De wilde jacht

De wilde jacht

Op een avond wandelde een man langs het kerkhof in Gelinden. De man hoorde er muziek, die zo wonderbaarlijk mooi was, dat hij er enkele dagen later opnieuw ging naar luisteren. De muziek leek wel door de engelen gemaakt. Telkens wanneer de man wegging, zag hij in het veld een lichtje.

Ik was eens te Gelinden geweest en tegen het kerkhof,- ik dacht dat het vandaar kwam, maar ik zag niets,- daar hoorde ik de schoonste muziek. Ik mag niet op O.L.Heer zweren, maar zo waar er een Lievenheer in de hemel is, heb ik dat daar gehoord en het was zo schoon dat ge het nog nooit gehoord hebt van uw leven. En daar was een zang bij, in 't Latijn zal dat geweest zijn, ik verstond er niets van, maar het was toch zo schoon dat ik een dag of drie daarna weer daarheen ging en het was weer daar. En een maand later was ik nog eens daar en 't was altijd hetzelfde en even schoon ook. Dat was iets wonders, voor mij moest het uit de hemel komen, het kon wel van de engelen zijn, de mensen konden dat zo goed niet. En elke keer als ik wegging, zag ik in 't veld daar een lichtje.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Engelmanshoven

ONTDEKKING VAN DE DAG

Folcardus, abt ST

 Sint-Truiden 11.05.1145 

Jong ingetreden als monnik. Cellarius en cantor 1108, proost 1112. Ondanks protest van graaf van Duras  tot abt gewijd in Fosse 1138. Restaureerde verder de abdij na Rodulfus o.a. slaapzaal, kapittelzaal en infirmerie. Was in conflict met Arnold van Diest en maakte bezetting mee door Godfried van Brabant in 1140 en 1142. Ontving talrijke schenkingen van lokale burgerij, maar onderging brouwersopstand in 1143-1144. Liet goed in Hakendover  na. Begraven in midden abdijkerk 1145.

Lit.: RECUEIL, p. 14; MONBEL, p. 43-44; KRONIEK2, p. 10-24.