Heksen zetten vast

Heksen zetten vast

Een oude boer ging het hooi binnenhalen. Een eindje van hem verwijderd, stond een vrouw die regelmatig omhoog keek. Toen de boer de kar halfvol had geladen, raakte er een wiel vast. De paarden waren helemaal bezweet en trokken zo hard ze maar konden, maar het hielp niets. Even later kwam er een man voorbij die zich erover verbaasde dat de kar was vastgereden op vlakke grond. De man vroeg "Heb je X misschien gezien?", waarop de boer antwoordde "Ja, daarginds staat ze." De man nam een hamer en sloeg daarmee op de as van het wiel. Op dat ogenblik slaakte de vrouw een luide kreet en riep dat iemand haar in de rug had geslagen. De boer klapte met de zweep en de paarden gingen moeiteloos verder.

Ik heb eens horen vertellen van een oud manneke van toen hij een kar hooi ging inhalen. Een stukste van hem af was een vrouw en die zag al eens omhoog. Ze waren dapper aan 't hooi laden en toen de kar half geladen was konden ze geen voet meer van de plaats. En hij begon te duivelen en de paarden trokken wat ze konden, en ze waren zo nat als mest. Toen kwam daar ene door en die zei 'Ge steekt lijk?' - 'Ja, en dat op gelijke grond en we kunnen geen voet voort.' - 'Hebt ge Net niet gezien? Daar, ziet, dat is ze, neem een hamer en 'hoot' op de 'doem' van 't rad.' En toen ze dat deden, liet die vrouw een schreeuw en ze riep dat ze een slag in haar rug gehad had. Toen kapten ze met de 'smet' en toen trokken de paarden wel. Dat deed die heks goed.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Gorsem

ONTDEKKING VAN DE DAG

Trofeeën aan de muur: op handelsmissie

In de oudheid werden in oorlog of jacht veroverde trofeeën aan een stok opgehangen. Dit motief ging een eigen leven leiden als allegorische decoratie. Kalksnijders modelleerden in het nog vochtige stucwerk voorwerpen tussen bloemenslingers aan linten opgehangen.

In het stadhuis op de Grote Markt op het 'schoon verdiep' zijn in de hoge vestibule de vier kunsten en twee speciale thema's uitgewerkt, de zeevaart en het landleven. Die laatste werken dateren waarschijnlijk uit de Hollandse periode (1815-1830) onder burgemeester J.A.N. Van den Berck. Scheepvaart en de Nederlandse vertaling van Vergilius wijzen daarop. 







Lees: Franz AUMANN, Symboliek op het 'schoon verdiep' van het Sint-Truidense stadhuis, in Sint-Truiden een zoektocht naar symbolen, Open Monumentendag Vlaanderen, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2002, p. 19-27; Het stadhuis van Sint-Truiden. Hart van de democratie, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2018, p. 56-61.