Wordt herkend

Wordt herkend

Een meid die op een hoeve in Klein-Gelmen werkte, kwam 's avonds terug van een bezoek aan haar ouders in Groot-Gelmen. Toen de meid in een holle weg een weerwolf zag zitten, sloeg ze het beest met een stok. Toen men de volgende dag het lichaam van de dode knecht vond, werd de meid haast gek van verdriet de knecht was namelijk haar vriend.

in Klein-Gelmen woonde ne knecht in een hoeve; de meid van dezelfde hoeve ging vaak naar haar ouders te Groot-Gelmen; eens dat ze ’s avonds laat thuiskwam, moest ze langs nen holle weg; en daar zag ze ne weerwolf zitten; en ze had altijd ne wandelstok bij haar en ze sloeg er de weerwolf mee; en later vonden ze daar de knecht dood; en de meid werd bijna zot want ze verkeerde met die jongen.

Opgetekend door A. Abeels, Leuven, 1965 in Gelinden

ONTDEKKING VAN DE DAG

Goyens, "Maternus" Guillaume Modest, minderbroeder

Sint-Truiden 29.10.1848 Gent 08.12.1905 

Zoon van graanhandelaar Arnold en Marie Clementine Vandereycken. Broer van minderbroeder ‘Hiëronymus’. 

Minderbroeder Tielt 1868, priester  1874. Gardiaan Sint-Truiden 1877-1878. Vicaris Rekem 1880-1883, Gent 1886-1892. Gardiaan Antwerpen 1895-1896. Vicaris Gent 1902-1905. Daar overleden bloedopdrang. Artikels in Le messager de Saint-François en De bode van den H. Franciscus van Assisië. Devotieboekjes o.a. over de H. Antonius van Padua, handboekje voor dienstmeiden en enkele historische werkjes o.a. over Grauwzusters. Bijnaam ‘de Paus’ binnen familie.

Publ.: De deugdzame dienstmeid in hare plichten onderwezen, Mechelen: Sint-Franciscusdrukkerij, 1901.
Lit.: Le Messager de Saint-François d’Assise, 31, 1905, p. 256-257; BERLO, p. 363, 369, 467 en 473; VAN MECHELEN, p. C15; JORISSEN; Lucianus CEYSSENS, Jeroom Goyens, onze eerste provincie-archivaris (1864-1942), in Franciscana, 50, 1995, p. 7.