Heksen bidden verkeerd

Heksen bidden verkeerd

Vroeger waren er vrouwen die zich 's nachts onzichtbaar konden maken en dan naar buiten gingen. Ze legden dan een bezem in het bed, zodat hun echtgenoten niet zouden merken dat ze weg waren. Op een dag kreeg een klompenmaker bezoek van zulke heksen die zichzelf onzichtbaar hadden gemaakt. Hij hoorde ze zeggen "Wilveren, wilveren", waarop een andere zei "Neeveren, neeveren, het is X de timmerman." De volgende zondag zat X in de kerk achter enkele vrouwen die hij hoorde bidden als volgt "Haver en hooi, haver en hooi, haver en hooi", waarop de anderen antwoordden "Heksel en strooi, heksel en strooi, heksel en strooi". Omdat X wel van een grapje hield, bad hij mee "Paardenstront, paardenstront, paardenstront." Daarop draaide één van de heksen haar hoofd en vroeg "Behoor jij ook tot ons genootschap?" X begon te lachen en ging elders zitten.

Vroeger bestonden er wijven die in 'persibel' gingen, weet ge wat dat is? Die gingen uit maar ge kont ze niet zien wel horen, en als ze uitgingen legden ze een 'bessem' in 't bed nevens hun man, dan voelde die niet dat ze weg waren. Een klompenmaker heeft me verteld dat ze eens rond hem zaten, want hij hoorde hen zeggen 'Wilveren, wilveren', en toen een andere 'Neeveren, neeveren, 't is Pie-Ber de timmerman.' En 's zondags in de kerk lag die Pie-Ber achter enige wijven en hij stak zijn kop wat bij om te luisteren en toen hoorde hij hoe die 'beedden' 'Haver en hooi, haver en hooi, haver en hooi' en dan antwoordden ze gelijk in een litanie 'Heksel en strooi, heksel en strooi, heksel en strooi' en Pie-Ber was een vies man en hij zei ook mee 'Paardenstront, paardenstront, paardenstront.' Toen draaide daar een hare kop en ze zei 'Zijt gij ook ene van onze Compagnie?' Maar hij schoot in een lach en hij ging ergens anders zitten. Dat waren van die dat ook in 'persibel' gingen.

Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Gorsem

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een weerwolf in Melveren

Een weerwolf in Melveren

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen." 

Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan. 

Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen." 

Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!" 

X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.


Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be