De graaf van Bovelingen

De graaf van Bovelingen

Toen X 's nachts de wacht hield bij zijn aardappelen, zag hij hoe de graaf van Bovelingen met zijn paardenkoets kwam aangereden. De koets en de paarden leken wel van vuur. Vanuit zijn koets riep de graaf steeds opnieuw "Waarheen moet ik hem dragen?" De graaf droeg namelijk een grenspaal van vuur op zijn schouders. Zo gebeurde het regelmatig dat de mensen uit de buurt de graaf met zijn grenspaal zagen zeulen terwijl hij de hele tijd wanhopig jammerde. Op een dag weerklonk er echter een antwoord op de vraag van de graaf "Daar moet je de grenspaal zetten." Sindsdien heeft men de spokende graaf nooit meer gezien of gehoord. Alleen door ongeoorloofde praktijken zoals het verplaatsen van grenspalen, is de graaf van het kasteel van Bovelingen erin geslaagd om twaalfhonderd bunder bij elkaar te krijgen. Maar dergelijke zaken worden altijd bestraft.

Teuke was 's nachts eens op zijn aardappelen aan 't letten toen de graaf van Bovelingen met zijn koets met vier paarden, alles puur vuur, afgereden kwam. En van in zijn koets riep de graaf altijd maar opnieuw 'Moe moet ik hem dragen?' en hij had een 'reensteen' van vuur op zijn schouders. Er zijn veel mensen die dat gezien hebben hier in 't veld, daar had hij veel goederen liggen. En toen op een keer kwam daar een stem en die antwoordde hem 'Daar moet ge hem zetten.' En toen hebben ze hem nooit meer gezien of gehoord. Waar zouden ze op het kasteel van Bovelingen die twaalfhonderd 'bonder' anders gehaald hebben als het niet was van te pakken overal en zwart goed te kopen. Maar ge ziet wat daarvan komt.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Engelmanshoven

ONTDEKKING VAN DE DAG

Sint-Gangulfuskerk

Sint-Gangulfuskerk

Het oudste en mooiste kerkje van Sint-Truiden staat in de Diesterstraat  en is een schoolvoorbeeld van romaanse bouwkunst uit de 11e eeuw. Het is de oudste kerk van de stad, gebouwd door abt Adelardus II  (1055-1082). De driebeukige romaanse basilica verving vermoedelijk een nog oudere Karolingische kerk. Van Adelardus’ bedehuis bleef de middenbeuk bewaard. Koor en apsis zijn jonger, terwijl het gotisch transept uit de 16e eeuw dateert. De zijbeuken werden in de 17e en 18e eeuw herbouwd op de oude funderingen. 

Tussen 1961 en 1964 werd de kerk gerestaureerd door architect P. Vanmechelen en onder toezicht van prof. R. Lemair waarbij ze haar vroeger uitzicht terugkreeg. In zijn huidige vorm beschrijft de plattegrond een basilicale kruiskerk met kleine, ingebouwde westtoren en een halfronde apsis. Boven de westingang staat in het timpaan een merkwaardige 13e-eeuwse Christus aan het kruis. De mooie apsis wordt langs buiten geaccentueerd door drie rondbogen en drie verdiepte vensters. Het interieur is eenvoudig en mooi. De middenbeuk heeft rondboogarcaden op vierkante pijlers uit mergel, met daarboven rondboogvormige bovenlichten. Met uitzondering van de halve koepel boven het koor wordt de rest van het gebouw afgedekt met een vlakke houten zoldering. Tot de kerkschat behoren: een reliekhouder van Sint-Gangulfus van omstreeks 1700, een (verminkte) 16e-eeuwse Annaten-Drieën en een even oud gepolychromeerd triomfkruis. Gratis toegang.