Heksenvergadering ontbonden door een religieuze aanroeping

Heksenvergadering ontbonden door een religieuze aanroeping

In Vrijheers werden vaak heksenbijeenkomsten gehouden. Dat gebeurde in de weide van X tegenover de hoeve van de oude burgemeester. Een boer die dicht bij de weide woonde, had op een dag deelgenomen aan het eet- en drinkfestijn van de heksen. Omdat hij veel plezier had beleefd aan de heksenbijeenkomst, besloot de boer er dagelijks naartoe te gaan. Op een dag moest de boer echter niezen en zei daarna achteloos "God zegen me." Het volgende moment waren alle heksen verdwenen en stond de boer alleen in de weide. Sindsdien heeft de boer nooit meer de kans gekregen om aan een heksenbijeenkomst deel te nemen. De boer vond dat bijzonder jammer, want hij vond niets geweldiger dan gratis met iemand te kunnen meedrinken.

Te Vrijheers in een wei, dat heb ik dikwijls horen vertellen, daar kwamen de heksen bijeen. Dat was in Renottes wei tegenover de winning van de oude burgemeester, daar dansten ze en daar dronken ze wijn. Een boer die daar kort bij woonde, was eens bij hen geraakt en die had meegedaan en dat was hem zo goed bevallen, dat hij wel dagelijks naar de heksenvergadering ging. Maar op een keer niestte die boer en gelijk ze gewoon zijn te zeggen, zei hij ook 'God zegen me' en toen waren de heksen weg en van zijn leven is hij daar niet meer kunnen bij geraken, dat was erg voor hem, want hij dronk gaarne voor niets.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Engelmanshoven

ONTDEKKING VAN DE DAG

Alomme rust

Alomme rust

De Zondag-middag is héél ingetogen.
De
luchten, klaar van winterkilte, beven
met teeder rood van lage zon doorweven;
de luchten, waar geen vogel komt gevlogen...

De middagrust mag gééne stoornis doogen.
Al
wil somwijlen vluchtig óverzweven
een verre galm van joelend kinderleven :
dra weegt de klare rust weer onbewogen.

Is het in sneeuw – die dezen nacht zoo zacht
de stille stede zwachtelde in heur vacht –
dat doezel-vaag verdooven nu geluiden?

O vrome middagvrede van Sint-Truiden,
dat om te ontwaken uit zijn sluimer, wacht
tot plotse kloosterklokken vespers luiden !




Onderschrift bij deze fotoLit.: P. DE PAUW, recensie in Boekengids, 1, 1923-1924, nr. 361; L. BRANS, Hilarion Thans o.f.m., in Monografieën van de Koninklijke Vereniging van Limburgse Schrijvers, 3, nr. 4, december 1992.
Gedicht in Hilarion THANS, Omheinde hoven, 4de uitgave, Mechelen, Sint-Franciscusdrukkerij, 1927, p. 35.
Hilarion Thans (Maastricht 1884 – Lanaken 1963), minderbroeder en auteur. Gedicht geschreven tussen november 1909 en maart 1910 op onoogige papiertjes toen de jongeman bedlegerig was van een bloedspuwing in het Sint-Truidense klooster. Uit de bundel Ziekebloemen. II. Open ramen. Voor het eerst verschenen onder pseudoniem F.M. Minderbroeder in ’t Daghet in den Oosten, 16, 1910, p. 58 als gedicht nr. XXI met bijhorend citaat Facta est tranquillitas Magna. En er kwam een groote rust (Evang.).