De overgrootvader van de eerste graaf kwam spoken in het kasteel van Boekhout. Om middernacht verscheen er een koets met twee zwarte paarden, die vurige ogen hadden en incarnaties van de duivel waren. In de koets zat het spook van de graaf. Geen enkele pastoor slaagde erin de graaf te verbannen. Het heilig pastoortje, dat enkel een boekje had gestolen op zevenjarige leeftijd, kon de graaf verbannen.
te Boekhout was e kastiel; den ouvergroeutvôder van de leste grôf kam spouke om middernacht kam dô een koets mê 2 zwette peerde mê vuroeuge; da wôre duvels; en in de koech was de grôf; alle priesters trachtten hem te banne mo da ging ni; do was een hêlig pastoeurke köt bê, Knapen, di mo e boekske gestoulen hâ on 7 jôr, en dee kon hem banne.
Opgetekend door A. Abeels, Leuven, 1965 in Gelinden
Sint-Truiden 30.03.1922 Sint-Truiden, 30.06.2001

Zoon van mijnwerker Frederik en Augustine Vanbrabant , Gasthuisstraat. Adjudant in leger en caféhouder . Voetballer centervoor en topschutter. Rode Duivel in de nationale ploeg 21 november 1947 en 15 jaar speler nationale militaire ploeg. 21 jaar in eerste elftal STVV. Vernuftig spelverdeler. Hielp als 37-jarige STVV naar eerste 1957, maar verkoos geen semi-prof te worden. Koosnaam ‘Kogelke ’ van La Dernière Heure omwille van zijn hard, gericht schot. Tweevoetig topscoorder en snelle spurter. Later speler-trainer SC Hoegaarden in provinciale afdeling.