Trudo , de Frankische edelman die rond 650 een kerk en klooster bouwde op een kleine verhevenheid naar het noorden toe, waar de Cicindria  aan de linkerzijde door een breed dal vloeide. De kleine gemeenschap werd een welvarende abdij die tot het einde van de achttiende eeuw wel en wee van de stad zou meemaken.

Rond de abdij is al snel een nederzetting gegroeid, maar een echte stroomversnelling kwam er in de elfde eeuw. De bedevaarten naar het graf van Sint-Trudo brachten niet alleen rijkdom voor de abdij maar ook welvaart voor de velen die buiten de landbouw werk zochten.

In die periode bouwde abt Adelardus  zijn grote abdijkerk. De toren en de overblijfselen van de crypte geven nog een beeld van de honderd meter lange kerk. De abdijgebouwen blijven getuigen van de kracht en de uitstraling van Trudo's stichting. Adelardus (ver)bouwde de Onze-Lieve-Vrouwekerk en bouwde ook de Sint-Gangulfuskerk . Onder dezelfde abt - de abt was medeheer naast de bisschop van Metz  - werd Sint-Truiden omgord met een aarden wal, een houten palissade en versterkte toegangspoorten. Terecht omschrijven officiële documenten uit die tijd Sint-Truiden als oppidum, versterkte stad. De nederzetting bij de abdij was een stad geworden.

Omwalling

In 1129 werd de eerste omwalling vervangen door een stenen vestingsmuur, die werd uitgebouwd tot een indrukwekkende gordel van poorten en torens. Na de ontmanteling in 1675 en de afbraak van de overblijvende muren bleef het tracé bewaard in het stadspark en de vesten. Van de Brustempoort bleef een nog omvangrijk ondergronds gedeelte bewaard.

De groei en bloei van de middeleeuwse stad werd sterk in de hand gewerkt door de lakennijverheid en de verre handel. Sint-Truidense handelaars trokken naar Engeland, naar de jaarmarkten van Champagne, naar talrijke steden in het Duitse rijk. De Grote Markt  blijft de belangrijkste getuige van de plaatselijke handel : vanuit het kerkplein van de abdij werd een steeds grotere ruimte voorbehouden voor de talrijke marktactiviteiten. Middenin, op de scheidingslijn van het district van de abt en dat van de prins-bisschop (sinds 1227 was dat de prins-bisschop van Luik), werd een hal gebouwd. Later, in de achttiende eeuw, werd over de hal en rond de hallentoren het stadhuis gebouwd. Met de abdijtoren en met de Onze-Lieve-Vrouwekerk  werd dat het uithangbord van de stad.

Dertien stielen

De economische en sociale activiteiten in de stad werden georganiseerd in dertien ambachten. Binnen het land van Luik bevochten zij mee de deelname van de steden in het staatsbestuur en in eigen stad verwierven ze de democratische controle over het stedelijk bestuur. Als symbool daarvan werd bij de hal een perron opgericht bekroond met een vergulde adelaar.

Na de vijftiende eeuw trad er een stilstand op die voortduurde tot in de 19de eeuw. Wel werd er vooral in de achttiende eeuw werk gemaakt van de verfraaiing van kloostergebouwen en burgerhuizen.

Fruitteelt

Na 1830 werden de leegstaande kloostergebouwen de nieuwe huisvesting van congregaties, die van Sint-Truiden een uitgesproken onderwijs- en verzorgingscentrum maakten. Blijvend was de marktfunctie in een uitermate vruchtbare landbouwstreek. De fruitteelt vanaf het einde van de negentiende eeuw zou daaraan heel eigen kenmerken geven.

Het is opvallend dat de eerste nieuwe straten en wijken er pas kwamen bij het begin van de 20ste eeuw. Maar vanaf dan veranderde er steeds meer en in steeds snellere mate. Zelfs de uit de middeleeuwen stammende gemeentegrenzen werden doorbroken. Daardoor kwamen gemeenten met een eigen eeuwenoude geschiedenis bij mekaar terecht. In Zepperen  ging de jonge Trudo zijn bisschop opzoeken. In Brustem  bouwden de graven van Loon  een burcht tegen Sint-Truiden. Duras  herinnert aan de plaatselijke graven die zich vaak mengden in de conflicten rond abdij en stad.

Een middeleeuwse stad en veertien historische gemeenten vormen nu een prachtige staalkaart van oude tradities én moderne activiteiten in het vruchtbare land van Haspengouw.

Bron: wikivoyage