X was een stroper. Op een nacht lag hij tegen een boomstronk te wachten tot er een haas voorbij zou komen. Na een tijdje kwam er een haas aangelopen, maar X durfde niet te schieten, want het dier werd steeds groter en groter. De haas ging op zijn achterpoten zitten en vroeg "Zijn de andere hazen al voorbij gekomen?" Daarna stak het dier zijn poten in zijn muil en floot net zoals een mens op zijn vingers fluit. X was zo geschrokken dat hij als een bezetene naar huis liep.
De ouwe Tjoën V. was een 'loerjager'. Op een nacht lag hij tegen een 'tjoenk' op een haas te letten die hij daar gezien had. Op de duur kwam daar ene af maar die werd zo groot dat hij niet dorst schieten en hij wachtte. Toen ging de haas op zijn achterste poten staan en hij zei 'Zijn de anderen al door?' en toen stak hij zijn poten in zijn muil en hij 'fluitte' juist gelijk een mens op zijn vingers fluit. 'Toen was ik godverdorie gauw thuis' zei Tjoën.
Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Gorsem
Diksmuide 05.12.1887 Sint-Truiden 16.11.1958 ongehuwd
Dochter van geneesheer Aloïs en Maria Elisa Haegens. Zus van minderbroeder pater Idesbald (+1954). Ll. Instituut H. Familie. Opgeleid tot ambulancier WO I. Naar Sint-Truiden 1921. Winkel textiel en fotografiemateriaal hoek Hoogbrugstraat-Ursulinenstraat. Vriendin van rentenierster Julie Stassart Staar. Volksnaam Miss Kodak . Hoofdambulancier Rode Kruis. Opgravingen Truiense gesneuvelden mei 1940 in Tielt. Lid van de weerstand. Ziekentransport en repatriëring slachtoffers WO II. Fotografeerde o.a. oude gebouwen en stoeten in Sint-Truiden en omgeving.
Grafsteen Schurhoven .