Ontmoeting met spoken

Ontmoeting met spoken

Mensen die veel ongeluk hadden in hun stal, zagen elke dag om acht uur een spook op de trap verschijnen. Het spook kwam elke dag een trede lager. Wanneer de man zei "Zeg wie je bent", antwoordde het spook niet. Een geestelijke uit Luik gaf de mensen de raad om met z'n twaalven op hun klompen een bedevaart naar Scherpenheuvel te ondernemen. In het midden van elk kruispunt moesten ze een doorn in de grond planten. Toen de mensen terugkwamen, stelden ze vast dat hun bedevaart niet had geholpen. De geestelijke vertelde hen dat ze twee kruispunten waren vergeten. Nadat de mensen opnieuw op bedevaart waren geweest, hadden ze geen last meer van het spook.

i neffes is ne man öt Hormaal; en di vertelde mê dat hê mensen kende die veel ongeluk hadden in hun stallen; en elke dag om 8 uur kwam daar een spook tot aan de trap; en elke avond kwam het een trap lager; en als de eigenaar vroeg "Zeg wie ge zijt", antwoordde het niet. Toen zijn ze naar ne spirit van Luik geweest; en die zegde hun dat ze met 12 op hun klompen te voet naar Scherpenheuvel moesten gaan en dat ze aan elke kruisbaan een doorn in het midden moesten planten. Ze deden dat, maar toen ze thuiskwamen, had het niet geholpen; toen ze terug bij de spirit kwamen, zei deze dat ze 2 kruisbanen vergeten hadden; ze deden het opnieuw, en als ze toen thuiskwamen, was alles goed.

Opgetekend door A. Abeels, Leuven, 1965 in Gelinden

ONTDEKKING VAN DE DAG

De Melsterbeek vloeit richting Schelde

In het bekken van de Melsterbeek volgen de beken eerst zuid-noord het dalend reliëf van ca. 100 naar 35 meter boven zeespiegel. Net noordelijk van het stadscentrum van Sint-Truiden buigt de Melsterbeek zelf naar het noordwesten en ontvangt de Cicindria in Melveren en de Molenbeek in Runkelen. Ze loopt dan een tijdje zij-aan-zij met de Gete en vloeit samen bij Donk. Via Demer, Dijle en Rupel gaat het richting Schelde. 

De (herlegde) Melsterbeek bij Ordingen


De naam ‘Melster’ komt waarschijnlijk van het woord malter of mout, maar in de lokale volksmond is het gewoon ‘molenbeek’ als grootste waterloop. Ze ontspringt in Heiselt bij Jeuk, vlakbij de taalgrens. Ze is 33 kilometer lang. Waterlopen schuren beekvalleien uit en de kleilagen onder de ijstijdleem in Vochtig Haspengouw doen talrijke bronnetjes dagzomen. Langs de oevers van de Melsterbeek groeide een ketting van dorpen met omgrachte kastelen en zelfs abdijen in Nonnemielen en Terbeek. Haar stroomkracht deed graanwatermolens draaien. In Sint-Truiden zijn dat de dorpen Aalst, Brustem, Ordingen, Zepperen, Melveren, Metsteren en Runkelen.

Modern bekenbeheer bij Ordingen door Land&Water

De beken kennen in deze streek een vrij hoog verval met piekdebieten. Voor de waterbeheersing waren wachtbekkens nodig, o.m. voor de Melsterbeek in Aalst, Ordingen en Bernissem. De natte gronden in de beekvalleien waren in de 19de-20ste eeuw met waterzuchtige Canadapopulieren beplant, nuttig voor klompen, minder duurzaam timmerwerk en kisthout. 

Wachtbekken 'De Wiel' in Aalst-bij-Sint-Truiden


Tussen Sint-Truiden en Zepperen werd in 1879 een stevige bakstenen brug geslagen. Enkel de sluitsteen bleef bewaard 'COART B(ourgemestre) ZEPPEREN 1876'


Een vistelling in 2012 bij Metsteren leverde volgende soorten op: driedoorn stekelbaars, tiendoorn, riviergrondel, bermpje en blauwband. De molenwatervallen zijn wel een drempel voor hun migratie voor paai, rust en voedselgaring, onderzoek Stef Cools.


Lees: Pierre DIRIKEN, ‘Water in Haspengouw’, (Geogidsen), Sint-Truiden: De Blauwe Vogel, 1985; ID., ‘Het Haspengouws landschap in evolutie’, (Haspengouwse monografieën, 2), Kortessem: Georeto, 2013. \nKijk: http://www.land-en-water.be. Wateringen van Sint-Truiden.\n

De intussen verdwenen watermolen bij het kasteel van Ordingen. De wapensteen met commandeurswapen uit 1740 in de gevel werd ingemetseld in het kasteel