De wilde jacht

De wilde jacht

Op een avond wandelde een man langs het kerkhof in Gelinden. De man hoorde er muziek, die zo wonderbaarlijk mooi was, dat hij er enkele dagen later opnieuw ging naar luisteren. De muziek leek wel door de engelen gemaakt. Telkens wanneer de man wegging, zag hij in het veld een lichtje.

Ik was eens te Gelinden geweest en tegen het kerkhof,- ik dacht dat het vandaar kwam, maar ik zag niets,- daar hoorde ik de schoonste muziek. Ik mag niet op O.L.Heer zweren, maar zo waar er een Lievenheer in de hemel is, heb ik dat daar gehoord en het was zo schoon dat ge het nog nooit gehoord hebt van uw leven. En daar was een zang bij, in 't Latijn zal dat geweest zijn, ik verstond er niets van, maar het was toch zo schoon dat ik een dag of drie daarna weer daarheen ging en het was weer daar. En een maand later was ik nog eens daar en 't was altijd hetzelfde en even schoon ook. Dat was iets wonders, voor mij moest het uit de hemel komen, het kon wel van de engelen zijn, de mensen konden dat zo goed niet. En elke keer als ik wegging, zag ik in 't veld daar een lichtje.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Engelmanshoven

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een marmeren buste voor de oud-burgemeester

Clement Cartuyvels  was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek. 



De bank Cartuyvels:



Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels  in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na. 







Lees: 
Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011, p. 39 en 43-45.