Een weerwolf die bloed verliest wordt weer mens

Een weerwolf die bloed verliest wordt weer mens

X, een schrijnwerker uit Gelinden, werkte in Boekhout. Op een avond was hij wat langer gebleven om kaart te spelen met de mensen voor wie hij werkte. Toen X naar huis wandelde bij heldere maneschijn, kwam hij een haas tegen. X gooide iets naar de haas, waarop het dier in een hond veranderde. De hond ging met X mee tot aan de Broeksteeg in Gelinden. Omdat het dier zo kort bij X' voeten liep, werd het verwond door een gesp van zijn schoen. Toen de hond bloed verloor, veranderde het dier in een mens. Het was een man met wie X diezelfde avond nog een kaartspel had gespeeld. X had nooit aan iemand de naam van de weerwolf durven te vertellen, want de man had hem bedreigd "Als je ooit mijn naam noemt, dan wordt het je dood."

Een schrijnwerker van Gelinden, Franske R., was te Boekhout aan 't werk gelijk schrijnwerkers uit werken gaan. Daar hadden ze op een avond met zessen kaart gespeeld tot twaalf uur 's nachts en 't was klare maneschijn toen Franske naar huis kwam, hij moest een uurke gaan. Toen hij hier boven aan de straat kwam, zat daar een haas en die zei stillekens 'Wacht menneke, als ik aan u kom, zal ik u een pees geven.' De haas bleef zitten en toen hij aan hem kwam, pakte hij zijn rij en smeet naar de haas, die sprong op de rij. En toen maakte Franske voorzichtig zijn rij uit te trekken (sic), maar toen werd het een hond en die ging mee tot aan de Broeksteeg te Gelinden, daar woonde Franske. En de hond liep zo kort bij hem dat hij 'hem' scherpte in de gesp van zijn schoen en toen hij bloed verloor, werd hij terug mens. En toen zag Franske dat het ene was die met hem gekaart had te Boekhout die eigenste avond. Maar hij dorst zijn naam nooit zeggen, want die had hem gedreigd 'Als ge mijn naam noemt, dan zijt ge dood.'

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Engelmanshoven

ONTDEKKING VAN DE DAG

Vijftig deniers, te spenderen bij de Truiense handelaars

De Truiense afdeling van het Nationaal Christelijk Middenstandsverbond (NCMV, later Unizo) is opgericht in 1925. Onder voorzitter Omer Thierie en ondervoorzitter Alain Nolens, bakker, was het NCMV erg actief in de crisisjaren 1980. Zo werd er een secretariaat gevestigd in de Minderbroedersstraat. 

Ook in 1980 liet het NCMV een kopie in messing maken van zilveren en gouden penningen bij gelegenheid van 1325 jaar 'bestaan' Sint-Truiden. Deze token van 50 deniers (of 50 Belgische franken) was in de tweede helft van de feestmaand december enkel te koop bij deelnemende handelaars, herkenbaar aan een vitrineklever. Na deze periode kon de penning bij elke bankinstelling terug worden ingewisseld. Ook de maanden na de actie konden verzamelaars terecht bij de Dienst voor Toerisme voor aankoop van de token. 

De rectozijde van de munt toont een middeleeuws zegel van de heilige Trudo voor de abdij, met de randtekst SANCTI TRUDONIS SIGILLUM. Op de versozijde staat het stadswapen met dubbelhoofdige adelaar, omkranst door streekfruit, korenhalmen en ossenkop. Die zijde draagt de randtekst SENATUS POPULUSQUE TRUDONENSIS 655-1980.  50 DENIERS. 


Foto's Mark Dusar Sint-Truiden