Haas roept op zijn gezel

Haas roept op zijn gezel

X was een stroper. Op een nacht lag hij tegen een boomstronk te wachten tot er een haas voorbij zou komen. Na een tijdje kwam er een haas aangelopen, maar X durfde niet te schieten, want het dier werd steeds groter en groter. De haas ging op zijn achterpoten zitten en vroeg "Zijn de andere hazen al voorbij gekomen?" Daarna stak het dier zijn poten in zijn muil en floot net zoals een mens op zijn vingers fluit. X was zo geschrokken dat hij als een bezetene naar huis liep.

De ouwe Tjoën V. was een 'loerjager'. Op een nacht lag hij tegen een 'tjoenk' op een haas te letten die hij daar gezien had. Op de duur kwam daar ene af maar die werd zo groot dat hij niet dorst schieten en hij wachtte. Toen ging de haas op zijn achterste poten staan en hij zei 'Zijn de anderen al door?' en toen stak hij zijn poten in zijn muil en hij 'fluitte' juist gelijk een mens op zijn vingers fluit. 'Toen was ik godverdorie gauw thuis' zei Tjoën.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Gorsem

ONTDEKKING VAN DE DAG

Christiaens, Marie, volksfiguur

Gelinden 14.08.1669 , Jacob Schoenaerts 

Vrouw van schout  Schoenaerts. 

Bewoonster hoeve Groenschild Klein-Gelmen 

Beschuldigd van hekserij 1667 en waarschijnlijk terechtgesteld 1669.


Lit.: J. BROUWERS, De vrouw met de zwarte sluier. Een heksenproces te Gelinden in 1667-1669, in Limburg, 36, 1957, p. 263-266, 273-284 en 301-308.