In een kelder heeft men het spook van een advocaat verbannen. De advocaat was rijk geworden door andermans grond in te palmen en de grenspalen weg te gooien. Toen de advocaat was gestorven, stelde men opeens vast dat zijn lichaam was verdwenen. Omdat men dat voorval niet bekend wilde maken, heeft men de doodskist gevuld met stenen. Na zijn dood kwam de advocaat echter spoken in iemands kelder. Een Redemptorist heeft het spook verbannen en in de kelder ingemetseld.
in Lussiser kelder is den ouden advokôt verbanne; di was hiel rêk, mo da was nie allemôl van hem; as hem kon, palmden hem e stuk weg van â land en goeiden â grensstiene weg, en hem plantte nen ândere mê zene nôm op; toen hem gestörve was en op de walm lag, was op ne kie ze lêf weg; mo ze wilde da stil hâve en z’hebbe de kist vol stiene gedôn; mo nodien kam dee trug en spoukte dô in de kelder; toen is dô ne Redemptorist geweesd en di hei hem verbanne in den helft van de kelder en dad hebbe ze toen dichtgemetseld.
Opgetekend door A. Abeels, Leuven, 1965 in Gelinden
Verongelukte vorsten herdacht
De Zweedse prinses Astrid (°1909) werd in 1929 gemalin van onze Belgische vorst Leopold III. Ze verloor het leven bij een auto-ongeval in Zwitserland op 29 augustus 1935. De gemeenteraad hernoemde de Tentoonstellingsstraat al eind september in ‘Koningin Astridstraat’. In november 1937 organiseerde een comité van de Nationale Strijdersbond in het stadhuis een tentoonstelling van zandtapijt met de overleden Astrid op haar praalbed, om fondsen te werven voor een gedenkteken. Dat werd in de vorm van een postuum staatsieportret aangeboden aan het stadsbestuur tijdens de augustuskermis van 1939. Door de mobilisatie en de opeisingen ging deze plechtigheid met tentoonstelling verloren in het oorlogsnieuws.
De vermaarde Hasseltse portretschilder Jos Damien en zijn leerlinge-assistente Anne Rutten signeerden het schilderij.
Koningin Astrid wordt levensgroot en ten voeten uit afgebeeld in een paleisdecor en houdt een waaier van struisvogelveren vast. Ze draagt een witte galajurk met korte sleep en nonchalant gedragen losse mouwen. Oorhangers, armband en hanger met kruis tonen een groene smaragdkleur. De stralende vorstin draagt het zogenaamde ‘Diadeem der negen provinciën’. Dit kleinood, een verlovingscadeau van de Belgische bevolking uit februari 1925, bestaat uit een band met Griekse meandermotieven en werd door juwelier Van Bever vervaardigd. In de later herwerkte versie met ruiten zijn de elf briljanten ingewerkt als symbool van de toen negen provincies, plus België met vorstenhuis, plus Belgisch Congo.

In 1934 was in de inkomhal van het stadhuis al een gedenkteken opgericht voor vorst Albert I, na zijn tragisch klimongeval.